Promovendus: liever meer handel in windenergie dan opslag ervan

Nederland hoeft geen dure opslag voor windenergie te bouwen. Er is een veel goedkoper alternatief, ontdekte promovendus Bart Ummels. Verbeter de internationale handel.

De aanleg in Nederland van dure, grootschalige opslagplaatsen voor windenergie is onnodig. Dat stelt technisch bestuurskundige Bart Ummels, die morgen promoveert aan de TU Delft.

Volgens Ummels is er een veel praktischere en goedkopere oplossing: maak de handel in windenergie met het buitenland makkelijker.

Het algemene idee is dat de behoefte aan opslag voor elektriciteit groter wordt naarmate er meer windparken in Nederland komen. Het aanbod van stroom wordt dan grilliger. Als het waait, en de windmolens draaien, is er niet altijd vraag naar stroom. En als er vraag is, waait het niet altijd. Het zou dan handig zijn, zo is de algemene gedachte, om de elektriciteit op te slaan, bijvoorbeeld in de vorm van een waterkrachtcentrale. Bij een overschot wordt de overtollige stroom gebruikt om water vanuit een reservoir omhoog te pompen, een meer in. Bij een tekort laat men het water uit het meer omlaag storten, waarbij stroom wordt opgewekt. Maar de aanleg van zulke opslagplaatsen is duur. De waterkrachtcentrale die Limburg wil bouwen, kost naar schatting bijna 2 miljard euro.

Ummels heeft via twee simulatiemodellen, die hij ontwikkelde in samenwerking met netbeheerder TenneT, onderzocht hoe het elektriciteitspark in Nederland in de toekomst zal reageren op het aanbod van grote hoeveelheden windenergie. Hij voerde het opgesteld windvermogen daarbij op tot 12.000 megawatt. De elektriciteit die daarmee kan worden opgewekt leverde in zijn berekeningen een derde van de totale vraag naar stroom. Ter vergelijking: het kabinet wil in 2020 in totaal 10.000 megawatt aan windvermogen hebben staan, op land en op zee. De simulaties van Ummels gaan dus zeker op voor de komende tien tot twintig jaar.

Tot welke conclusie bent u gekomen?

„Dat je inderdaad wat meer variatie krijgt in het aanbod van elektriciteit. Maar dat levert geen nieuwe fundamentele problemen op voor het systeem, zoals velen denken. Variatie is er nu ook. Elektriciteitscentrales moeten hun productie al voortdurend op elkaar, en op de veranderende vraag naar stroom afstemmen. Dat verandert niet wezenlijk.”

Maar wat als het ’s nachts bijvoorbeeld heel hard waait, en er amper vraag is naar elektriciteit?

„Probleem is dat je kolencentrales niet zomaar uit kunt zetten. Die moeten doordraaien, ook ’s nachts. Dus als het dan heel hard waait, moet je ergens naartoe met je windenergie. Opslaan, zeggen velen. Maar ik zeg: exporteer het naar het buitenland, bijvoorbeeld naar het Ruhrgebied. Al die industrie daar heeft ook ’s nachts behoefte aan elektriciteit.”

Produceert Duitsland dan zelf niet genoeg?

„Ik heb in mijn simulaties de elektriciteitsparken van België, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Noorwegen meegenomen. Ook hun uitbreidingsplannen heb ik ingevoerd. Het blijkt dat er ruimte genoeg is voor internationale handel.”

Maar de regels voor die handel moeten volgens u worden aangepast. Hoe precies?

„Internationale handel is al mogelijk: de APX [de handelsbeurs voor elektriciteit en gas, red.] in Amsterdam is aangesloten op de Powernext in Parijs, en de Belpex in Brussel. Maar voor windenergie is er nu een beperking. Bedrijven moeten een dag van tevoren aangeven hoeveel windenergie ze in het buitenland denken te gaan kopen of verkopen. Maar hoeveel elektriciteit je denkt te gaan leveren, hangt af van hoe hard het zal gaan waaien. En dat is een dag van tevoren moeilijk te voorspellen. Zo goed zijn de huidige windmodellen nog niet. Daarom zou je de sluitingstijd voor de handel in windenergie moeten verkleinen, naar één of enkele uren voordat de handel begint. In Scandinavië werkt het zo al, en daar gaat het prima. TenneT experimenteert er nu mee, met Duitsland.”

Zijn er voldoende verbindingen met het buitenland om die handel ook fysiek mogelijk te maken?

„Ja. Bovendien is er net een kabel gekomen tussen Noorwegen en Nederland. Over een paar jaar komt er eentje tussen Groot-Brittannië en Nederland. Verder wordt de bestaande verbinding met Duitsland uitgebreid. Vooral die laatste kan grote gevolgen hebben voor de export van stroom.”

U heeft berekend dat Nederland heel wat kan besparen als er meer windenergie komt.

„Wind is gratis. Voor alle windenergie die je produceert, hoef je als stroomproducent geen kolen of gas in te kopen. Op jaarbasis kan daarmee 1,5 miljard euro worden bespaard op de productiekosten. Bovendien kan de uitstoot van CO2 met maar liefst 19 miljoen ton per jaar afnemen [ongeveer 10 procent van de huidige totale CO2-uitstoot van Nederland, red.].”

Waarom wordt er nog gelobbyd voor die dure opslagplaatsen, als internationale handel zo veel makkelijker en goedkoper is?

„Daar heb ik geen onderzoek naar gedaan. Dat moet u anderen vragen.”