Val van Türkiyemspor

Vandaag valt hoogstwaarschijnlijk het doek voor de Amsterdamse voetbalvereniging FC Türkiyemspor. Dit faillissement, 22 jaar na de oprichting, zou niet zoveel aandacht krijgen, ware het niet dat met de ondergang van deze club ook het streven om de integratie van allochtone Nederlanders met behulp van sport te stimuleren, een klap krijgt.

De naam zegt het al: Türkiyemspor telt hoofdzakelijk Nederlands-Turkse leden, al hebben ook autochtone Nederlanders, Surinamers, Antillianen, Afrikanen en een Joegoslavische trainer bijgedragen aan de successen van de club. Waar het vooral om gaat is dat de vereniging op positieve wijze in het hart van de maatschappij actief was.

Het Franse dagblad Le Monde karakteriseert sportbeoefening vandaag als een „puissant vecteur” voor de integratie in Frankrijk, een krachtig middel om bijvoorbeeld de allochtone bevolking van de voorsteden rond Parijs meer bij het dagelijkse Franse leven te betrekken. In Nederland is deze erkenning van de functie die sport kan vervullen er ook. Staatssecretaris Bussemaker (Sport, PvdA) heeft sport als „gewild én kansrijk” gekarakteriseerd voor het realiseren van belangrijke kabinetsdoelen op gebieden als integratie, veiligheid en wijken. Haar ministerie zette eerder, voor de periode 2006-2010, het programma Meedoen allochtone jeugd door sport op, dat zijn vruchten begint af te werpen. Uit een tussenrapportage bleek dat sportverenigingen die aan dit programma meedoen, in 2008 een ledengroei van 15 procent kenden. Met 5.764 nieuwe niet-westerse allochtone leden groeide deze specifieke groep met 26 procent.

De cijfers zeggen niet alles. Sportclubs vormen weliswaar vaak een hechte gemeenschap, maar, zo blijkt uit onderzoek, de contacten tussen allochtone en autochtone leden beperken zich dikwijls tot de vereniging. Ook zijn er, vooral van de voetbalvelden, excessen bekend die mede voortkomen uit raciale of soortgelijke tegenstellingen.

Niettemin: het clublidmaatschap is een eerste stap tot deelname aan een breder maatschappelijk verband. Het zorgt voor regelmaat, brengt verplichtingen mee, voor jonge leden en hun ouders, goed georganiseerde clubs besteden aandacht aan normen en waarden, en in de kleedkamer is de enige kleur die ertoe doet die van het sporttenue. En als het goed is kunnen vooral jonge, allochtone macho’s er nóg iets leren: dat het doodnormaal is dat ook vrouwen aan sport doen en dat meisjes soms heel aardig kunnen voetballen.

Türkiyemspor is ten onder gegaan aan financieel wanbeleid. Het leiden van een grote sportvereniging is geen sinecure en vergt inzet van veel vrijwilligers, autochtoon én allochtoon. Slachtoffers van de ondergang zijn nu bijvoorbeeld die jongens van D2, die afgelopen zaterdag hun laatste wedstrijd voor Türkiyemspor hebben gespeeld. Jongens van 11, 12 jaar, met een toekomst in Nederland. Voor hen, voor de integratie en omdat sport zo aardig kan zijn, is te hopen dat de deuren van de clubhuizen van andere verenigingen, met witte, bruine en zwarte leden, royaal voor hen openzwaaien.