Ernstige tegenslagen vredesmissies in 2008

Het jaar 2008 was „het slechtste jaar voor vredesoperaties in meer dan een decennium”. Dat stelt het gezaghebbende Jaarboek Vredesoperaties van New York University.

De grootste vredesmissies kampten het afgelopen jaar met ernstige militaire en politieke tegenslagen, aldus het rapport. „De Verenigde Naties werden op de proef gesteld in Congo en Soedan, de NAVO in Afghanistan, de Europese Unie in Kosovo en de Afrikaanse Unie in Somalië.”

De VN-vredestroepen in Congo en Soedan kwamen terecht „in gevaarlijke en gewelddadige situaties, die hun vermogen om te functioneren bijna de nekslag gaven”, schrijft het hoofd vredesoperaties van de Verenigde Naties, onder-secretaris-generaal Alain Le Roy, in het rapport. Steeds vaker worden de vredeshandhavers van de VN naar gebieden gestuurd waar geen vrede is om te handhaven, stelt Le Roy. En daarbij „moeten ze het soms stellen zonder het materieel dat noodzakelijk is om hun taak te kunnen uitvoeren”.

De vraag naar vredestroepen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De VN zijn verspreid over de wereld goed voor achttien operaties, met in totaal het recordaantal van 112.000 mensen aan militair en burgerpersoneel. Bijna driekwart van de VN-missies is uitgezonden om conflicten in Afrika te bezweren. De daar gelegerde blauwhelmen komen voor 40 procent uit Afrikaanse landen en voor 42 procent uit Zuid- en Centraal-Azië. Ook de NAVO en andere organisaties hebben veel vredestroepen ingezet.

Na jaren van expansie zitten alle organisaties die vredestroepen uitzenden aan hun limiet, aldus het rapport. Zelfs in het positiefste scenario zal 2009 een moeilijk jaar worden. „Westerse troepen zitten vast in Irak en Afghanistan. Afrikaanse en Zuid-Aziatische troepen zijn overbelast in operaties van VN en Afrikaanse Unie. En bij de VN heersen spanningen tussen de Veiligheidsraad, de troepenleveranciers en de financiële donoren.”

Voorwoord en samenvatting rapport via: nrc.nl/buitenland