De man en het plan

Het lijkt al weer een eeuwigheid, gelet op het enorme aantal initiatieven dat hij al heeft ontplooid. Maar Obama is toch echt pas vijf weken president van Amerika. In die maand heeft hij een stimuleringspakket ter waarde van 787 miljard dollar door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat geloodst. De eerste ‘honderd dagen’, die zijn voorganger Roosevelt in 1933 gebruikte om een plan tegen de crisis te concipiëren, zijn hem te lang.

Vannacht heeft Obama de gezamenlijke kamers van het Congres toegesproken. De rede heeft dit keer de status van een soort State of the Union, omdat die reguliere toespraak in januari niet op de agenda staat in een jaar waarin de macht is overgedragen. Obama ontvouwde zijn drie prioriteiten. Die zijn vooral binnenlands van aard, te weten duurzame energie, onderwijs en gezondheidszorg. Aan buitenlands beleid wijdde de president opvallend weinig woorden.

De boodschap lag deels besloten in de retoriek. Obama koos voor patriottische strijdbaarheid. „Dit is Amerika. We doen niet wat makkelijk is. We doen wat noodzakelijk is.”

Een montere toon is inderdaad geboden, juist omdat de kredietcrisis ten dele ook een vertrouwenscrisis is. Hoop op betere tijden lijkt te vervliegen. Het consumentenvertrouwen is lager dan ooit. De huizenprijzen zijn nog sneller dan voorzien gedaald. Ook de markten reageren wispelturig. Na een optreden van centraal bankier Bernanke voor de Senaat veerden de beurzen gisteren op. Hij had gezegd dat de economie, als de plannen goed uitpakken, dit jaar uit het dal kruipt. Zo niet, dan wordt de crisis juist dieper dan voorspeld. Boud gesteld zei Bernanke dat de plannen goed zijn, behalve als blijkt dat ze toch niet goed zijn. Wall Street hoorde alleen het eerste deel van de zin.

Maar optimisme is niet hetzelfde als realiteitszin. Opiniepeilingen in de VS wijzen uit dat de bevolking meer vertrouwen heeft in de persoon Obama dan in het plan van Obama.

De president lijkt zich bewust van die discrepantie. Niet toevallig heeft hij beloofd dat het overheidstekort, dat nu door het stimuleringsplan nog sneller stijgt dan onder Bush, over een paar jaar al wordt aangepakt. Onder meer door de belastingverlagingen van Bush voor de hoogste inkomens terug te draaien en door extra budgettaire bezuinigingen.

Maar Obama wenst niet op wetgeving alleen te gokken. De uitvoerende macht moet op alle niveaus actief interveniëren. Zijn keuze voor vicepresident Biden als supervisor over de besteding van het stimuleringsplan wijst daarop. Biden, die door Obama als ‘running mate’ was aangezocht om zijn gebrek aan buitenlandse ervaring te compenseren, wordt nu een operationele vicepresident voor binnenlands beleid. De buitenlandse politiek vertrouwt Obama kennelijk in grote mate toe aan minister Clinton. Die taakverdeling roept het beeld op van een regering waar de verschillende politieke taken en verantwoordelijkheden zijn gedelegeerd. Dat is een verstandige keuze. Monarchale alleenheerschappij biedt in deze crisistijden ook in de VS geen soelaas.