Belastingparadijzen onder vuur

Het begint er vervelend uit te zien voor een paar van de mooiste plekken op aarde. De politieke wil om tot een scherper toezicht te komen heeft nieuwe doelwitten geselecteerd, die verder liggen dan de wolkenkrabbers van New York en Londen. Nu zijn de fraaie Alpentoppen en de weldadige azuurblauwe stranden aan de beurt, waar populaire belastingparadijzen zijn gehuisvest.

De aanvallen op deze exotische oorden zijn op zichzelf niet nieuw. Zwitserland voelt al tientallen jaren de druk van zijn buurlanden. Maar de intensiteit daarvan is rond de millenniumwisseling toegenomen. Spierballenvertoon van de Verenigde Staten had vorige week succes, toen Amerikaanse opsporingsambtenaren een lijst met 250 bankcliënten wisten los te peuteren van de Zwitserse autoriteiten, nadat de Zwitserse bank UBS had toegegeven Amerikanen te hebben geholpen bij het ontduiken van de belastingen. Dat heeft de zorgen over de toekomst van de private-bankingactiviteiten in het land doen toenemen.

Deze juridische triomf heeft wat ooit een gestaag tromgeroffel tegen belastingparadijzen – en de individuen en bedrijven die er gebruik van maken – is geweest, omgetoverd in een donderende echo. De Britse premier Gordon Brown is begonnen aan te dringen op een mondiale klopjacht, voorafgaand aan de G20-top in Londen. De meeste rijke landen kijken tegen stijgende begrotingstekorten aan. Dat de inspanningen worden verdubbeld om de misgelopen belastinginkomsten alsnog te innen, ligt voor de hand. Nu het sentiment tegen de hebzucht een koortsachtig niveau heeft bereikt, doet de begeleidende retoriek het goed bij de massa’s.

De landen die het meest in aanmerking komen voor verscherpt toezicht zijn Liechtenstein, Monaco en Andorra. Zij worden door de OESO nog steeds als ‘schurkenstaten’ beschouwd in de strijd om een eerlijke belastingheffing. Dat geldt ook voor Bermuda en plekken die dichter bij huis liggen, zoals de Britse Kanaaleilanden Jersey en Guernsey. De Amerikaanse president Barack Obama had het tijdens zijn verkiezingscampagne gemunt op de Kaaimaneilanden, en merkte op dat één gebouw daar 12.000 Amerikaanse bedrijven herbergt – waardoor „het moet gaan om het grootste gebouw of om het grootste belastingschandaal ter wereld”. Singapore ligt misschien iets verder buiten het vizier, maar ook weer niet zó ver dat de beschermingsconstructies aldaar in het huidige klimaat niet evenzeer zouden kunnen eroderen.

Maar de autoriteiten staat een lange uitputtingsslag te wachten. Als de fiscale stimulering eenmaal achter de rug is en de normale conjunctuurcyclus zijn ritme heeft hervonden, zullen de overheden de belastingtarieven voor de hoogste inkomensgroepen waarschijnlijk verhogen. De rijken veranderen echter niet zo snel, dus zullen zij blijven proberen de belastingen te ontduiken. Voor ieder belastingparadijs dat de G20 aan flarden weet te schieten, kan er op een andere plek weer een in de plaats komen.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com