Alfa's betalen voor toename beta's

Juist in tijden van recessie moet worden geïnvesteerd in het hoger onderwijs, vinden kenners. Maar gebeurt dat ook? Of wordt er bezuinigd?

Universiteiten willen, natuurlijk, dat er in deze tijden van recessie wordt geïnvesteerd in onderwijs, onderzoek en in de kenniseconomie. Júíst nu, zeggen ze erbij.

Elke euro die in het onderwijs wordt geïnvesteerd levert vele euro’s op aan rendement, zeggen ook economen, andere wetenschappers en coryfeeën als Alexander Rinnooy Kan en ‘baas der wetenschappers’ Robbert Dijkgraaf.

Maar het is allerminst zeker dat het kabinet deze wens honoreert. Sterker, zegt onderwijsconsultant Peter Kwikkers, „het is niet ondenkbaar dat het kabinet bezuinigt op hoger onderwijs”. Kwikkers is een van de auteurs van het boek Geldstromen en beleidsruimte, dat vorige week werd gepresenteerd. Kwikkers rekent op minimaal 500 miljoen tot 1 miljard.

Behalve studenten – denk aan de grote kostenposten die het collegegeld en de studiefinanciering vormen – zouden ook universiteiten weleens de dupe kunnen worden van bezuinigingen. Die boodschap zou hard aankomen. De afgelopen maanden klaagden studenten steeds harder dat ze onvoldoende financiering krijgen. Diverse universiteiten zijn al bezig met stevige bezuinigingen.

Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) kan volgens zijn woordvoerder „in dit stadium” nog niets zeggen over eventuele maatregelen voor het hoger onderwijs, in afwachting van de plannen die het kabinet maakt om de economische crisis te bestrijden.

Tot voor kort was zijn boodschap steeds feestelijk. Nog nooit had een kabinet zo veel geld uitgegeven aan hoger onderwijs en onderzoek als het zijne.

Hoe kunnen de universiteiten zich dan zo afgeknepen voelen?

De cijfers van de rijksbegroting 2009 geven Plasterk gelijk. Voor alle universiteiten tezamen is tot nu toe een budget voorzien van 1,43 miljard euro voor onderwijs en 1,59 miljard voor onderzoek. Al jaren stijgen deze bedragen gestaag. In de rijksbegroting 2004 was 973 miljoen euro aan onderwijsgeld en 1,42 miljard aan onderzoeksgeld voorzien.

Voor een deel is deze stijging gebaseerd op het totale studentenaantal, dat tussen 2004 en 2009 met 14 procent is toegenomen. Universiteiten krijgen geld voor elke ingeschreven student. Maar de budgetten zijn óók gestegen doordat er geld uit andere potjes is overgeheveld naar het budget voor onderwijs en onderzoek. Dit geld is bijvoorbeeld bestemd voor huisvesting, en kan niet worden gebruikt voor onderwijs, maar verhoogt het totaalbedrag wel kunstmatig. Een ander deel van de toename van het budget, ongeveer 250 miljoen euro, zit in inflatiecorrectie.

Deze totaalcijfers wekken niet direct de indruk dat er bezuinigd is op het hoger onderwijs. Universiteitsbestuurders zien dat anders.

Zo krijgt de Radboud Universiteit Nijmegen, zoals alle universiteiten, al tien jaar zo’n zesduizend euro per student van de overheid. Studenten betalen zelf nog eens rond de 1.500 euro aan collegegeld. Daarmee heeft de universiteit de kosten voor een gemiddelde student wel gedekt.

Maar in Nijmegen is het aantal geneeskundestudenten verdubbeld ten opzichte van tien jaar gelden, zegt collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth. Ook het aantal bètastudenten is toegenomen. Dat is goed nieuws, omdat er al jaren wordt gerept van grote tekorten aan bètawetenschappers. Maar het zijn ook relatief dure studenten, bijvoorbeeld doordat ze gebruikmaken van kostbare faciliteiten.

Omdat de bekostiging per student hetzelfde is gebleven, moet het verschil ergens vandaan komen, zegt De Wijkerslooth. „Het gevoel is dat het bij letteren, sociale wetenschappen en rechten vandaan wordt gehaald.”

Wat ook meespeelt in de perceptie van de universiteiten, is dat een euro uit 2003 of 1998 niet evenveel waard is als een euro van nu. De inflatiecorrectie van 250 miljoen euro is lager dan de werkelijke inflatie, zegt universiteitenvereniging VSNU.

Gerekend naar het koopkrachtniveau van nu, zegt de VSNU, is het geld voor hoger onderwijs in het afgelopen decennium niet gestegen. Het onderzoeksgeld is zelfs gedaald. En het bedrag per student neemt sterk af.

Dan is er nog het probleem dat het aantal diploma’s sneller groeit dan het geld dat de universiteiten krijgen van de overheid – de zogenoemde wig. Studenten studeren steeds sneller. Dat was ook de bedoeling van de overheid en de universiteiten. Maar doordat studenten relatief korter op de universiteit blijven, daalt het budget dat universiteiten krijgen per student. Deze ‘bezuiniging’ loopt volgens de VSNU op tot 100 miljoen euro per jaar.

Ten slotte zijn de universiteiten nog niet helemaal bekomen van de ministeriële aankondiging uit 2007 dat er 100 miljoen euro wordt afgesnoept van de onderzoeksbijdrage die universiteiten krijgen van het Rijk. Dat geld gaat voortaan naar individuele onderzoekers. Volgens Plasterk kan dat geld evengoed weer bij een universiteit belanden als haar onderzoekers het beschikbare geld binnenhalen. Klopt, zeggen de universiteiten, maar hiermee wordt het wel steeds moeilijker om faciliteiten te bieden aan onderzoekers. Laboratoria voor onderzoeksgroepen, gebouwen en computers moeten ook ergens van worden betaald.

De minister en de universiteiten hebben allebei een beetje gelijk, zegt De Wijkerslooth. „De hoogleraar die zegt: ik werk hier nu al twintig jaar en er wordt permanent bezuinigd – dat is niet waar.” Maar de Nijmeegse mensen ervaren terecht een toegenomen druk, zegt hij. Het aantal medewerkers is ongeveer hetzelfde als tien jaar geleden. Maar zij moeten aan meer studenten doceren, publiceren meer wetenschappelijke artikelen en hebben meer werk aan het schrijven van een onderzoeksvoorstel.

De enige oplossing, zegt De Wijkerslooth, is investeren in hoger onderwijs.

Het woord is nu aan Plasterk.