Italianen bouwen vier kerncentrales

Na 22 jaar gaat Italië weer in kernenergie. Premier Silvio Berlusconi en de Franse president Nicolas Sarkozy tekenden gisteren een akkoord om samen vier nieuwe kerncentrales te bouwen in Italië. De eerste moet in 2020 in werking zijn.

De Italianen besloten in 1987 na een referendum te stoppen met kernenergie, na de ramp met de centrale in Tsjernobyl. Bij zijn aantreden vorig jaar beklemtoonde premier Berlusconi al dat Italië niet zonder kernenergie kan. Het land is voor 80 procent van zijn energievoorziening afhankelijk van het buitenland. Gisteren tijdens de gezamenlijke persconferentie met Sarkozy zei Berlusconi dat kernenergie schoon en veilig te produceren is.

Het Frans-Italiaanse akkoord betreft ondermeer een principeovereenkomst tussen het Franse elektriciteitsbedrijf EDF en de Italiaanse branchegenoot Enel om samen vier centrales van elk 1.660 megawatt te bouwen. De reactoren zijn van het nieuwste type, de EPR (European Pressurized water Reactor), die EDF met landgenoot Areva heeft ontwikkeld. EDF bouwt zo’n type in Flamanville in Normandië. Ook Finland bouwt er een.

Enel heeft een belang van 12,5 procent in het project. Verder kwam het bedrijf met EDF overeen dat Enel ook een belang van 12,5 procent krijgt in de bouw van een vergelijkbare centrale in Penly in Normandië.

Het voornemen van Berlusconi opnieuw kerncentrales te bouwen moet nog worden goedgekeurd door het parlement, waarin hij beschikt over een ruime meerderheid. De centrum-linkse oppositie is tegen kernenergie. De Groenen beloven een nieuw referendum te organiseren.

In 2030 hoopt de Italiaanse regering dat kernenergie in 25 procent van de nationale energiebehoefte zal voorzien. Italië haalt nu veel van zijn olie en gas uit Rusland, Algerije en Libië. Het opwekken van zonne-energie is nog nauwelijks van de grond gekomen. Windenergie en waterkrachtcentrales zijn al verder ontwikkeld.