Vrees voor nationaliseringen blijft koersen banken drukken

Aandelenkoersen zijn wéér verder aan het zakken. Vooral banken en verzekeraars moesten het ontgelden. Nationalisatie zou een ramp zijn voor de aandeelhouders.

Aan het eind van de dag noteerde de Dow-Jonesindex een stand van 7.114,78 punten, een verlies van bijna 3,5 procent en de laagste stand sinds 1997. Ook Europese beurzen sloten gisteren fors lager, en zetten die daling vanmorgen voort. De AEX stond vanmorgen met 218 punten op de laagste stand sinds 2003.

Tokio belandde op het laagste niveau in bijna 26 jaar nadat bekend werd dat Nomura Holdings, de grootste beurshandelaar van het land, miljarden extra nodig heeft om overeind te blijven.

Opnieuw waren het de financiële instellingen die de hardste klappen kregen in Europa en Azië. De publicatie van de cijfers over het dramatische vierde kwartaal van 2008 zorgt deze weken voor een stroom van slecht nieuws over de sector. Daar komt bij dat met name in de VS enkele grootmachten zoals Citigroup en verzekeraar AIG opnieuw de hand ophouden voor meer overheidssteun. Er wordt zelfs gefluisterd over mogelijke nationalisatie, een ramp voor aandeelhouders.

De financiële sector in de VS heeft sinds het uitbreken van de crisis al voor honderden miljarden aan steun ontvangen van de overheid en de Federal Reserve, het stelsel van centrale banken. Ze kregen gezamenlijk 196 miljard dollar aan kapitaal geïnjecteerd. Ook zijn voor honderden miljarden leningen gegarandeerd en verstrekt door de Fed.

De problemen bij Citigroup, de grootste commerciële bank van het land, zijn het grootst. Tot nu toe kreeg de bank 45 miljard aan steun van de staat en werd er voor ruim 300 miljard dollar aan leningen van Citi gegarandeerd. Maar de koers van het eens zo machtige concern staat nog steeds op een dieptepunt, hetgeen het vertrouwen van klanten in de bank kan doen eroderen. Daarbij heeft de regering aangekondigd deze week te beginnen met de uitvoering van het reddingsplan dat minister van Financiën Timothy Geithner op 10 februari aankondigde.

Onderdeel van dat plan is dat banken onderworpen worden aan stresstests, waarbij gekeken wordt hoe zij zich houden als de economische situatie nog verder verslechtert. Als er nieuw kapitaal nodig is, zal dat eerst via de markt geprobeerd moeten worden. Pas daarna stapt de overheid in. Analisten verwachten dat zo’n test bij Citi nog meer ellende aan het licht zal brengen, waardoor nationalisatie de enige optie is.

Dat werpt de vraag op of er deze week een einde kom aan een decennium van deregulering in de financiële sector. Sinds 1999 mogen banken op basis van de Gramm-Leach-Bliley Act zowel een commerciële bank als een zakenbank onder een dak hebben. Dat was in de Glass-Steagle Act van 1933, in de nasleep van de Grote Depressie, juist verboden. Het verwijderen van die Chinese muren in 1999 leidde ertoe dat onder meer Citigroup kon uitgroeien tot de supermarktbank die het nu is.

De problemen die Citigroup heeft worden volgens analisten deels veroorzaakt door de gigantische omvang en de veelzijdigheid van het bedrijf. Steeds vaker wordt de roep om herinvoering van de Glass-Steagle Act gehoord. Een strikte scheiding tussen zakenbanken (veel risico, weinig toezicht) en de commerciële banken (weinig risico, veel toezicht), zou veel van de problemen van afgelopen jaren hebben kunnen voorkomen. Overigens is met het instorten van de zakenbanken in de VS, in september vorig jaar, precies een tegenovergesteld pad bewandeld. Bear Stearns en Merrill Lynch bijvoorbeeld vonden onderdak bij respectievelijk JP Morgan Chase en Bank of America.

Om de onrust op de financiële markten over een vermeende nationalisatie te beteugelen, gaven de belangrijkste Amerikaanse toezichthouders op de financiële sector gisteren een gezamenlijke verklaring uit. „Onze economie functioneert beter als financiële instellingen goed geleid worden in de private sector. De vooronderstelling in ons Capital Assistance Program is dan ook dat banken in private handen moeten blijven.” Anders gezegd: nationalisatie van bankgiganten is geen optie. Nieuwe steun zal in de vorm van gewone aandelen zijn, en beperkt blijven tot een minderheidsbelang.

Dat signaal zorgde voor een tijdelijke opleving van met name het aandeel Citigroup. Ook verzekeraar AIG, die al 150 miljard van de Fed geleend heeft en deze week bekend maakte nog meer nodig te hebben, veerde even op. Maar de opluchting was zeer tijdelijk.

Zoals vaker in de crisis werd het signaal van de toezichthouders niet opgevat als oplossing, maar als bevestiging van het probleem. De daling van financiële instellingen op de beurzen ging vandaag verder. Aegon en ING bijvoorbeeld daalden ruim 10 procent. Ook hier spelen speculaties over mogelijke nationalisatie een rol.

Lees de verklaring van de toezichthouders via nrc.nl/kredietcrisis