Geen ministers in Irak-commissie

De commissie-Davids, die de Nederlandse rol in de Irak-oorlog gaat onderzoeken, bestaat uit deskundigen en niet uit (ex-)politici. Voorzitter Willibrord Davids, die de commissie gisteren presenteerde, heeft daar bewust van afgezien.

De commissie, die de besluitvorming om in 2003 politieke steun te geven aan de Amerikaans-Britse inval in Irak moet onderzoeken, bestaat, behalve Davids (oud-president van de Hoge Raad) uit zes leden en een secretaris. In de commissie zitten geen Ministers van Staat, zoals premier Balkenende eerder wel had gesuggereerd. Maar Davids zei gisteren dat hij met verschillende Ministers van Staat had gesproken en met hen tot de conclusie was gekomen dat zij „niet de juiste personen waren en functies hadden om die rol te gaan vervullen”. „Voor onderzoekers zijn Ministers van Staat niet geëquipeerd”, aldus Davids.

Of er na het rapport van zijn commissie nog een parlementaire enquête moet volgen, is een zaak van de Kamer, zei Davids, die niet kon garanderen dat hij op 1 november klaar zal zijn, zoals de bedoeling is, omdat de hoeveelheid materiaal „enorm” is. De commissie krijgt onder andere de beschikking over alle notulen van de ministerraad en andere ambtelijke stukken. Mensen die de commissie wat over de Irak-zaak willen melden, kunnen dat doen via een speciale website die binnenkort de lucht in gaat. Ook kan er informatie worden opgestuurd, aldus Davids.

Specifiek onderzoekt de commissie aspecten van volkenrechtelijke aard, aspecten van inlichtingen- en informatievoorziening en vermeende militaire betrokkenheid.

Als er tussentijds nog nieuwe ‘Irak-kwesties’ opkomen, zullen vragen daarover aan de commissie-Davids worden doorgeleid.

Lees eerdere berichten over het Irak-onderzoek nrcnext.nl/links