De bonus die geen bonus heet bij ABN

De Tweede Kamer was boos over de bonussen die de top van ABN Amro kreeg.

Het blijkt nu om prestatiebeloningen te gaan, die alle werknemers krijgen.

Vandaag is de laatste dag waarop werknemers van ABN Amro horen hoe hoog hun prestatiebeloning over 2008 is. De meeste van de ruim 20.000 werknemers hebben het de afgelopen weken al vernomen. Maar erover praten, dát is wat anders.

„Ik ben content”, is het enige wat de voorzitter van de centrale ondernemingsraad van ABN Amro, René Hazebroek, over zijn prestatiebeloning kwijt wil. Alleen dit, eigenlijk: de beloning die de duizenden bankmedewerkers krijgen is géén bonus. Hazebroek: „Het is een prestatiebeloning, een extra waardering die afhankelijk is van je inzet en die wordt getoetst aan je persoonlijke prestatieplan.”

Dat zit zo: de bonus die geen bonus mag heten verving enkele jaren geleden een vaste beloning: de veertiende maand. De prestatiebeloning geldt voor iedereen bij de bank: de receptioniste, de postkamermedewerker, de man die adviseert over de hypotheek en de filiaalchef. En ja, ook voor de top.

Voor iedereen worden dezelfde criteria gehanteerd. Ieder jaar krijgt elke medewerker een cijfer tussen de één (onvoldoende) en vijf (uitmuntend). Bij een één (die vrijwel nooit wordt gegeven) krijgt iemand geen prestatiebeloning. Een twee (voldoende) geeft recht op 6 procent van het vaste jaarsalaris, een drie (goed) op 9 procent en een vier (zeer goed) op 14 procent. De vijf (uitmuntend) staat voor een extra uitkering van 20 procent maar wordt maar sporadisch gegeven, net als de één.

De prestatiebeloning bij ABN Amro was begin februari goed voor een verhit debat in de Tweede Kamer. Hoe kon het, betoogden politici van links tot rechts, dat dergelijke beloningen werden gegeven bij een bank die nog maar pas door de staat was opgekocht. En het was niet alleen de jaarlijkse prestatiebeloning die voor verontwaardiging zorgde, ook de speciale bonussen die aan enkele honderden medewerkers waren beloofd om te voorkomen dat zij zouden vertrekken leidden tot commotie.

„Zijn bankiers nu helemaal van de pot gerukt”, vroeg Kamerlid Ewout Irrgang (SP) zich bij die gelegenheid af. De VVD noemde de bonussen bij ABN Amro „schandalig”. Maar minister Bos (Financiën) was zichtbaar boos over de kritiek op de beloningen. „Dit gaat niet over perversiteiten van Wall Street”, zei hij. „Dit gaat om hardwerkende mensen bij ABN Amro die een bescheiden extra beloning krijgen. Dit zijn niet zichzelf verrijkende bankiers.” Volgens Bos richtte de kritiek van de Kamer zich op 20.000 „eenvoudige medewerkers” met een gemiddeld jaarsalaris van 75.000 euro.

Desgevraagd vindt Kamerlid Irrgang „het nog steeds onverklaarbaar dat bankiers extraatjes krijgen”, maar wil hij de prestatiebeloning voor de „gewone medewerkers” niet afnemen. Alleen, zegt hij, „vervang de prestatiebeloning dan weer voor vast salaris”. Zeker omdat daarvoor in het verleden een vaste looncomponent is ingeleverd, de veertiende maand.

In welke vorm de prestatiebeloning bij de bank wel of niet blijft bestaan, is inderdaad de vraag. De cao bij de bank loopt op 1 maart 2010 af – dus moeten bank en vakbonden in de loop van dit jaar weer om de tafel. Dat is ook de periode waarin het nieuwe bestuur van de bank een ander beloningsbeleid zal presenteren. En dat de beloningen soberder worden staat buiten kijf, zei eerder al de nieuwe topman van ABN Amro Gerrit Zalm: „De variabele beloningen zullen lager zijn dan in het verleden.”

Zeker is dat bij veel banken het topmanagement intussen heeft afgezien van de bonus over vorig jaar. Overal worden de beloningsstructuren herzien. Uiteraard bij de banken die zijn genationaliseerd (ABN Amro, Fortis Bank Nederland), maar ook bij de instellingen die de afgelopen maanden staatsteun ontvingen (ING, SNS Reaal, Aegon). Bij ING neemt de nieuwe topman, Jan Hommen, genoegen met een salaris van 0 euro, totdat de bank-verzekeraar een nieuw beloningsbeleid heeft vastgesteld.

Maar de basissalarissen van bankbestuurders zijn ook zonder variabele component nog de moeite waard. Gerrit Zalm zelf bijvoorbeeld, krijgt 750.000 euro per jaar. En de leden van zijn team krijgen elk 600.000 euro. Hoe hún bonussen eruit zullen zien wordt eind dit jaar duidelijk.

Voor voorzitter Hazebroek van de ondernemingsraad hoeft de prestatiebeloning voor het personeel niet weg. „Ik heb geen moeite met een prikkel, ieder mens heeft die nodig.” Kamerlid Irrgang zou graag zien dat alle prestatiegerelateerde beloningen verdwijnen. „Ik krijg een prima salaris – en heel veel mensen krijgen gewoon een vast salaris zonder iets erbij. Waarom kan een bankier dan niet gewoon zijn werk doen voor het zeer goede salaris dat hij ontvangt.”