Thema religie in kluchtige jas

Theater De Martelaar: een kickbokstragedie, door Het Volksoperahuis. Compositie: Jef Hofmeister. Tekst: Rogier Schippers. Eindregie: Geert Lageveen. Gezien: 19/2 Brakke Grond, Amsterdam. Tournee t/m 25/4. Info: 020-6277555 en www.viarudolphi.nl. ****

God. Jahweh. Allah. Hoe je de Allerhoogste ook noemen mag, Het Volksoperahuis haalt Hem steeds het theater binnen. Volksoperahuis-componist Jef Hofmeister, zelf ooit Jehovagetuige, blijft met het geloof worstelen.

Hofmeisters Amsterdamse muziektheatergezelschap wijdt zich de komende seizoenen aan Kruistochten, een drieluik over de roepingen van een jood, een moslim en een christen. Al het hier te lande en elders botsende religieuze fanatisme zal aan de orde komen, het eerste deel is in première gegaan.

De Martelaar: een kickbokstragedie gaat over de kruistocht van de islamitische jongeman Samir. Een engel voorspelt zijn geboorte en zijn toekomst. De jongen zal tegen joden en christenen moeten vechten, of hij nu wil of niet.

Dat je bij deze heftige thematiek toch kunt lachen, dat hoort bij het volkse van Het Volksoperahuis. Engel Gibril is geen lieflijk-etherische verschijning maar een barse vent met bril. Op een uit de (toneel-)hemel neergedaalde ladder zwaait zijn zware lichaam heen en weer: een bijna kluchtig beeld.

Tekstschrijver Rogier Schippers speelt zowel die maffe engel als de andere bijrollen, zoals Samirs dominante moeder, in een boerka zo groot als een bedoeïenentent. Zij doet pikante uitspraken. Zo pleit ze voor besnijdenis op industriële schaal. Maar ook deze islamitische hardliner kan, eenmaal in Amsterdam-Noord neergestreken, de verleidingen van de westerse decadentie niet weerstaan.

De raadselachtige figuur ‘Rode Stroom’, eveneens door Schippers gespeeld, brengt haar in contact met haar lusten. Hij zou de Duivel kunnen zijn: zijn rode pak oogt diabolisch.

Het Volksoperahuis combineert spiritualiteit met platvloersheid, clichés met originaliteit. Dat mengsel intrigeert. Alle figuren overstijgen hun individuele lot. Ze zijn allegorisch, ze stáán voor iets, maar voor wat precies, daar moet het publiek even over nadenken.

Dan is er ook nog een tragedie op microniveau. Samirs compleet onredelijke moeder wekt toch enige sympathie door haar verdriet om de dood van een andere zoon. Samir zelf is een geboren slachtoffer – van zijn moeder, van de engel en van een wrede Allah. Door zijn gebrek aan weerbaarheid groeit hij (Kees Scholten) niet uit tot een tragische held. Maar als hij zingt, dan krijgt hij toch allure.

De Martelaar bevat minder zang dan andere Volksopera’s. Er is meer gesproken tekst en soms is dat een beetje jammer. Daar tegenover staat dat de vrijwel geheel doorgecomponeerde instrumentatie subtieler is geworden. De smartlapperige melodieën krijgen geraffineerde contrapunten: ook op dat plan gaan banaliteit en verhevenheid perfect samen.