Kranten te koop

PCM, het bedrijf dat nu nog de drie Nederlandse ‘kwaliteitskranten’ uitgeeft (Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad) heeft één voordeel: de uitgever heeft – voorzover ik weet – zich nooit met de redactionele inhoud bemoeid. (Ik zet kwaliteitskrant tussen aanhalingstekens. Het woord smaakt te veel naar een hybris, een zelf toegekende onfeilbaarheid). De redacties zijn onafhankelijk, in alle opzichten. Ze bestaan uit journalisten die hun baan te danken hebben aan hun ervaring, vakmanschap, schrijftalent, kennis van zaken. Ze doen onbevooroordeeld verslag van de actualiteit, ze voegen er hun analyse en opinie aan toe, ongeacht wat de directie, de aandeelhouders, de regering, de politiek, de zwijgende meerderheid daarvan mogen vinden. De redactie van een dagblad of weekblad is een instituut dat, met aanpassing aan de steeds veranderende tijd, zichzelf continueert. Dat kan ze doen dankzij het globale vertrouwen van een grote groep lezers, die weer adverteerders trekt. Zo blijft het dag- of weekblad door de jaren heen een hecht instituut.

Door commercieel wanbeheer gedwongen, staat PCM nu op het punt deze drie kranten te verkopen. Aan wie? Dat is niet duidelijk. Voorzover we weten hebben zich drie partijen aangediend: de Belgische Persgroep, een mediaconcern dat wordt geleid door Christiaan van Thillo, de Rotterdamse investeringsmaatschappij HAL, en de Weekbladpers, die onder andere Vrij Nederland, Opzij, en Voetbal International uitgeeft. Wat zouden de toekomstige eigenaren met hun verworvenheden gaan doen? Dat weten zij misschien, maar verder niemand. Dit betekent dat het onafhankelijk instituut van deze dagbladen aan het particuliere, ongecontroleerde inzicht van de nieuwe eigenaar is overgeleverd.

Van Thillo staat bekend als iemand die verstand heeft van dagbladen en bovendien een genadeloze saneerder is. Met kleinere redacties zou het ook kunnen. Dat moet proefondervindelijk worden bewezen. Bovendien zou hij deze krant of de Volkskrant willen doorverkopen. Aan wie? Aan De Telegraaf, zeggen de geruchten. Waarom niet aan Rupert Murdoch, de Australische mediatsaar die weet hoe hij redacties naar zijn hand moet zetten. Of aan de HAL waarvan wordt gezegd dat die een Rotterdamse traditie vertegenwoordigt? Of aan de Weekbladpers die ook van plannen tot doorverkoop wordt verdacht?

Op het eerste gezicht heeft de zwaar bedreigde partij van de oude gedrukte kranten niet veel meer in te brengen; zou er dus het verstandigst aan doen haar mond te houden en er het beste van te hopen. Dit is de wijsheid van de dag. Door de crisis wordt ook de economische basis van de gedrukte pers ernstig aangetast. Met de gratis kranten en internet heeft het publiek al genoeg nieuwsbronnen, het kan de overvloed niet meer aan. En als je op een digitale krant iets leest wat je niet bevalt, kun je dat onmiddellijk laten weten. Van die faciliteit wordt dankbaar gebruik gemaakt. De internetkrant Nu.nl, een serieus nieuwsmedium, stelt de lezers in staat te reageren in de rubriek Nu jij. Je weet vaak niet wat je leest. Hier heeft de zwijgende meerderheid duidelijk een stem gekregen. Nooit in de geschiedenis hebben zoveel zwijgende mensen een zo oorverdovend kabaal gemaakt.

Maar wat voor soort publieke opinie willen we dan hebben? Het klinkt langzamerhand wat ouderwets, maar een democratie kan alleen behoorlijk functioneren bij de gratie van een goed geïnformeerde burgerij. Die laat zich van de toestand en de vooruitzichten in stad, land en wereld op de hoogte stellen door de experts van de drukpers en de televisie. De afgelopen halve eeuw zijn de media in het algemeen steeds luchtiger geworden, hebben zich meer toegelegd op entertainment, fun, emotie, en ook de waan van de dag. Dat is een aspect van hun strijd om hun bestaan. En meer dan ooit zijn de serieuze kranten de organen van – het hoge woord moet er maar uit – een elite. Dat is een relatief kleine groep mensen die er prijs op stelt van dag tot dag zo nauwkeurig mogelijk op hoogte te worden gesteld door objectieve redacties die hun vak verstaan. Het in stand houden van een uitgebreid net van buitenlandse correspondenten, plaatselijke verslaggevers, goed geïnformeerde journalisten in het Haagse circuit, specialisten in de economie – dat kost veel geld. Door de crisis en de digitale revolutie worden nu de serieuze kranten ernstig bedreigd. Zouden ze in hun wezen worden aangetast, dan zou daarvan onherroepelijk de publieke opinie het slachtoffer worden.

De neergang van de gedrukte media is internationaal. Objectieve nieuwsvoorziening en gefundeerde opinievorming zijn een openbaar belang, een publieke voorziening zoals die van gas, water en licht. In Amerika gaan stemmen op om het geheel van de serieuze gedrukte media tot een groot instituut zonder winstoogmerk te maken, zoals scholen en universiteiten, of de openbare weg, waarvoor je misschien een basisbedrag aan tol zou moeten betalen. Voor Nederland lijkt het me een onpraktische gedachte. Zo’n voorstel zou eerst een hels kabaal veroorzaken en dan binnen een jaar vergeten zijn.

Deze krant en nrc.next die nu verkocht dreigen te worden, vormen op zichzelf een economisch gezond bedrijf met trotse redactie en een kritische, trouwe lezerskring. Mij dunkt dat deze basis stevig genoeg is om een poging tot verzelfstandiging te wagen.

Reageren kan op nrc.nl/hofland