Stappenplan

Van schrik maakte ik een denkbeeldige salto achter de krant. Dat gaat snel, Theo Bos wint nu al op de weg. Trofeo RTP heette het Portugese koersje, en het deelnemersveld stelde niet veel voor, maar toch. Wie na 160 kilometer een massasprint wint is het comfortabele hout van de piste al bijna ontgroeid. Bos zelf temperde de euforie: „Woensdag begint de Ronde van Algarve en dat is heel andere koek. Het klinkt raar, maar ik moet eerst maar eens zorgen dat ik hem uitrijd.”

Theo Bos heeft de Ronde van Algarve niet overleefd. In de derde etappe hield hij het na een uurtje wedstrijd voor gezien. Vooral het tempo bergop was hem vies tegengevallen. Alles verloopt dus volgens plan.

Wanneer begon de topsprinter eigenlijk na te denken over wielrennen op de weg? Was dat na de mislukking van Peking? Of gebeurde het eerder? In het jaar vóór Peking moest hij tot zijn ontsteltenis vaststellen dat de Britse stier Chris Hoy centimeter na centimeter bij hem vandaan kroop tot de achterstand onoverbrugbaar was geworden. In een interview met het blad Fiets blijft hij er vaag over. „De weg trekt me. Misschien al langer dan ik zelf denk.” Hij verklapt nog wel dat hij als jongetje wel droomde van de Tour de France, maar nooit van olympische medailles op de sprint.

De omscholing van een lichaam, Theo Bos is er in het najaar mee begonnen volgens een minutieus stappenplan. Als hij het vierkante karkas van een Hoy had bezeten, zou er geen hoop zijn geweest. Intussen noemt hij zich een echte wielrenner die zijn „dikke sprintersreet” kwijt is.

Aan het duurvermogen is flink gesleuteld. De spiervezels moesten immers veranderen. Kwestie van vakkundig beulswerk in weer en wind, echter zonder de „intrinsieke snelheid” te verwaarlozen. De trainer spreekt vol lof van een „steile ontwikkelingscurve die je eigenlijk alleen in een boek over trainingsleer terugvindt”.

De huidige fase is die van de harding. Het lichaam moet vergeten wat het ooit geweest is, en gewoon een paar keer doodgaan. Verstandig dat Bos gekozen heeft voor een debuut in de opleidingsploeg van Rabobank en niet voor de ProToursectie. „Daar heb ik nog helemaal niets te zoeken.” Maar ook verstandig dat de leiding de opleidingsploeg af en toe inzet tussen de grote kanonnen zoals in de Algarve. „Het zal nog wel vaker gebeuren dat hij drie stappen vooruit zet en eentje achteruit”, zei Nico Verhoeven. Mark Cavendish denkt dat „Theo echt een concurrent kan worden”. Als de snelste wegsprinter van het moment dit denkt, zitten wij in Nederland goed.

Ik zie machtige duels in de nabije toekomst. En niet alleen op de eindstreep. Wie lost er op dat gemene klimmetje in de finale, en wie net niet?