Henk Heijloo (60), financieel consultant uit Heelsum. Zat boven de linkervleugel

„Ik zag de klap niet aankomen. Het was een rustige vlucht. De piloot had al gezegd dat we gingen landen en dat we moesten gaan zitten: riemen vast. Ik zocht in mijn jasje op de lege stoel naast me naar mijn mobiele telefoon en ineens trok het vliegtuig weg, naar links en toen naar boven. Het leek of de piloot probeerde een doorstart te maken. Fracties van seconden duurde het. En toen die klap. Ik vloog naar voren. Alles tolde even. Ik bewoog mijn armen en benen. Voelde aan mijn hoofd. Ik was ongedeerd. Heb je wel eens een auto-ongeluk meegemaakt? Zo rook het. Naar kruit en talkpoeder van ontplofte airbags. Er was geen paniek. Mensen kreunden. Achter in het vliegtuig, ver weg, klonk wel gegil.

De man naast me zei: ‘Doe het luik open. Het vliegtuig kan in de fik gaan.’ Ik zat op de beste plek – bij de nooduitgang boven de linkervleugel op rij 12. Ik had om die stoel gevraagd, voor extra beenruimte. Ik ben 1 meter 88. Ik deed het noodluik open, maar kon niet naar buiten. Ik zat vast in mijn riem. De man naast me sjorde eraan. Ik ging naar buiten, hij ook. Ik gleed de glijbaan af en rende door de klei. Ik dacht nog steeds dat de zaak wel eens zou kunnen ontploffen. Veertig of vijftig mensen volgden.”