Ook je baan kwijt? Ga vooral niet bij de pakken neer zitten

De werkloosheid stijgt in een razend tempo, ook onder hoogopgeleiden.

Wat staat je te wachten en wat moet je doen als je wordt ontslagen?

Je wist dat het kon gebeuren, maar je hoopte steeds dat het jou niet zou treffen. Oké, je baas wilde met je praten vanmorgen. Maar dat kon overal over gaan, toch? Dus ook al had je er rekening mee gehouden, toch voelt het als een klap wanneer hij zegt: ‘Het spijt me, ik vind het ook erg, maar ik kan je niet meer betalen. Hoe goed je ook bent en ook al heb je hier vijf jaar gewerkt.’Je stapt het kantoor van je baas uit en gaat bellen. Eerst moet je vriendin het weten. Daarna vertel je het aan collega’s. En hoe vaker je het vertelt, hoe meer het tot je doordringt: ik heb geen werk meer. Wat ga je straks doen met je tijd? En, voorlopig de onbelangrijkste vraag: hoe hoog is een uitkering eigenlijk? Krijg je trouwens wel een uitkering? Dat zet je aan het denken: eigenlijk was je net van plan een paar grote stappen te zetten. Een serieuzere auto, een beter huis.

De werkloosheid loopt snel op. Vorig jaar hadden 300.000 mensen geen baan, dat is 4 procent van de beroepsbevolking. De komende tijd zullen waarschijnlijk honderdduizenden mensen hun baan verliezen. En de ontslagen kunnen overal vallen. Het zijn niet langer alleen lageropgeleide werknemers in de metaal of de auto-industrie. De klappen vallen nu ook onder hoogopgeleiden: consultants, journalisten, makelaars, ict’ers.

Het goede nieuws is dat mensen hun ontslag meestal wel zien aankomen. Amerikaanse toestanden waarbij werknemers ‘over vijf minuten horen dat ze over tien minuten het pand moet verlaten’ komen hier niet voor. Bedrijven weten vaak maanden van tevoren dat er gereorganiseerd moet worden en sluiten dan vaak een sociaal plan met de vakbonden.

Daarbij zijn ze sinds drie jaar gebonden aan het zogeheten afspiegelingsbeginsel: een bedrijf moet in elke leeftijdsgroep werknemers ontslaan. Personeel is daarom in groepen ingedeeld: 25-35 jaar, 35-45 jaar, 45-55 jaar, 55-65 jaar. Binnen die groepen krijgen werknemers met het kortste dienstverband het eerst ontslag. Alleen bij uitzondering kunnen bedrijven hiervan afwijken. Ze kunnen iemand bijvoorbeeld onmisbaar verklaren. Heeft een werknemer als enige in het bedrijf contact met een belangrijke klant, dan kan een bedrijf zich hierop beroepen.

Maar is iemand de klos omdat hij als één van de laatsten in zijn leeftijdsgroep is binnengekomen, dan is het zaak om goed op te letten. Eerste les: laat je niet uit het veld slaan. „Accepteer ontslag niet te snel”, adviseert advocaat Philip de Koningh. Hij is gespecialiseerd in ontslagzaken en houdt kantoor in Maarssen.

Sinds eind vorig jaar al is bij De Koningh het aantal telefoontjes van werknemers die ontslag boven het hoofd hangt „met tientallen per dag gestegen”. Veel werkgevers gebruiken de economische crisis om op een makkelijke manier van personeel af te komen, merkt hij. Als ontslag om economische redenen plaatsvindt, moet de werkgever dat met documenten en cijfers beargumenteren bij het UWV Werkbedrijf (het vroegere arbeidsbureau).

„In veel gevallen is de argumentatie makkelijk door te prikken”, zegt De Koningh. Zo is het twijfelachtig of een bedrijf dat jarenlang volop winst maakte tijdens de hoogconjunctuur, nu opeens mensen moet ontslaan omdat het tegenzit. In zulke gevallen geeft het Werkbedrijf ook niet zomaar een ontslagvergunning. „Bij nader inzien blijkt dan vaak dat elders in het bedrijf wel degelijk werk is.”

Ook raadt De Koningh werknemers aan om niet te snel de formulieren van het UWV Werkbedrijf te ondertekenen en terug te sturen. „Mensen denken gauw dat ze kansloos zijn. Maar dat is zeker niet altijd het geval.” En als er geen ontkomen meer aan is, kan de ontslagen werknemer maar het best een outplacementtraject aanvragen. Druk op de werkgever kan ervoor zorgen dat hij dat dan betaalt. „Wel zelf een gerenommeerd bureau uitzoeken.”

Tweede les: ontslag voelt als een echtscheiding, het is een emotionele knauw. Maar hoe hard de klap ook aankomt, „schaam je niet voor je ontslag”, zegt loopbaancoach Munerya Doven van Adesso Coaching. „Bij een reorganisatie worden samen met jou tientallen, misschien wel honderden mensen ontslagen. Het ligt dus niet aan jou.”

Doven wijst op het belang van wat zij ‘een goed einde’ noemt. „Als je weet dat je ontslagen wordt, is het belangrijk om niet negatief te worden. Laat je frustratie niet zien en blijf gewoon je werk doen. Ga je niet ziek melden of de kantjes eraf lopen. Zorg dat je goed weggaat en vraag om een getuigschrift.”

Het is avond, de tv staat uit. „Misschien komt je baas wel in aanmerking voor de werktijdverkortingsregeling”, zegt je vriendin. Het is voor het eerst dat je het in persoonlijke kring over die regeling hebt. Je zet je laptop aan en surft naar uwv.nl. In welke situatie verkeert u? vraagt de site. Eerste optie: ‘ik word of ben werkloos’. Bij het volgende scherm klik je ‘ik raak mijn baan kwijt’ aan. Samen verzin je scenario’s. Met een halve baan aangevuld met een uitkering, kun je met z’n tweeën een nieuw huis theoretisch best nog betalen. Of je wordt weer freelancer. Dan moet je het wel zuiniger aan doen. Hè, gatsie. De verstandigste beslissing is waarschijnlijk om af te wachten. Hop, alle plannen in de ijskast. Daar balen jij en je vriendin meer van dan jullie dachten. Geen plannen, geen dromen. De volgende morgen vraagt de fysiotherapeut bij wie je al langer loopt voor een zere nek, hoe het met je gaat. Het komt misschien omdat je er nogal bloot bijstaat, maar voor het eerst voel je de tranen branden.

Als er geen ontkomen meer aan is, zijn alle arbeidsmarktdeskundigen het over één ding eens: zoek zo snel mogelijk ander werk. Laat je niet verleiden om eerst maar eens lekker een paar maanden vakantie te nemen. Derde les: de kans om een nieuwe baan te vinden, is kort na het ontslag het grootst. „Het komt aan op de eerste zes maanden”, zegt Jules Theeuwes, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en arbeidsmarktspecialist. „De duur van de werkloosheid moet zo kort mogelijk worden gehouden.”

Werk is er gelukkig nog volop. Nederland telt nog altijd bijna 200.000 vacatures – vooral bij de overheid, in de zorg en in het onderwijs. Om aan een nieuwe baan te komen, is het nodig om te netwerken. Laat dus aan zo veel mogelijk mensen weten dat je beschikbaar bent. Loopbaancoach Doven: „Train jezelf in het heel kort en bondig vertellen wie je bent en wat je kunt.”

Vierde les: zoeken naar een andere baan kost tijd. Doven: „Zie het als werk. Trek er vier uur per dag voor uit en houd je zoveel mogelijk aan normale werktijden, om je routine vast te houden. Stel jezelf doelen: hoeveel sollicitatiebrieven wil je deze week de deur uitsturen? Na hoeveel dagen ga je je sollicitatie nabellen?”

Voor de periode in between jobs kan een WW-uitkering worden aangevraagd bij het UWV Werkbedrijf. Wie in de vijf jaar voor hij werkloos werd minder dan vier jaar heeft gewerkt, ontvangt twee maanden een uitkering van 75 procent van het laatstverdiende loon – en daarna nog één maand een uitkering van 70 procent. Heeft iemand in de vijf jaar voor hij werkloos werd vier jaar of meer gewerkt, dan ontvangt hij twee maanden een uitkering van 75 procent van het laatstverdiende loon – en daarna voor elk jaar dat hij heeft gewerkt een maand WW van 70 procent, met een maximum van 38 maanden.

Let op: wie een uitkering krijgt, heeft ook sollicitatieplicht. In het eerste jaar is het nog mogelijk redelijk ‘vrij’ te solliciteren, daarna moet in principe een baan op elk niveau worden geaccepteerd. Vijfde les: probeer een beetje te genieten van de onverwachte vrije tijd. „Voor het eerst in misschien wel jaren heb je weer tijd voor jezelf”, zegt Doven. „Geniet daar van. Ga de boeken lezen waar je nooit aan toe kwam, ga wandelen. Als je weer een nieuwe baan vindt, kijk je misschien wel met heimwee terug op deze periode.”

De volgende avond ga je met je vriendin eten bij een vriend die net ontslagen is. „Mijn contract is niet verlengd”, vindt hij beter klinken. Je bent benieuwd hoe het met hem gaat. En of hij praktische tips heeft. Hij heeft een uitkering aangevraagd, zegt hij. Dat wilde hij eigenlijk niet doen. Dan word je geacht te solliciteren. En hij wil juist een eigen bedrijf opzetten. Dus heeft hij alweer spijt van zijn aanvraag. „We zijn gewend geraakt aan een bepaalde levensstandaard. Maar mijn vriendin en ik zouden ook kunnen leven van minder, denken we. Misschien zelfs wel van één salaris.” Nog maar net ontslagen en hij ziet al weer toekomst. Zou mij dat ook lukken?

Met medewerking van Marleen Luijt