Scholen: inspectie meet onze kwaliteit onjuist

De criteria die de Inspectie van het Onderwijs hanteert om de resultaten van de eerste drie leerjaren van scholen in het voortgezet onderwijs te meten, deugt niet. De inspectie moet ermee stoppen, omdat ze scholen ten onrechte een goed of juist een slecht imago geven.

Dit schrijft de VO-raad, vereniging van schoolbesturen, in een brief aan de inspectie. Aanleiding was een onderzoek dat is uitgevoerd door oud-conrector Jan Jimkes. Veel ouders baseren de schoolkeuze voor hun kinderen momenteel mede op de gegevens.

De Inspectie voor het Onderwijs rapporteert jaarlijks over de kwaliteit van scholen, op ‘kwaliteitskaarten’. Een van de onderdelen daarvop is het zogeheten ‘onderbouw rendementskader’. Scholen kunnen scoren op een schaal die loopt van één ‘bolletje’, de slechtste beoordeling, tot vijf bolletjes.

Scholen krijgen meer ‘punten’ als kinderen in de onderbouw niet blijven zitten. Ook kan hoger worden gescoord via het schooladvies dat kinderen op de basisschool kregen. Als ze in klas drie op een hoger schooltype zijn terechtgekomen dan hun advies voorspelde, krijgt de school een hogere score.

In de praktijk zeggen deze criteria weinig, zegt onderzoeker Jan Jimkes in een reactie. „Sommige scholen, bijvoorbeeld de vrijescholen, zijn geneigd kinderen iets gemakkelijker te laten overgaan. Maar als ze vervolgens blijven zitten in klas vier, komt dat niet terug in het onderbouwrendement.” Wat volgens Jimkes ook gebeurt, is dat scholen probleemleerlingen na het eerste jaar van school sturen, opdat deze leerlingen niet in de statistieken terechtkomen als zittenblijvers.

Ook het criterium van het schooladvies zegt weinig, oordeelt Jimkes. Sommige basisscholen geven alleen havo-adviezen, of lager. Als van deze leerlingen vervolgens een aantal op het vwo terechtkomt, krijgt de school voor hen een hoge score. Scholen die wel een vwo-advies registreren, krijgen voor deze leerlingen geen extra ‘punten’.

De VO-raad heeft al in 2001 bezwaar gemaakt tegen de meetmethode, zegt voorzitter Sjoerd Slagter. Hij zegt steeds vaker klachten te krijgen van scholen over de meetmethode. Vooral scholen met veel probleemleerlingen komen er volgens hem door in de problemen. Ouders laten zich steeds vaker leiden door de oordelen van de Inspectie over de kwaliteit van scholen, maar ook de media gebruiken de criteria van de inspectie, zegt Slagter. Zo is de verkiezing van ‘beste school van Nederland’ van Elsevier, en de lijst van beste en slechtste scholen van dagblad Trouw deels gebaseerd op de meetmethode over de onderbouw.

De inspectie zegt al enige tijd in gesprek te zijn met de Vo-raad over de kwestie. Volgens een woordvoerder is de methode sinds 2001 al een paar keer aangepast. „We zoeken voortdurend naar verbetering, maar vinden de methode op dit moment zeker betrouwbaar.”