Deeltijdwerker is op vrijdag net zo moe als de rest

Werken in deeltijd neemt de laatste jaren sterk toe.

Per uur wordt er harder gewerkt voor minder geld.

Toen Maurice Kimman (40) vijf jaar geleden probeerde een voltijdbaan als algemeen directeur met zijn gezin te combineren, ging het mis. Op 37-jarige leeftijd kwam hij erachter dat zijn gezin hem nauwelijks meer interesseerde. „Ik had geen zin om na mijn werk naar huis te gaan”, zegt Kimman. Hij zegde zijn baan op en startte Parttimecarriere.nl, een werving- en selectiebureau gespecialiseerd in deeltijdwerkers. Ook zijn vrouw werkt inmiddels in deeltijd. Zo zijn inkomen en gezinsleven weer in balans, zegt hij nu.

Werken in deeltijd wordt steeds populairder. In de afgelopen twintig jaar is het gemiddelde aantal uren dat Nederlanders werken gedaald van 37 naar 31, volgens berekeningen van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA). Ook is het aantal paren waarvan ten minste een van de twee partners parttime werkt de afgelopen tien jaar met 40 procent toegenomen.

Waar uit de cijfers blijkt dat deeltijdwerk steeds normaler wordt, ervaart Maurice Kimman in de praktijk weerstand. Werkgevers staan niet te springen om mensen in deeltijd aan te nemen. Liever streven ze naar een werkweek van 40 uur, uit angst voor verlies aan arbeidsproductiviteit. De aanwezigheid van werknemers staat synoniem voor hard werken, zegt hij. Zeker leidinggevenden praten niet over deeltijdwerken, volgens Kimman. „Regelmatig coach ik directeuren die in tranen uitbarsten, omdat ze hun leven anders willen indelen, maar dat niet durven.”

Oud-hoogleraar Human Capital Valuation Gerard Evers, nu directeur van OSA, weerspreekt dat deeltijdwerken per definitie gelijk zou staan aan lagere arbeidsproductiviteit. OSA-onderzoek onder diverse managers van de gemeente Den Haag toont aan dat werken in deeltijd tussen bepaalde marges juist leidt tot een hogere arbeidsproductiviteit. Volgens Evers ligt het optimale productiviteitsniveau van hoogopgeleide werknemers eerder tussen de 32 en 36 uur.

Deeltijdwerkers dreigen volgens Evers inkomen mis te lopen, omdat ook werkgevers inmiddels het optimale productiviteitsniveau van 32 tot 36 uur kennen. Met de kennis over arbeidsproductiviteit in het achterhoofd bieden sommige bedrijven medewerkers contracten aan voor 32 uur. Evers: „Ze weten dat werknemers in de praktijk toch wel 35 uur werken.”

Voorwaarde voor flinke groei in het aantal uren dat in deeltijd wordt gewerkt, is dat „werknemers privé en werk makkelijker op elkaar kunnen afstemmen”, zegt Pia Dijkstra, voorzitter van de Taskforce DeeltijdPlus. Het zogenaamde anytime werken en ‘Do the Job’ contract is het nieuwste wapen om werkgevers tot meer flexibiliteit te bewegen. Het ‘Do the Job’ contract is formeel een arbeidscontract voor 24 uur, maar informeel bindt de werknemer zich aan een resultaatdoelstelling. In ruil hiervoor krijgt hij de vrijheid het werk te verrichten wanneer dat hem uitkomt.

Maurice Kimman ziet dat inmiddels 75 procent van de parttimers in zijn bestand zo wil werken. „Onze deeltijdwerkers vinden het niet erg om, als de kinderen naar bed zijn, e-mails te beantwoorden.”