Fijn, daar komen de Zweden aan

Overnamekandidaten voor onze energie worden willekeurig beoordeeld, vindt Tim Boersma.

Waar de beoogde overname van energiebedrijf Essent door haar Duitse concurrent RWE en de interesse van het Italiaanse ENI in de Nederlandse energiemarkt het nodige stof deden opwaaien, veroorzaakte de aankondiging van de overname van Nuon door het Zweedse Vattenfall vrijwel geen rimpels in de Hofvijver. Dat is opmerkelijk. Blijkbaar boezemen Zweden meer vertrouwen in dan Duitsers, laat staan Italianen of Russen . Sommige politici haastten zich na de persconferentie van Nuon en Vattenfall te verklaren dat Zweden een betere reputatie heeft op het gebied van duurzaamheid. Maar de prestaties worden rooskleuriger voorgedaan dan ze zijn: 42 procent opwekking uit fossiele brandstof, 35 procent kernenergie en 23 procent waterkracht.

Het bejubelen van die waterkrachtenergie is prima, maar verdient wel enige relativering. De omstandigheden hiervoor zijn namelijk in Zweden ideaal: veel smeltwater en neerslag in combinatie met voldoende verval. Daarnaast zijn de Zweedse kerncentrales van vóór 1986, toen de ramp in Tsjernobyl een Zweeds moratorium op nieuwe centrales inluidde. Inmiddels denkt men daar overigens, in het licht van het reduceren van de CO2-uitstoot, weer genuanceerder over.

Een belangrijk argument tegen de beoogde overname van Essent door RWE is het feit dat RWE een ongesplitst bedrijf is: er bestaat een koppeling tussen het productie- en leveringsbedrijf en het transportbedrijf. Vattenfall heeft in haar thuisland weliswaar haar hoofdtransportnetten reeds lange tijd geleden verkocht, in Duitsland bezit zij deze echter nog steeds. Deze netten in Duitsland staan in de verkoop, al is een deel van de transportnetten van RWE natuurlijk (weliswaar ongewild) ook te koop. Enige tijd geleden woedde een discussie in Brussel over de ambities van het Russische Gazprom om op de Europese markt actief te worden. De regeringsleiders waren het er over eens dat dit een brug te ver was. Zij stelden een pakket wetten op dat staatsbedrijven van buiten de EU weg moest houden. Gazprom was immers ongesplitst en stond bovendien als staatsbedrijf onder toezicht van het Kremlin.

Echter, de aandelen van Vattenfall zijn ook voor 100 procent in handen van de Zweedse staat. De angst dat in Stockholm besloten kan worden hier het licht uit te doen, is nog niet geventileerd. Reden om te twijfelen aan Vattenfall, is er niet. Dat we de komende decennia een brede energiemix moeten realiseren, bewijst ook het Zweedse Vattenfall. Maar de willekeur die politici betrachten bij het beoordelen van overnamekandidaten, is opmerkelijk.

Tim Boersma is corporate counsel bij Brabers en promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.