Kat-en-muis spel met nuance

Traitor. Regie: Jeffrey Nachmanoff. Met: Don Cheadle, Guy Pearce, Neal McDonough. In: 25 bioscopen. ***

Elke religie heeft zo z’n uitwassen, memoreert FBI-agent Roy Clayton in de spionagethriller Traitor, het regiedebuut van scenarist Jeffrey Nachmanoff. Clayton vertelt zijn politiepartner Max Archer vervolgens dat de Ku Klux Klan qua gruwelijkheden een eeuw geleden weinig onderdeed voor de huidige moslimterroristen. Zo snijdt Nachmanoffs scenario - naar een idee van komiek Steve Martin - wel meer historische parallellen aan: „Once upon a time, it was the Americans who were terrorists against the British”.

Het hoofdpersonage van Traitor is Samir Horn, een man met een dubbele nationaliteit: zijn vader is Soedanees, z’n moeder Amerikaans. Hij groeide op in Jemen en bekeerde zich tot de islam nadat hij als jongetje zag hoe zijn vader stierf door een autobom. Hij is expert in explosieven en verkoopt Semtex aan wie dat wil hebben. Als hij zich aansluit bij een radicale moslimbeweging die Amerika lam wil leggen met aanslagen, krijgt hij de FBI achter zich aan.

Ook hier brengt Nachmanoff graag nuance aan. Agent Archer is het type eerst slaan, dan vragen stellen, zijn collega Clayton is bedachtzamer; niet voor niets is hij afgestudeerd in Arabische studies. Hoewel Clayton de motieven van Samir en zijn maten begrijpt, is hij vastbesloten hen te stoppen. De film neemt de vorm aan van een wereldwijd kat-en-muis-spel tussen Clayton en Horn, waarin duidelijk wordt dat Horn ooit een Amerikaanse 'Special Operation Officer’ was. Waar ligt nu zijn loyaliteit? Is hij meer moslim dan Amerikaan?

De poging alle partijen een stem te geven is lovenswaardig, maar deze opzet raakt na een boeiend eerste uur ondergesneeuwd omdat Traitor ook graag een spannende film wil zijn. Met veel montages tussen locaties en hijgerige achtervolgingen tot gevolg.