Giechelen om de billen van Kiki

In Den Haag is een expositie te zien over fotograaf en vrouwenliefhebber Man Ray.

De nadruk ligt niet op Rays bekende foto’s, maar op zijn conceptuele werk.

Een creatieve, humoristische vrouwenminnaar. Dat is de Man Ray (1890-1976) die velen kennen. Neem La Prière, de uiterst sobere zwart-witfoto uit 1930 van een geknielde vrouw van wie alleen het achterwerk is te zien, de handen vlak onder de bilnaad in gebed gevouwen. Of het wereldberoemde Le Violin d’Ingres, het beeld dat Ray in 1924 in Parijs maakte van zijn minnares Kiki de Montparnasse (Alice Prin). Hij fotografeerde haar op de rug, het hoofd in een doek gewenteld, op haar rug staan twee vioolsleutels getekend. Met een simpele ingreep toverde hij haar lichaam om tot een cello.

Juist deze beelden zijn niet te zien op de expositie Zorgeloos, maar niet onverschillig over Man Ray in het Fotomuseum in Den Haag. Ook zijn bekende avantgardefilms ontbreken. Wel hangt er een ruwe schets van Le Violin d’Ingres, liggen er ontwerpen voor een lampekap en een schaakspel in de vitrines en hangen er vele foto’s van bekende en minder bekende kunstenaars en artiesten. De bedoeling van deze expositie is om vooral de minder bekende kant van Ray, die in 1890 in de Amerikaanse stad Philadelphia werd geboren als Emmanuel Radnitzky, uit te lichten: die van conceptueel kunstenaar.

De meer dan driehonderd voorwerpen die nu in het Fotomuseum worden getoond, zijn door de curatoren John Jacob en Noriko Fuku geselecteerd uit de nalatenschap van Ray. Behalve de genoemde kunstvoorwerpen is ook een aantal van zijn persoonlijke eigendommen te zien, waaronder zijn wandelstokken en zijn bolhoed. De expositie is zo opgezet dat de bezoeker het leven van Ray in vier fases volgt. Het zijn periodes die nauw verbonden zijn met de steden – New York, Parijs, Los Angeles – waar de kunstenaar in zijn leven woonde. Zo zie je hoe hij als beginnend kunstschilder in New York werd beïnvloed door het kubisme en hoe hij zich, als hij Marcel Duchamp volgt naar Parijs waar hij wordt opgenomen in de kringen van dadaïsten en surrealisten, begint te richten op fotografie.

Die eerste fase in Parijs – de stad waar hij na een periode in Los Angeles te hebben gewoond op latere leeftijd naar terugkeert – is een van zijn creatiefste periodes. Los van de vele kunstenaarsportretten maakte hij in die tijd collages en films en gebruikt hij de solarisatie-techniek (een methode, bij toeval ontdekt door zijn minnares en leerling Lee Miller, om tinten op een foto gedeeltelijk te draaien).

Die opzet, om via verschillende plekken het creatieve proces van Man Ray te volgen, werkt goed. Maar toch is deze collectie maar moeilijk te doorgronden. Dat heeft te maken met het verhaal achter de nalatenschap.

Een aantal jaar na de dood van Man Ray in 1976 richtten de broers van Rays weduwe Juliet Browner de Man Ray Trust op met als doel om zijn werk te bewaren. Om fiscale redenen moest Juliet een groot deel van deze collectie afstaan aan het Centre Pompidou. Ook werd er werk verkocht aan veilinghuis Sotheby’s. Wat overbleef, waren vooral kopieën van vintage afdrukken en objecten van geringe marktwaarde.

Dat Jacob en Fuku uit die collectie toch een expositie hebben samengesteld, getuigt van moed. Want het resultaat is een tentoonstelling die vooral de nadruk legt op de ideeën van Ray. Voor wie het dadaïsme een warm hart toedraagt, hoeft dit geen belemmering te zijn. De aanhangers van deze stroming, waaronder Ray zelf, dreven de spot met de waarde van een kunstwerk. Voor hen was het idee minstens zo belangrijk als het kunstwerk zelf. Maar daarmee is deze tentoonstelling uiteindelijk vooral geschikt voor de fijnproever: voor degene die de nuances in het denken van Man Ray wil doorgronden.

Voor degenen die vooral op zoek blijven naar de lichtvoetige vrouwenliefhebber is er maar één onverwacht cadeautje: de vier expliciet pornografische foto’s waarop de kunstenaar, op verschillende wijzen, de liefde bedrijft met Kiki. Zelfs nu, tachtig jaar later, wordt er nog giechelend langsgelopen.

Tentoonstelling

Man Ray, ‘Zorgeloos, maar niet onverschillig’. Fotomuseum Den Haag. T/m 19 april. fotomuseumdenhaag.com