Britse notulen over inval Irak niet openbaar

De Britse regering heeft gisteren een veto uitgesproken over de openbaarmaking van de notulen van twee omstreden kabinetszittingen in maart 2003 over de deelname aan de inval in Irak.

Vorige maand had een tribunaal de regering gemaand de notulen vrij te geven. Minister van Justitie Jack Straw informeerde het Lagerhuis gisteren dat hij dit vonnis naast zich neerlegt „in het openbaar belang”. Volgens hem is het land meer gediend met de handhaving van vertrouwelijkheid bij kabinetszittingen dan met de openbaarmaking van de notulen. Gewoonlijk komen zulke notulen pas na dertig jaar vrij.

Op grond van de zogeheten Freedom of Information Act, ingevoerd onder de vorige premier, Tony Blair, kan de regering een veto uitspreken over openbaarmaking van bepaalde informatie. Het is voor het eerst dat ze van deze mogelijkheid gebruikmaakt.

Tijdens de zittingen van 13 en 17 maart 2003 bespraken de ministers de juridische grondslag voor de omstreden inval in Irak. Op 17 maart schaarde het kabinet zich achter het oordeel van Lord Goldsmith, Blairs belangrijkste juridische adviseur, dat de oorlog gerechtvaardigd was. Later bleek dat Goldsmith op 13 maart nog ernstige twijfel had over de juridische basis. Het is nooit duidelijk geworden waarom hij zo snel van mening is veranderd.

Het Nederlandse kabinet zal Straws besluit met belangstelling hebben vernomen. Premier Balkenende hield een onderzoek naar de Nederlandse besluitvorming omtrent ‘Irak’ lange tijd af. Maar begin deze maand stemde hij uiteindelijk toch in met een onafhankelijk onderzoek door een speciale commissie onder leiding van oud-president Willibrord Davids van de Hoge Raad. Balkenende verwees destijds in de Tweede Kamer naar het oordeel van de Britse regering, dat de inval juridisch was gerechtvaardigd.

Veel Lagerhuisleden, ook van de Labour Partij, reageerden gisteren teleurgesteld. Zij stelden dat de regering beter opening van zaken kan geven, omdat de besluitvorming het vertrouwen van velen in de politieke leiding van hun land heeft aangetast. Ook zou de regering met haar besluit het volkenrecht hebben ondergraven.

Het Lagerhuislid Andrew MacKinlay (Labour) zei hevige spijt te hebben dat hij de verklaringen van Blair en de zijnen over de militaire dreiging van Irak had geloofd. „Ik zal dat betreuren tot de dag van mijn dood. Ik had ze nooit van zijn leven moeten vertrouwen.”

Straw kreeg op het punt van de notulen echter steun van de Conservatieven. Wel drong de grootste oppositiepartij aan op een nieuw grondig onderzoek naar de besluitvorming omtrent de Britse deelname aan de inval in Irak.