Bevrijding door China geen feestdag voor Tibet

Voorafgaand aan de herdenking van de onlusten van vorig jaar, heeft Peking Tibet op slot gedaan. Monniken zijn boos. „De situatie is niet verbeterd”.

In de heiligste want hoogstgelegen tempel van het Longwusi-klooster staat monnik Qu Zhang bij het offeraltaar voor een verboden foto van de Dalai Lama waarvoor tientallen kaarsjes van yakboter branden. Qu, een forse vijftiger, praat op zachte toon met een Tibetaans gezin dat fruit en een paar bankbiljetten komt offeren. Hij kijkt verstoord op als hij het buitenlandse bezoek opmerkt. Zijn blikken in de richting van de Chinese tolk die de buitenlander begeleidt, stralen onverholen vijandigheid uit.

De Chinese tolk moet na enig heen en weer gepraat met een jonge monnik de tempel verlaten. Zij wordt niet vertrouwd. Dan gebaart Qu zijn buitenlandse gast om mee te komen. Hij loopt een houten trap op naar een zoldervertrek boven in de tempel waar een geschilderd portret van de Dalai Lama hangt. Qu wijst door een venster naar buiten: „Daar in de bergen zijn duizenden soldaten gelegerd. Ze zijn zelfs uit Shanghai, Chongqing en Peking gekomen om ons er onder te houden”.

Het Longwusi-klooster is een 700 jaar oud tempelcomplex op twee kilometer afstand van het stadje Tongren in de provincie Qinghai. Het is een toeristische trekpleister maar sinds maart vorig jaar blijven de buitenlandse bezoekers weg. De manager van het China Telecom hotel in het centrum van Tongren is blij dat er eindelijk weer eens een gast een kamer boekt. Achter zijn hotel marcheert ’s morgens vroeg een groep soldaten met schilden de atletiekbaan op in een klein stadion. Ze krijgen commando’s die ze naschreeuwen en voeren kungfu-oefeningen uit. „Ach, dat doen ze al en jaar zo. We zijn er aan gewend”, lacht de manager.

Met de preventieve ordemaatregelen rond Tongren willen de Chinese autoriteiten kennelijk herhaling voorkomen van de grootschalige onlusten een jaar geleden. In maart 2008 gingen monniken in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa de straat op naar aanleiding van de 49-ste herdenkingsdag van de grote Tibetaanse opstand tegen de Chinese annexatie. De onlusten sloegen over naar de kloosters in de aan Tibet grenzende provincies Gansu, Yunnan, Sichuan en Qinghai die ooit deel uitmaakten van het Groot-Tibetaanse rijk. Volgens de Chinese overheid kwamen 19 Tibetanen om het leven. Organisaties van Tibetaanse ballingen claimen dat het aantal dodelijke slachtoffers veel hoger ligt.

Ook in het Longwusiklooster en het nabijgelegen Wutunsiklooster viel het leger binnen, op zoek naar wapens en afbeeldingen van de Dalai Lama. Tweehonderd monniken werden opgepakt. Op dit moment is een van hen nog steeds niet vrijgelaten.

„Ze hebben de boel hier met hun geweerkolven kort en klein geslagen en een metershoge beschilderde banier, een tangka, waarop de Dalai Lama was afgebeeld, meegenomen. Drie jaar was er aan die tangka gewerkt,” zegt monnik Qu Zhang. Het klooster was tot de afloop van de Olympische Spelen door een cordon van drieduizend soldaten van de buitenwereld afgesloten. Qu: „De situatie is er niet veel beter op geworden. Het leger mag dan nu vrijwel onzichtbaar zijn. Maar het effect is hetzelfde”.

China houdt er rekening mee dat volgende maand opnieuw onlusten kunnen uitbreken in de Tibetaanse regio. De Chinese overheid heeft 28 maart, de dag van de Tibetaanse annexatie, uitgeroepen tot een nationale feestdag. China viert dan dat zijn leger vijftig jaar geleden het Tibetaanse volk heeft „bevrijd van een eeuwenoud feodaal regime”. Voor de Tibetanen is deze nieuwe feestdag een regelrechte provocatie. Voor hen is 10 maart een dag om te herdenken. Vijftig jaar geleden werd op die dag de grote Tibetaanse volksopstand tegen het Chinese gezag bloedig neergeslagen door het Chinese leger. Honderden Tibetanen zijn hierbij gedood. De Dalai Lama, vermomd in legeruniform, ontkwam over de Himalaya naar Dharamsala in Noord-India waar hij nog steeds in ballingschap woont.

Na dit bloedbad vertrokken duizenden Tibetanen in de diaspora en begon de migratie van miljoenen Han-Chinezen die door de Chinese overheid naar Tibet werden gestuurd om de economie op te bouwen.

Omdat China anticipeert op Tibetaanse onlusten in maart is Tibet al vanaf 25 januari gesloten voor buitenlandse toeristen. De Qinghai-Lhasa expres, de trein over het hoogste traject ter wereld, rijdt nog wel, maar alleen voor Chinezen. De kloosters in Qinghai zijn voor toeristen en de internationale pers weliswaar toegankelijk maar de opstandige kloosters in Gansu, waaronder het beroemde Labrangklooster op anderhalf uur rijden van Tongren, zijn verboden gebied: de reisbureau’s hebben opdracht gekregen geen excursies met buitenlanders te organiseren.

Zes kilometer van Tongren ligt het Wutunsiklooster. Het dankt zijn bekendheid aan de bijzonder mooie tangka’s en mandala’s – cirkelvormige symbolische voorstellingen van de kosmos – die door de monniken worden geschilderd. Naast het klooster woont Zhaxi Lamu, echtgenote van tangka schilder Yuandan Jiancuo. Zij reikt een kopje bloementhee aan en zet een schaal bevroren peren op tafel. Zhaxi vindt dat het leven van de meeste Tibetanen er sinds de komst van de Chinezen enorm op vooruit is gegaan. „Onze kloosters en tempels zijn met geld van de Chinese overheid gerestaureerd en als er ergens geld voor moet komen dan kunnen we altijd aankloppen bij de lokale overheid”.

Haar twee kinderen gaan in Tongren naar een openbare school. „Het is een school waar ook de kinderen van Han-Chinezen naar toe gaan. Chinees is de eerste taal en Tibetaans een bijvak. We spreken thuis Tibetaans maar als mijn kinderen later iets willen bereiken, zullen ze toch echt perfect Chinees moeten spreken. Mijn kinderen zijn en blijven Tibetaans maar we moeten simpelweg accepteren dat hun toekomst in China ligt”.

In het nabijgelegen Wutunsi klooster wordt daar anders over gedacht. Xiawu Chairang (40) werkt in zijn atelier met uitzicht op een kleine binnentuin aan een mandala waarop tweehonderd boeddha's staan afgebeeld. Volgens hem weet de Chinese overheid dat het invoeren van een nationale feestdag op 28 maart de Tibetanen woedend maakt. „Ze willen ons er onder houden en duidelijk maken wie hier de dienst uitmaakt”.

De monniken van Wutunsi en andere nabijgelegen kloosters zullen volgens Xiawu het Tibetaanse Nieuwjaarfeest vandaag overslaan. In Tibet vieren de meeste Tibetanen dit feest eind februari, een maand na het Chinese nieuwjaarsfeest. Xiawu ontkent dat de monniken hierbij gevolg geven aan een oproep van de Dalai Lama om de viering van vandaag te boycotten uit piëteit voor de slachtoffers die vorig jaar zijn gevallen bij de rellen van vorig jaar. „Afgelopen september is de broer van de Dalai Lama overleden. Wij rouwen nog en hebben daarom het nieuwjaar slechts bescheiden en zonder uiterlijk vertoon gevierd”.

Maar dat de viering sterk is gepolitiseerd blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat vorige week in Lithang in de provincie Sichuan 24 Tibetanen werden opgepakt bij een demonstratie tegen de arrestatie van een Tibetaan die openlijk had opgeroepen tot een boycot van het Chinese nieuwjaarsfeest. Xiawu denkt niet dat in de kloosters rond Tongren dit jaar onlusten zullen uitbreken. „Het leger is te dichtbij”. Toch laten de monniken het portret van de Dalai Lama hangen. „Diep in ons hart willen we nog steeds ons eigen Tibet, zij het met behoud van onze huidige levensstandaard. We weten dat we geen internationale steun krijgen voor een onafhankelijk Tibet en dat de onderhandelingen met China over meer vrijheid voor onze religie, taal en cultuur, op niets zijn uitgelopen. Maar zolang de Dalai Lama geen akkoord heeft bereikt, zal het hier onrustig blijven. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurt als de Dalai Lama overlijdt zonder te zijn geslaagd in zijn missie”.