Zie hier: een echte Nederlandse manager

Zodra Marokkanen in het nieuws zijn, weten de media Farid Azarkan (37) te vinden.

Hoe de golfende manager ‘beroepsmarokkaan’ werd.

Opeens was hij er, ruim een jaar geleden. En sindsdien komt Farid Azarkan (37) bij elke Marokkanenkwestie op televisie, op de radio, in de krant.

Vorige week nog in Nova. Azarkan werd gefilmd voor een Marokkaanse kruidenier en reageerde op het bericht dat de oplopende werkloosheid Marokkaanse Nederlanders onevenredig zwaar zal treffen.

„Onacceptabel”, zei Azarkan. „Die mensen moeten gewoon een baan hebben.” Daarna ging hij demonstratief de winkel binnen om een bosje munt te kopen.

Eind 2007 werd Farid Azarkan interim-directeur van het Samenwerkingsverband Marokkanen in Nederland (SMN). SMN behartigt al jaren de belangen van de Marokkaanse Nederlanders, maar was praktisch onbekend, zelfs bij insiders. „Ik geef toe”, zegt presentator Abdellah Dami, het gezicht van de Nederlandse Moslim Omroep, „een jaar geleden had ik ook nog nooit van SMN gehoord.”

Maar in februari van het afgelopen jaar stelde Azarkan zijn eerste persbericht op. Het Samenwerkingsverband Marokkanen in Nederland nam openlijk afstand van uitspraken van de Marokkaanse minister voor Migrantenzaken, Mohammed Ameur. Al snel kwamen er meer persberichten: bondige communiqués, met duidelijke standpunten. Over Wilders en zijn anti-Koranfilm Fitna. Maar ook met kritiek aan het adres van de fundamentalistische imam Fawaz Jneid. „Azarkan zocht actief de publiciteit”, vertelt Abdellah Dami: „En vaak haalde hij daarmee het nieuws.”

Een jaar later is Farid Azarkan een van de meest gevraagde en gezaghebbende commentatoren over Marokkaanse zaken. Bijna altijd gaat het over problemen. Over criminele jongeren. Over Marokkaans-Nederlandse tieners die hun school niet afmaken of geen stageplaats kunnen vinden. Over Marokkaanse ouders die de opvoeding verzaken.

Azarkan draait er niet om heen: die problemen zijn er. Hij spaart zijn achterban niet. Marokkanen moeten bij zichzelf te rade gaan, zegt hij vaak. Welbespraakt en strak in het pak brengt hij zijn boodschap, in accentloos Nederlands. Ook bij autochtone Nederlanders valt hij in de smaak.

Maar het irriteert hem dat hij bijna altijd over negatieve zaken moet praten. Veel Marokkanen vinden probleemloos hun weg in de Nederlandse maatschappij, vindt hij. Dat de hele gemeenschap de misdragingen van ‘Marokkaanse rotjongens’ in de schoenen krijgt geschoven, ervaart hij als een persoonlijk affront. De goede Marokkanen moeten iets recht zetten, vindt Azarkan. „Hij vindt dat we mee moeten praten”, zegt SMN-bestuurslid Touria Ahayan: „Dat we dat niet moeten overlaten aan zelfbenoemde Marokkanenkenners.”

Sinds mei 2008 is Azarkan geen interim-, maar vast directeur van SMN. Het is een veeleisende bijbaan: Azarkan is ook sectorhoofd bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten van het ministerie van Onderwijs. „Een dag heeft 24 uur”, zegt hij.

Met een achtergrond als manager in het bedrijfsleven en de overheid was hij een vreemde verschijning in de wereld van de minderhedenorganisaties. Touria Ahayan zat in de selectiecommissie van SMN en zag dat. Maar ze zag ook de voordelen. „Hij houdt van aanpakken en leidinggeven. Hij enthousiasmeert en inspireert mensen.”

Al in 2007 was besloten dat hij voor SMN ook het gezicht naar buiten zou moeten zijn. Daarmee werd een golfspelende manager opeens beroepsmarokkaan. Zelf zegt hij dat hij „moet wennen aan zo’n publieke functie”. Maar de mensen die hem goed kennen, zeggen dat de rol hem op het lijf geschreven is. Farid Azarkan staat graag in de belangstelling, zeggen ze. Farid is een man die op feestjes met iedereen een praatje maakt.

Het gemak waarmee Azarkan met mensen omgaat, charmeerde ook zijn Limburgse schoonvader André Pierik. „Het is een echte Marokkaan én een echte Nederlander.”

In 1999 trouwde hij met bedrijfseconome Christianne Pierik, die hij op de studentenvereniging had leren kennen. Er was een feest in het achttiende-eeuwse kasteel Vaeshartelt, vooral voor de Nederlandse vrienden en familie van zijn vrouw. Later gaf het stel een feest voor de Marokkaanse familie in zijn eigen huis in Leiden. „Doelgroepenbeleid”, zegt Azarkan. „Er zaten zoveel verschillen tussen de families. Als je dat samenvoegt, dan wordt de bruiloft een compromis waar niemand wat aan heeft.”

Iets níet kunnen, is geen optie voor Azarkan. Pieter Angenent van ABC Management, het facility- en bouwmanagementbedrijf waar Azarkan in 2000 ging werken, golfde niet onverdienstelijk en had nog een setje clubs op zolder liggen. „Het leek hem wel wat.” Binnen een paar maanden was hij Angenent voorbijgestreefd. Met skiën ging het net zo. Zijn schoonvader André Pierik: „Hij wil winnen.”

Soms struikelt hij over zijn eigen ‘drive’, zegt Pim Koenen, die hem in 1997 aannam als regiomanager bij uitzendbureau Start. „Hij wil zoveel doen dat er niet altijd tijd is voor reflectie.” In de economische hoogtijdagen van de jaren negentig was dat geen probleem. Start opende in allerlei steden nieuwe vestigingen. Koenen vond hem „een schaap met vijf poten”. „Hij heeft veel lef en extreem veel energie.”

Die drive die in hem zit, heb ik ook, zegt zijn jongere broer Chahid Azarkan (23). „Hij is slim. Maar er komt iets bij. Hij wil laten zien dat je het als Marokkaanse jongen kunt maken in Nederland.”

Bij Start maakte Farid Azarkan tussen 1997 en 2000 een bliksemcarrière. Maar toen het minder ging met het bedrijf, was hij snel vertrokken. Ook bij ABC vertrok hij „in goed overleg”. Na bedrijfsmatig heel goede jaren zat de markt voor facility- en bouwmanagement tegen. Azarkan wilde meer ‘synergie’ tussen de bv’s, maar kreeg niet iedereen mee. Pierik: „Als hij niet verder komt, is hij rücksichtlos. Dan zegt hij: jongens, het was gezellig, ik ga verder.”

Op zijn zevende liep hij nog op blote voeten door de Rif. Hij was acht toen zijn vader, die al jaren in Nederland werkte, zei: „We gaan naar el charis, het buitenland.” Het gezin Azarkan arriveerde in Schoonhoven en ging in een oud huis met een gaskachel wonen. Zijn moeder had het druk met de zeven kinderen, later kwamen er nog twee bij. Zijn vader werkte in de zilverfabriek. De opvoeding liet hij vooral over aan zijn vrouw.

De twaalfjarige Farid had de hoogste Cito-score van alle scholieren in groep 8 van basisschool De Vlieger. Farid ging naar het gymnasium in Gouda, maar bleef zitten in de derde klas. Niet omdat hij het niveau niet had, vertelt hij zelf. „Ik ging puberen, kreeg een Nederlands vriendinnetje. Ik leefde in twee werelden.”

Op weg naar de top heeft zijn Marokkaanse afkomst hem nooit in de weg gestaan. Maar toen Azarkan in 2006 als manager bij de dienst gebouwen van de gemeente Amersfoort de gedoodverfde kandidaat was voor een hogere functie, werd hij door directeur René van der Spank overgeslagen. „Hij gaf later toe dat hij niet gewend was om met Marokkanen te werken”, zegt Azarkan daar over. Van der Spank ontkent dat stellig.

En toen waren er de aanslagen van 11 september 2001. Daarna was er de moord op Theo van Gogh. In Nederland kwam er steeds meer kritiek op moslims in het algemeen en Marokkanen in het bijzonder. Azarkan ergerde zich daaraan. Zijn zus Ouarda gaf hem het laatste zetje, vertelt Azarkan. „Ze zei: je hebt de zaakjes goed voor elkaar, Farid. Maar wat doe je eigenlijk voor de Marokkaanse gemeenschap?”

Azarkan meldde zich bij SMN. Tijdens een bijeenkomst over radicalisering, in 2005, polste voorzitter Said Bouddouft hem voor een bestuursfunctie. „Eerst vertelde hij mij uitgebreid over zijn hobby: golfen”, vertelt Bouddouft. „Daarna vroeg hij aan mij of radicalisering nu echt zo’n groot probleem was. Ik dacht: die man is niet geschikt voor dit werk. Daar heb ik me dus in vergist.”

Hoe lang blijft Azarkan bij SMN? Ik weet niet hoe lang ik dit nog ga doen, zei hij zelf. „Hij is heel charismatisch”, zegt René van der Spank, „maar hij heeft een groot ego. Hij heeft constant Pokon nodig. Anders verpietert hij.”

Bij het ministerie van OCW lopen ze met hem weg. Azarkan, zo vertelt plaatsvervangend secretaris-generaal Simone Roos, was de inspiratie voor het ‘diversiteitsbeleid’ op het departement. Tijdens een managementdag raakten Azarkan en de op één na hoogste ambtenaar in gesprek. „‘Kijk om je heen, Simone’, zei hij. ‘Vind je het ook niet ontzettend wit hier?’ ”