Het is niet alleen puur geluk als je een vliegramp overleeft

De meeste passagiers die bij een vliegtuigongeluk zijn betrokken, overleven dat.

De kans daarop groeit wanneer de overlevingstips goed worden opgevolgd.

Je let nooit op als de stewardess veiligheidsinstructies geeft? Je denkt dat je er toch geweest bent als het vliegtuig neerstort? Kijk dan nu even naar deze cijfers. Van de 53.487 passagiers die tussen 1983 en 2000 in de Verenigde Staten een vliegtuigongeluk meemaakten, overleefden er 51.207.

En het is niet alleen maar puur geluk als je daarbij hoort. Je kunt daar zelf iets aan doen. Luister naar Ed Galea, hoogleraar mathematische modellering aan de Universiteit van Greenwich in Londen. Die ondervroeg de afgelopen jaren meer dan 1.000 overlevenden van 105 vliegtuigongelukken. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste experts in vliegveiligheid ter wereld. Toevallig gaf hij afgelopen zaterdag overlevingstips in de weekendbijlage van de Britse krant The Guardian. Het omslagverhaal ging over de geslaagde noodlanding van de Airbus A320 van US Airways in de Hudsonrivier in New York, nu zes weken geleden.

Ed Galea zegt dat je altijd je schoenen moet aanhouden tot het vliegtuig hoog in de lucht is. Die heb je nodig als je na een crash door de rommel moet lopen. Er wordt vaak gezegd dat je achterin het vliegtuig veiliger bent dan voorin, maar daarvoor is volgens Galea nooit bewijs gevonden. Hij zegt dat je het best een stoel kunt hebben die zo dicht mogelijk bij een uitgang is. En aan het gangpad ben je veiliger dan bij het raam: je kunt sneller wegkomen.

Heel belangrijk volgens Galea: oefen met het losmaken van je stoelriem. Veel mensen zoeken na een crash tevergeefs naar de drukknop, omdat de riemen in hun auto zo opengaan. En ja, zo zijn er al vaak doden gevallen. Zelf telt Galea altijd precies hoe veel rijen stoelen er tussen hem en de nooduitgangen zijn, naar voren en naar achteren. Hij heeft vaak van mensen gehoord dat ze door rook en het uitvallen van de verlichting geen idee hadden waar ze waren. Als je niets meer kunt zien, zegt hij, dan moet je kunnen vóélen waar je bent.

Lees de veiligheidsinstructies, zegt Galea. Als je naast de nooduitgang zit: laat tot je doordringen hoe die opengaan. En máák ze ook open als het nodig is, ook al gaat het dwars tegen je gevoel in.

Want dat gevoel, zegt Michael Lindell van de A&M University in Texas, Verenigde Staten, bedriegt je op het moment van een crash. Volgens Lindell, hoogleraar risicoreductie, komt dat doordat de meeste mensen in hun hele leven nooit een ramp meemaken. „Wanneer er iets heel ergs gebeurt, is de meest redelijke reactie: het kan niet waar zijn dat dit nu gebeurt. Dus het gebeurt ook niet.” Vervolgens doen ze niets.

Lindell vertelt dit in een artikel van de Amerikaanse journaliste Amanda Ripley in het tijdschrift Time, in april 2005. Amanda Ripley schreef een boek over hoe mensen zich gedragen bij een ramp: The unthinkable: who survives when disaster strikes – and why . Daarin staat dat mensen bij een vliegtuigongeluk in drie groepen zijn te verdelen. Tien tot vijftien procent blijft kalm en handelt snel en efficiënt. Vijftien procent begint te schreeuwen en te huilen. Het cabinepersoneel is erin getraind om hen zo snel mogelijk te isoleren en hun hysterische gedrag te onderdrukken.

Maar de grote meerderheid, schrijft Ripley, reageert lethargisch en sloom. En al is het lastig te voorspellen wie in welke groep zal vallen – besluitvaardige types kunnen ook totaal verbijsterd zijn – het is wel duidelijk dat mensen die zich hebben voorbereid en weten wat ze moeten doen vaker doelgericht handelen en de leiding nemen. Dat helpt henzelf en anderen om te overleven. In de eerste minuten na een ramp zijn er nog geen hulpverleners.

In een interview op YouTube zegt Amanda Ripley dat mensen, anders dan je zou denken, bij rampen niet in de eerste plaats doodsbang zijn. „Medeleven met de mensen om hen heen, aan wildvreemden hulp bieden, echte warme medemenselijkheid, dat is wat je bij alle grote rampen ziet.” Gevraagd naar de belangrijkste conclusie over rampsituaties, zegt ze: „Gewone mensen doen er in rampsituaties meer toe dan wie ook.”

Wat de inzittenden van het gisteren op Schiphol gecrashte toestel zeggen, zou voorspeld kunnen zijn door Ed Galea, Micheal Lindell en Amanda Ripley. Luister naar Mustafa Atman (23) uit Roosendaal, NS-beveiliger. Die wist na het ongeluk naar buiten te komen, maar rende meteen weer terug om andere passagiers te helpen.

Hij zegt: „Ik hoorde geschreeuw van passagiers bij de voorkant en in de staart van het vliegtuig. Daar kwam het geluid vandaan. We hebben passagiers van tussen de stoelen gewrikt. Eentje zat bijna tot zijn knieën toe in de modder. Die moesten we echt gaan uitgraven. Er waren ook kinderen aanwezig in het vliegtuig, sommigen liepen rond. Die hebben we naar buiten gedragen. Uit de voorkant hebben we ook nog een persoon naar buiten gehaald. Op mijn rug, want die had een gebroken been.”

Henk Heijloo (60) uit Heelsum, financieel consultant, werd meteen na het ongeluk bij zinnen gebracht door de man die naast hem zat. „Hij zei: ‘Doe het luik open. Het vliegtuig kan in de fik gaan’.” Heijloo deed het, maar vervolgens kon hij niet naar buiten. „Ik zat vast in mijn riem.”

De man naast hem sjorde hem los. Daarna gleed Henk Heijloo van de glijbaan af en rende door de klei. En toen ging hij weer terug om zijn bril te zoeken. Hij pakte ook zijn jasje „Ik stond er toen niet eens meer bij stil dat het vliegtuig in de fik zou kunnen gaan, heel gek.”

Nog een tip van de Britse hoogleraar Ed Galea: oefen de brace position. Hoofd tussen de knieën, armen om de benen heen. Dat is de beste manier om een klap op te vangen zonder bewusteloos te raken of een been te breken. Maar de inzittenden van het toestel van Turkish Airlines kregen daar gisteren de tijd niet voor. Ze dachten dat ze aan het landen waren en opeens was er, zonder waarschuwing, een enorme klap.

Lees artikelen van Amanda Ripley en kijk naar het interview met haar via nrcnext.nl/links

Lees het verhaal in The Guardian via het archief van guardian.co.uk (betaald)

De ooggetuigen werden geïnterviewd door Carola Houtekamer en Esther Rosenberg