Tip voor den Haag: wu-wei-wu

Bescheidenheid past bij maatregelen tegen de crisis, maar passief mag Den Haag ook niet blijven. ‘Doen door niet te doen’, noemen de Chinezen dat.

Moet de overheid een actief stimuleringsbeleid voeren om de diepe recessie te lijf te gaan, en moet er dan tegelijk ook bezuinigd worden? Of is niets doen en het begrotingstekort op laten lopen de beste optie.

„Was het maar zo eenvoudig dat de overheid Nederland via stimuleringsbeleid zou kunnen vrijwaren van de nare effecten van een mondiale recessie”, zegt de Groningse hoogleraar Hans van Ees. „Zelfs al zou het beleid effectief, efficiënt en goed getimed kunnen worden, en dat kan het niet, dan nog zou de schaal van de ingrepen niet voldoende zijn om de klappen in de wereldhandel op te vangen. Zelfs de meest verstokte Keynesiaan gelooft niet in dergelijke multipliers.

„Maar niets doen lijkt me ook niet goed. De belangrijkste les uit de jaren tachtig van de vorige eeuw is dat hoge conjuncturele werkloosheidspercentages de structurele werkloosheid opjagen. Een verschijnsel dat hysterese wordt genoemd. De huidige recessie verbaast door de peilsnelle duikeling van de groei en de explosie van de werkloosheid. De economische geschiedenis leert dat ook zulke tijdelijke schokken permanente effecten kunnen hebben.”

Niets doen is ook volgens de Groningse hoogleraar Harry Garretsen geen optie. „Maar een pleidooi voor enige terughoudendheid is wel op zijn plaats. Het begrotingsbeleid is al behoorlijk anti-cyclisch en dat is precies wat Keynes zou hebben bepleit. Door de automatische stabilisatoren te laten werken, geeft het begrotingsbeleid al flink tegengas tegen de conjuncturele neergang. In een paar maanden tijd een begrotingsoverschot laten omslaan in een (verwacht) tekort van 4 procent is bepaald niet zuinig en zo leidt ‘niets doen’ al vanzelf tot een forse bestedingsimpuls.”

Veel meer willen doen met het nationale begrotingsbeleid is volgens Garretsen op dit moment niet verstandig. „Grote extra investeringsplannen verworden al snel tot symboolpolitiek. Omgekeerd is nu flink bezuinigen ook geen optie. Bovendien geldt inderdaad voor een kleine, open economie als de onze dat de effecten van stimulerende maatregelen weglekken naar het buitenland. Het kabinet lijkt vooralsnog te kiezen voor de weg van terughoudendheid en dat oogt niet spectaculair, maar is waarschijnlijk wel verstandig.”

Dat vindt ook Lans Bovenberg, hoogleraar in Tilburg. „In ons land met zijn relatief grote rijksoverheid functioneren de automatische stabilisatoren veel beter dan in bijvoorbeeld de VS waar de rijksoverheid kleiner is en de staten hun budget in evenwicht moeten houden.” Het zo veel mogelijk laten functioneren van automatische stabilisatoren is volgens Bovenberg een goede zaak. „Maar de overheid gaat nu wel tegen grenzen aanlopen. Nu de openbare financiën uit het lood dreigen te slaan, wordt de tegenstelling tussen stimuleren en saneren vals.

„De overheid kan alleen maar blijven stimuleren en geloofwaardig garant blijven staan voor risico’s als ze tegelijkertijd een geloofwaardig plan op tafel legt om tegelijk de overheidsfinanciën onder controle te krijgen. De enige begaanbare weg voor het kabinet is te stimuleren door te saneren. Het geleidelijk verhogen van de AOW-leeftijd tezamen met het geleidelijk terugdringen van het structurele tekort is het beste stimuleringspakket.”

Zulke maatregelen hadden effect kunnen hebben als zij veel eerder waren genomen, vindt de Tilburgse hoogleraar Marcel Canoy. „Wat deze crisis andermaal aantoont is dat maatregelen in goede tijden nu vruchten hadden kunnen afwerpen. Het verhogen van de AOW-leeftijd kan, maar dat moet geleidelijk en de gevolgen merken we pas echt als de crisis alweer voorbij is. Was handiger als we daar eerder mee waren begonnen.” Hij noemt ook de hypotheekrenteaftrek en de aanrechtsubsidie. „Waarom hebben Balkenende I, II en III dit allemaal laten liggen?”

Anti-cyclisch begrotingsbeleid blijkt zeer moeilijk te realiseren, vindt Harry van Dalen, eveneens van de Tilburgse universiteit. Maar er zijn beleidsterreinen waar de overheid goed op moet blijven letten. „Nu de werkloosheid oploopt is het bijvoorbeeld van belang dat zij die werkloos raken het contact met de arbeidsmarkt niet verliezen. Van jongeren weten we dat zij weliswaar de grootste kans hebben om gedurende een recessie hun baan kwijt te raken, maar de ervaring leert dat zij ook de grootste kans hebben om weer een nieuwe baan te vinden. Die ervaring hebben oudere werknemers niet. Nu de arbeidsmarkt gestaag vergrijst is van belang dat, mocht de ontslaggolf oudere werknemers treffen, zij de band met de arbeidsmarkt vasthouden. Na deze crisis komt een tijd dat we oudere werknemers nodig hebben.”

Hoogleraar Henriëtte Prast wijst op de noodzaak goed te overwegen wat de burgers zouden doen met een eventuele meevaller. „Uit de psychologie is bekend dat, anders dan economen altijd dachten, de ene euro de andere niet is. De manier waarop je geld hebt ontvangen, de omstandigheden waarin dat plaatsvond, en de naam die het beestje heeft, hebben allemaal effect op hoeveel je ervan besteedt en waaraan. Zo zal iemand het geldbedrag dat hij kado heeft gekregen van een oma die ieder dubbeltje moet omdraaien eerder besteden aan iets ‘deugdzaams’ dan aan iets ‘grilligs’. Dat komt doordat we mentaal boekhouden: we delen inkomsten en uitgaven op een psychologische manier in, en doen er iets anders mee al naar gelang waar een financieel bedrag tussen onze oren terecht is gekomen. Als mensen een meevaller krijgen met als label ‘bonus’ geven ze er twee keer zoveel van uit dan wanneer het etiket ‘teruggave belasting’ is.”

En dan is er lezer R. de Merica, die wijst op een oud Chinees principe: ‘wu-wei-wu’, ofwel ‘doen door niet te doen’. „Ze zouden met dat recept weleens gelijk kunnen hebben.”

Maarten Schinkel

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Wei-wu-wei

In het artikel Tip voor Den Haag: wu-wei-wu (24 februari, pagina 12) wordt melding gemaakt van het Chinese principe ‘wu-wei-wu’. Dit moet zijn: ‘wei-wu-wei’.