Limburg wil windenergie ondergronds opslaan

Mooi dat er meer energie uit zon en wind komt. Maar waar laat je die onregelmatig opgewekte stroom? Limburg wil een ondergrondse accu.

Stilte over de akkers in Zuid-Limburg, bij het dorp Graetheide. Hoe lang nog? Wellicht wordt het land, eigendom van DSM, omgeploegd voor opslag van elektriciteit. „Onzinnig”, vinden actievoerders uit de omgeving het plan voor een ondergrondse waterkrachtcentrale.

De provincie Limburg verwacht veel van de Ondergrondse Pomp Accumulatie Centrale (OPAC). Energie met een zachte g, luidt de slogan. Een bovengronds meer van dertig hectare staat in verbinding met een bassin op 1.400 meter diepte, uitgehakt in een harde steenlaag. Het hoogteverschil maakt het opwekken van stroom door vallend water mogelijk op momenten dat de vraag naar stroom groot is. Het ondergrondse water wordt opgepompt met stroom van windmolens en zonnecollectoren op momenten dat dááraan op het landelijke stroomnet geen behoefte is.

Gedeputeerde Staten hebben een stuurgroep geformeerd rondom VVD-prominent Ed Nijpels. Hem is gevraagd Nederland warm te maken voor dit plan. De voormalig minister van milieu legt uit hoe het zit. Meer energie uit zon en wind is prachtig, maar wordt onregelmatig opgewekt. „Het waait of het waait niet. De zon schijnt wel of niet.” Verder wordt de komende jaren steeds meer duurzame energie decentraal opgewekt, dat wil zeggen op tienduizenden daken, in weilanden en tuinen. „De opwekking van die stroom is lastig aan te sturen.” Er is kortom sprake van „leveringsonzekerheid”. En dus heb je een reserve nodig. „Je moet het zien als een ondergrondse accu. Je laadt hem op als er een overschot aan energie is. En je levert energie als er te weinig energie binnenkomt.”

De voordelen van de ondergrondse waterkrachtcentrale zijn legio, stelt Nijpels. De OPAC is „binnen een paar minuten” in te schakelen om vervolgens „met één druk op de knop” gedurende zes uur 1,2 miljoen huishoudens van stroom te kunnen voorzien. De waterkrachtcentrale kan in volledig gevulde toestand even veel stroom leveren als twee ‘gewone’ centrales. De OPAC zorgt voor stabiliteit in de energielevering, stelt Nijpels. „Je voorkomt piekbelasting.” Verder bespaart de overheid jaarlijks zo’n 70 miljoen euro. Dat bedrag wordt uitgekeerd als vergoeding aan bedrijven die wordt gevraagd minder stroom te produceren wanneer de vraag klein is, bijvoorbeeld ’s nachts, of juist minder energie af te nemen als de vraag erg hoog is, bijvoorbeeld maandagochtend. Ook kan het water in de Limburgse steenlagen, tot 40 graden Celsius, worden gebruikt om gebouwen mee te verwarmen. En tenslotte vermijdt Nederland 1,5 miljoen ton CO2, stelt de stuurgroep, die nu wordt uitgestoten om het evenwicht tussen vraag en aanbod op het landelijke elektriciteitsnet te bewaren.

Er zijn ook andere mogelijkheden om energie op te slaan. Op een eiland voor de kust? Nijpels: „Dat idee is weggespoeld. Zo’n eiland komt er niet.” En kunnen we energie niet opslaan in andere landen, zoals Noorwegen? Nijpels: „Wij hebben behoefte aan opslag dichtbij waar energie wordt opgewekt. Transport gaat gepaard met verlies. Bovendien zijn er heel veel landen die ook een kabel naar Noorwegen willen.” Minister Van der Hoeven (Economische Zaken) stelde dat het opnemen in het net van duurzaam opgewekte energie in Europa steeds soepeler verloopt. „Daardoor bestaat er minder snel behoefte aan grootschalige opslagcapaciteit dan enkele jaren geleden werd gedacht.” Nijpels bestrijdt dat: „De minister rekent op slimme meters en uitwisseling van energie met buurlanden. Maar hoe lang gaat dat nog duren? Er zijn nú problemen.”

Over de haalbaarheid heeft de voormalige VVD-leider weinig twijfel. Hij verwacht dat er geen belastinggeld bij hoeft. De bouw kost 1,8 miljard euro en dat moeten de energiebedrijven betalen. Beleggers zijn er genoeg, verwacht Nijpels. „Dit is een zéér stabiele belegging voor de Nederlandse economie. Er zijn 84 plekken voor energieopslag in het buitenland. Die worden bijna allemaal commercieel geëxploiteerd. Dat zegt toch genoeg.”

Alle reden voor het kabinet om, aldus Nijpels, het nut van „witte steenkool” in te zien. „In 2020 moet van alle energie 20 procent duurzaam worden opgewekt. Om dat te halen, zal minister Van der Hoeven haar trainingspak moeten uittrekken. Grootschalige opslag van energie is essentieel voor de ontwikkeling van duurzame energie.”