Bouwvakkers protesteren op straat

Dagelijks  lees ik in de  Chinese  media over massaontslagen en over arbeiders die hun loon  niet krijgen uitbetaald. Vandaag  kon ik bij mij om de hoek meemaken hoe dat in werkelijkheid  gaat.

Toen ik vanochtend mijn compound uitliep en in de taxi wilde stappen  op weg naar een  afspraak, zag ik enkele tientallen mannen en vrouwen aan  de overkant van de straat. Ze hadden zich verzameld  bij de ingang van een parkeerplaats naast  een nieuw kantoorpand   dat ik in het afgelopen jaar had zien bouwen.

Een paar vrouwen droegen borden om hun nek met Chinese leuzen. Het ging duidelijk om een protestactie. Er stond een auto van de gemeentepolitie op de stoep, kennelijk om de orde te bewaren.

Het bleek te gaan om een protestactie van bouwvakkers  die aan het kantoorpand hadden gewerkt in opdracht van de eigenaar, een  vastgoedhandelaar die sinds kort  in het pand kantoor houdt.

Alle bouwvakkers zijn migrantenarbeiders uit de zuidelijke provincie Hubei. Hun woordvoerder Xiao Benkuan, gekleed in een leren jasje, legde uit   dat meer dan honderd man al een half jaar geen salaris en onkostenvergoeding hebben ontvangen.

“Ons maandloon was 30 euro plus nog eens 40 euro voor kost en inwoning. Maar de directie  heeft de betaling van ons loon steeds opgeschort. Nu het kantoor af is, laten ze ons barsten.  We zijn allemaal in Hubei geronseld om in Peking dit kantoor te bouwen. Tijdens de Olympische  Spelen moesten we de stad uit. We konden  in september  terugkomen om het werk af te maken. Maar  we hebben sindsdien  geen cent meer gekregen.”

De bouwvakkers uit Hubei wonen tijdelijk in het district  Tongzhou op een uur rijden aan de rand van Peking op een uur rijden van mijn compound.

“We hebben  huurachterstand en  geen geld om eten te kopen. Normaal is dat wij geld naar huis sturen maar nu moet onze familie geld naar ons sturen.”

Xiao Benkuan en de andere bouwvakkers willen het er niet bij laten zitten maar ze krijgen geen  steun van het gemeentebestuur van Peking. ”We worden in de stad gedoogd maar hebben  geen verblijfsvergunning en zijn dus in feite illegaal. We hebben met de eigenaar ook geen contract getekend voor de bouw van dit kantoor. We waren al blij dat we werk hadden en weten niets van juridische procedures.”

Vijf minuten  later schuift het elektrische hek voor de parkeerplaats van  het kantoorgebouw langzaam open. Een glanzend groene Rover MG rijdt langzaam de poort uit en draait de weg op. Uit de politieauto op de stoep stappen  twee politieagenten die de joelende en fluitende mannen en vrouwen manen  opzij te gaan.

“Dat is de vrouw van de manager. Hoe kan je je vrouw in zo’ n dure auto laten rijden als je tegen je werknemers zegt dat je geen geld hebt om ze uit te  betalen,”zegt Xiao Benkuan.

Als ik s’middags thuis kom, staat de groep nog steeds voor de parkeerplaats. Woordvoerder Xiao Benkuan drukt  een petitie in mijn hand en vraagt of ik iets voor hem kan doen. Ik vraag me af waarom de lokale media, een televisiestation bijvoorbeeld, nooit ter plekke zijn om verslag te doen van dergelijke incidenten.

Op de staatstelevisie CCTV kun je wel met regelmaat zien dat burgers de alarmklok luiden over milieuvervuilende industrie. Ik ben er bijna zeker van  dat zulk activisme zorgvuldig  geregisseerd is. Sociaal bewustzijn en een  vrije pers zijn nu eenmaal nog ver te zoeken in China.