Eén succesvolle veiling is nog geen herstel van de kunsthandel

Kunstkopers hadden maandag 264 miljoen dollar over voor de impressionistische en moderne schilderijen en sculpturen die zijn verzameld door Yves Saint Laurent en zijn partner Pierre Bergé. Er werden recordbedragen neergeteld voor werken van Matisse, Brancusi, Mondriaan en anderen.

Het succes van de veiling stond in sterk contrast met de teleurstellende winterveilingen van slechts een paar weken geleden. Maar het is onwaarschijnlijk dat de gebeurtenis een ommekeer zal markeren van de omstandigheden op de wereldwijde kunstmarkt.

De indrukwekkende belangstelling lijkt eenmalig. In de eerste plaats was daar de locatie: in een poging Parijs terug te zetten op de kaart van het mondiale veilingwezen, stelde de Franse president Sarkozy het schitterende Grand Palais beschikbaar. Vervolgens was daar het prestige van Saint Laurent zelf, wiens smaak in hoog aanzien stond. Een van de verkochte Mondriaans was de inspiratiebron voor een van zijn populairste collecties. En dan was daar het goedkeuringsstempel van Christie’s. Bergé is zelf eigenaar van een veilinghuis, maar gaf er de voorkeur aan een beroep te doen op de uitstraling van Christie’s om de status van het evenement te verhogen.

Ten slotte bood ook het Midden-Oosten een helpende hand. De kwaliteit en het bijzondere karakter van de collectie trokken de belangstelling van Abu Dhabi en Qatar, die meesterwerken aan het verzamelen zijn voor de woestijnmusea die zij willen inrichten. Kopers die deze twee staten vertegenwoordigden, hebben naar verluidt meermalen getracht de hele verzameling op te kopen. Maar Bergé zou nooit serieus hebben overwogen daarop in te gaan. Niettemin was de interesse van de Golfstaten geen geheim, en het zou goed kunnen dat een flink aantal van de werken uiteindelijk in die regio opduikt.

Maar nu ook de rijken in de wereld op hun geld moeten passen, zijn velen van hen geen kopers maar verkopers van kunstvoorwerpen geworden. Daarom zou het dwaas zijn als men te veel optimisme zou ontlenen aan deze ene veiling. Christie’s heeft vermoedelijk zwaar overdreven door het evenement voor te stellen als de veiling van de eeuw, hoewel het zeker de veiling van het decennium kan zijn geweest. Maar louter het feit dat een paar miljardairs op een unieke locatie diep in hun zakken hebben getast om een paar zeldzame werken van een bijzondere verzamelaar te kunnen kopen, betekent nog niet dat de kunstmarkt zich aan de algemene economische tendens zal weten te onttrekken.

Jeffrey Goldfarb

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com