Niet nóg meer geld geven

Wie vindt dat het kabinet nog meer maatregelen ter stimulering moet nemen, vráágt om ontsporing van het overheidstekort, meent Rudolf de Korte. Steun vooral de aanbodkant.

Vijf economen schreven gisteren op deze pagina dat de uitweg uit de malaise bestaat uit extra stimuleren nú en saneren op termijn. Echter, dan wordt de malaise eerder groter dan kleiner.

Het kabinet laat het overschot op de begroting 2008 dit jaar omslaan in een tekort van 2 à 3 procent. Een automatische oppepper van meer dan 20 miljard euro. De burgers ondervinden een koopkrachtverbetering van 2,5 procent, die groter is dan in voorafgaande jaren gebruikelijk was. Kortom, een ongekende bestedingsimpuls gedurende één jaar.

Ondertussen heeft het kabinet 85 miljard euro aan steun uitgetrokken om onze omvangrijke financiële sector te redden. De middelen zijn ten laste van de staatsschuld gebracht. Dit is niet zonder risico voor de langere termijn. Ook heeft het kabinet de maatregel tot vervroegde afschrijving getroffen, een stimulans van bijna 2 miljard euro. Wie nog meer daadkracht van de minister van Financiën verlangt, vraagt om ontsporing van het overheidstekort voor de komende jaren.

Niet de vraagkant, maar de aanbodkant van onze economie eist nú alle aandacht. Overal in de wereld worden grootschalige reddingsplannen tot meer dan 3.000 miljard Amerikaanse dollars in gang gezet. Dit moet een opleving van de wereldhandel in 2010 en 2011 teweegbrengen. Driekwart van ons bruto binnenlands product is (via handel en export) daaraan gerelateerd. Kabinet en sociale partners moeten snel de concurrentiekracht van onze bedrijven helpen opkrikken om te profiteren van een heropleving in 2010 en 2011. Zo kan hoogoplopende en langdurige werkloosheid het beste worden bestreden.

Inzet moet zijn de tot nul verschrompelde winstquote van de productie op te vijzelen. Begin jaren tachtig werden in de aanloop van het kabinet-Lubbers I partijpolitieke twistpunten opgeborgen. Zowel tijdelijke als structurele maatregelen tot herstel van concurrentiekracht en van vermindering van (langdurige) werkloosheid werden in vier scenario’s verenigd. Zonder dictaat werden de scenario’s ingebracht in het nationaal beraad van kabinet, vakbeweging en werkgeversorganisaties. Dat leidde tot het Akkoord van Wassenaar (1982).

Ook nu is een sterke loonmatiging c.q. nullijn in 2010 en 2011 voor alle categorieën werknemers, ambtenaren en uitkeringsgerechtigden de meest gerede tijdelijke maatregel. De categorie gepensioneerden is daarin (zonder prijscompensatie vanaf januari 2009) reeds voorgegaan.

Zo’n tijdelijke inkomensmatiging c.q. nullijn voor iedereen vergt ondersteuning door een structureel pakket met draagvlak bij de sociale partners. Dat moet een stabiliteitspactbestendig overheidstekort opleveren. Het zou onwijs zijn om in dit kader de hypotheekaftrek te betrekken.

Rudolf de Korte (VVD) was vicepremier en minister van Economische Zaken 1986-1989.