Aanjager van anti-burgerlijkheid

Robert Jasper Grootveld riep Amsterdam in de jaren zestig uit tot ‘magisch centrum’ van de wereld. Een voorloper van massaal non-conformisme.

Amsterdam was er begin jaren zestig als eerste bij in Europa. Rond het Lieverdje op het Spui kwamen daar, ver voor het revolutiejaar 1968, twee nieuwe culturen samen: de artistieke en existentialistische kunstenaarscultuur die floreerde in het Parijs van de jaren vijftig, en het in Amerika ontluikende democratiseringsstreven van de naoorlogse ‘babyboom’.

De vannacht op 76-jarige leeftijd overleden Robert Jasper Grootveld was korte tijd het middelpunt van deze fusie tussen anti-burgerlijk individualisme en politiek engagement. Hij was even de katalysator van de provobeweging, die bijna speels een einde maakte aan het gezagsgetrouwe en verzuilde Nederland.

Het was Grootveld die voorging in de ‘happenings’ bij Het Lieverdje, het standbeeldje dat kort daarvoor door sigarettenfabrikant aan de stad was geschonken. Met succes wist hij Het Lieverdje te promoveren tot hét symbool van de consumptiemaatschappij, die dankzij de loonexplosie begin jaren zestig tot genoegen van de meeste werknemers eindelijk gestalte kreeg in Nederland. Elke zaterdagavond leidde de clownesk uitgedoste ‘antirookmagiër’ – die zelf overigens naar hartelust rookte, blowde en dronk – daar een rituele dans tegen de ‘misselijk makende middenstand’ en het kleinburgerlijke ‘klootjesvolk’.

Daarmee danste hij ook tegen zichzelf. Grootveld, in 1932 geboren in Amsterdam, was eerder een telg van het ‘klootjesvolk’ dan een traditionele cultuurdrager. Zijn vader was timmerman, een atheïstische, dat wel. Er lag voor het nakomertje Robert Jasper Grootveld niet veel in het verschiet. Sociale mobiliteit sprak in het Nederland van na de oorlog niet vanzelf.

Vervolg Grootveld: pagina 2

Even was hij de ‘Bürgerschreck’

Maar als ijscoventer kwam Grootveld in de jaren vijftig in contact met de hoofdstedelijke avant-garde die druk bezig was om, in navolging van Parijs, ook in Amsterdam een eigen subcultuur te bouwen. Grootveld wilde daar ook bij horen. Per bakfiets ging hij naar Parijs, de culturele hoofdstad van Europa in de jaren vijftig. „Ineens kwam dit beeld door: ik wil beroemd worden. Dat was eigenlijk voor het eerst dat ik me bewust werd dat ik een imago moest opbouwen”, zei hij daarover Grootveld in 1997 in een biografisch interview met weekblad De Groene Amsterdammer.

Dat lukte hem. Een paar jaar was Grootveld de Bürgerschreck van Nederland en een inspiratiebron voor de jeugd die het ‘establishment’ wilde uitdagen: een „magiër van een nieuwe tijd”, zoals de historicus Eric Duivenvoorden hem heeft gedoopt in zijn recent verschenen biografie Magiër van een nieuwe tijd (Arbeiderspers).

Maar toen de provobeweging haar climax had bereikt en burgemeester Van Hall van Amsterdam tot aftreden was gedwongen, bladderde het imago van Grootveld snel af. Hij kon nog wel rekenen op sympathie of mededogen, zeker toen hij door een buitensporige levenswandel in latere jaren enigszins aan lager wal dreigde te raken. Maar maatschappelijke invloed had hij niet meer.

Grootveld had gedurende korte tijd een soort kunstwerk van zich zelf weten te maken. Daarmee was hij een voorloper. Een halve eeuw later is het gemeengoed dat kunst en kunstenaar samenvallen.

Maar hij ging er uiteindelijk ook aan onderdoor. Grootveld was een van de eerste gebruikers van hasj die aan den lijve moesten ervaren dat ‘blowen’ minder onschuldig tijdverdrijf is dan indertijd werd verondersteld. Ook in die zin was Robert Jasper Grootveld een trendsetter.