Uitstapje of een breuk met coach

Turner Epke Zonderland (22) wil turnclub Heerenveen inruilen voor een Amerikaans universiteitsteam. Zijn trainer Gerard Speerstra heeft bedenkingen.

Is er nu wel of niet sprake van een breuk tussen turner Epke Zonderland en zijn trainer Gerard Speerstra? Niet echt, zeggen beiden, maar Zonderlands voornemen zijn carrière na een samenwerking van zeventien jaar voor enige tijd voort te zetten in de Verenigde Staten is wel degelijk het gevolg van een onderlinge verwijdering. „Zie het als een lange trainingsstage”, zegt de turner. De trainer is meer uitgesproken: „Het heeft te maken met een vertrouwensbreuk.”

De wens tot een sportieve emigratie komt volgens Zonderland vooral voort uit zijn ambitie bij de Olympische Spelen van 2012 in Londen op zijn best te zijn. De turner heeft vorig jaar bij de Spelen in Peking ervaren dat een olympisch optreden een extra dimensie aan zijn carrière geeft, maar alleen tot resultaat kan leiden als hij in de aanloop doorlopend uitgedaagd wordt. Die prikkels mist Zonderland bij zijn club in Heerenveen, waar de turner op eenzaam niveau staat. Hij hoopt die concurrentie te vinden bij de turngroep van de Penn State University in Pennsylvania. En als Zonderland voor een studiebeurs in aanmerking komt – daarover wordt volgende maand beslist – kan hij er bovendien zijn studie geneeskunde voortzetten.

Speerstra erkent dat Zonderland in Nederland gebrek aan competitie heeft. Maar de trainer, die Zonderland bij wedstrijden blijft coachen, vraagt zich hardop af of hij straks in Pennsylvania wél gegarandeerd is van een internationaal niveau. „Ik ken de Amerikaanse turngroep niet en weet niet of Epke daar vindt wat hij zoekt. Ik hoop niet dat zijn keus meer gebaseerd is op zijn studie dan op zijn sport. Hoewel ik zijn besluit respecteer, ben ik er niet blij mee, mede omdat ik het idee heb dat hij bij ons nog niet is uitgeleerd.”

Over het niveau van zijn toekomstige turnmaatjes heeft Zonderland geen twijfels. Hij heeft de beste Amerikaanse universiteitsteams met elkaar vergeleken en kwam tot de conclusie dat hij in Pennsylvania onder anderen met de Canadees Casey Sandy en de Amerikaan Kevin Tan, die bij de Spelen in Peking deel uitmaakten van het Amerikaanse team dat brons in de landenwedstrijd won, gelijkwaardige turners treft. En ook van zijn toekomstige coach, Randy Jepson, geeft Zonderland hoog op. Die heeft het mannenteam van Penn State University drie keer naar de college-titel van de NCAA geleid en is even zo vaak tot coach van het jaar uitgeroepen.

De verkilling van de verhouding tussen Zonderland en Speerstra vindt zijn oorsprong in het besluit van de turner zijn trainer niet meer als zijn manager te laten optreden. Dat gebeurde na de WK van 2007 in Stuttgart, waar Zonderland zich kwalificeerde voor de Spelen. De turner wilde voorkomen dat Speerstra’s aandacht voor zijn toenemende managementzaken ten koste van de sport zou gaan. Het leek hem beter die taken te scheiden. Speerstra mocht hem alleen nog trainen en coachen, voor zijn agenda en de sponsorzaken trok hij Johan Boesjes aan.

Een besluit dat Speerstra zich nogal heeft aangetrokken. Kon er eindelijk financieel geoogst worden, werd hij op dat gebied terzijde geschoven. Bovendien kon Speerstra die extra inkomsten goed gebruiken. Nu wordt hij goed betaald uit een overheidsfonds voor topcoaches, maar destijds deed hij zijn werk voor een minimaal salaris. „Ik vind dat besluit nog steeds niet fair”, zegt Speerstra. „Sindsdien is onze relatie zakelijk geworden. Een voorbeeld? Als Epke een demonstratie moest geven vervroegde ik altijd de training; sindsdien niet meer. En als hem dat niet uitkwam, had hij maar beter moeten plannen.”

Ter voorbereiding op zijn overstap vertrekt Zonderland morgen voor een vijfdaags oriënteringsbezoek naar Pennsylvania. Hij hoopt dan de laatste hobbels voor toelating tot de universiteit weg te nemen. Knelpunt kan de amateurstatus van Zonderland worden. NCAA, de sportorganisatie voor college-sporten, staat geen profsporters toe. De turner denkt dat probleem te kunnen oplossen door tijdelijk af te zien van een aantal sponsorinkomsten.