'Boswandeling is al levensreis'

In kinderfilm ´Kikkerdril´ laat Simone van Dusseldorp buspassagiers ritmisch kuchen, rupsen hupsen en twee kinderen op avontuur gaan.

Regisseur Simone van Dusseldorp Foto Maurice Boyer Simone van Dusseldorp filmmaakster van oa. Diep en Kikkerdril Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 24-2-2009 Boyer, Maurice

Ze wilde een roadmovie voor kinderen maken. Zonder volwassenen. En met liedjes. Dat was het uitgangspunt voor Simone van Dusseldorps Kikkerdril, een innemend hoogtepunt in haar veelzijdige oeuvre dat sinds zij aan de Rietveld Academie afstudeerde zowel experimentele korte films als Exit (2002) omvat, als het impressionistische relaas over seksueel ontwaken in de jaren zeventig in Diep (2005).

Kikkerdril schreef en regisseerde Van Dusseldorp (Tilburg, 1967) helemaal met de belevingswereld van haar eigen dochter in het hoofd. Ze lacht: „Dit is de eerste film die ik voor een doelgroep heb gemaakt. Voor kinderen van die leeftijd is een boswandeling al een levensreis.”

In Kikkerdril lopen de zevenjarige Max en zijn vriendinnetje Jesse van huis weg om kikkerdril te vinden voor Max´ broertje Jannus die z´n amandelen moet laten knippen in het ziekenhuis. Twee stadse kinderen die liever ontdekken hoe de pannen bij dorpse oma in de keuken rammelen, buspassagiers ritmisch kuchen, rupsen hupsen, en biggetjes knorren. De film zit mede dankzij het naturelle acteerwerk van de kinderen vol droogkomische dialogen: Jesse: „Wil je m´n vriend zijn?” Max: „Nee, want ik hou niet van roze.” Jesse: „Ik wel. Maar je mag toch met me spelen.” Max: „Maar ik heb haast.”

Is het gras echt zo groen in Nederland?

Haha. Dit gras wel. Meestal. De lucht was niet altijd zo blauw. Dat hebben we wel een beetje bijgekleurd. Ik vind het fijn als de omgeving wat abstracter is. De stad is kaal en strak en de natuur is groen. Dat is ook een soort heimwee naar de natuur natuurlijk. Er mocht in de stad geen boom en geen glimpje groen te zien zijn. Maar ook geen auto’s. Ik hou van die leegte.

Kinderen zijn onvoorspelbare elementen bij het maken van een film. Laat staan al die onberekenbare kikkers, padden, egeltjes, slakken, rupsen. Hoe ging dat?

We hebben een beestendag gehouden. Er zijn niet alleen mensen die honden trainen voor de film, maar ook die insecten voor dat doel houden. Die hebben allemaal kevertjes in bakjes. De uil vloog bij het eerste shot al weg. Je moet heel veel geduld hebben. Je zou het niet zeggen, maar het was een heel risicovol project. Je heb twee kinderen van zeven en als die geen zin meer hebben, dan heb je geen film. Je kunt ze niet zoals volwassen acteurs contractueel verplichten.

Alles staat of valt met de casting van die kinderen. Hoe voorkomt u dat ze teveel aan de schattigheidsfactor appeleren?

Toen ik Nino den Brave zag, wist ik meteen dat hij Max was. Hij had een enorme energie en fantasie. Hij is een geboren acteur. En hij is niet zo´n standaard mooi kind. Mijn producent had wel wat twijfels over die schele ogen, hoe dat zou uitwerken als hij niet goed in de camera kon kijken. Hij had wel een brilletje, maar dat vond ik iets teveel Harry Potter. Maar ik was meteen overtuigd.

U film is heel muzikaal.

De liedjes wilde ik per se. Ik merkte dat als mijn dochter televisie keek haar aandacht elke keer werd vastgehouden als er liedjes of muziek kwamen. Dan ging ze meedansen of meedoen. Het moesten nummers zijn die ontstonden uit de scène. Het kuchlied in de bus is daar het meest extreme voorbeeld van. En ik wilde heel graag een keertje Fay Lovski te werken. Er hebben zeven componisten aan de film mee gewerkt.

Waarom zitten er geen ouders in de film?

Het gaat niet over de ouders, het gaat over de kinderen. In de scenariofase is geopperd: moeten die ouders de kinderen niet zoeken? Maar dat zou alleen maar problematiseren en afleiden. Aan het einde komt het toch goed?

Kikkerdril draait momenteel in 91 steden.