Regering en MI5 wisten van martelen

De terugkeer gisteren van een Ethiopische moslim, die zeven jaar lang zegt te zijn gemarteld door de VS met medeweten van de Britse autoriteiten, heeft de regering van premier Brown in verlegenheid gebracht.

Binyam Mohamed, door de VS verdacht van terrorisme maar nooit veroordeeld, arriveerde gisteren na een verblijf van ruim vier jaar in Guantánamo Bay op een luchtmachtbasis bij Londen. Na ondervraging werd hij vrijgelaten. In 1994 had Mohamed asiel gekregen in Groot-Brittannië.

De sterk vermagerde Mohamed (30) zegt te zijn gemarteld met medeweten van MI5. „Voor mij kwam het dieptepunt toen ik in Marokko besefte dat de mensen die me martelden vragen en informatiemateriaal ontvingen van de Britse inlichtingendienst”, aldus Mohamed. Hij wil dat de feiten van zijn zaak openbaar worden gemaakt.

De beschuldigingen hebben voor politieke onrust gezorgd. Lagerhuisleden hebben de regering om opheldering gevraagd. Barones Scotland, de belangrijkste juridische adviseur in het kabinet, heeft een onderzoek ingesteld.

De wederwaardigheden van Mohamed sinds 2001, toen hij zich tot de islam bekeerde, zijn omstreden. Dat jaar reisde hij naar Afghanistan, volgens hem om te zien hoe de Talibaan het land bestuurden. De Amerikanen verdenken hem er van een terroristische training te hebben gekregen. Ook zou hij hebben meegevochten met de Talibaan. Het terreurnetwerk Al-Qaeda zou hem hebben willen inzetten voor acties in de VS.

In 2002 werd Mohamed aangehouden in Pakistan. Daarna werd hij overgebracht naar achtereenvolgens Marokko en Afghanistan. In alle drie landen zegt hij te zijn gemarteld. In 2004 belandde hij in Guantánamo. De VS formuleerden aanvankelijk een aanklacht tegen hem en trokken die later weer in.

Deze maand probeerden Mohameds advocaten documenten, die de lezing van hun cliënt zouden bevestigen, openbaar te krijgen. Een rechtbank, die inzage had gekregen in de documenten, zei niet aan dit verzoek te kunnen voldoen. Volgens de rechters hadden de VS gedreigd anders de samenwerking met de Britse inlichtingendiensten te beëindigen. Het staatsbelang stond dat niet toe.

Minister van Buitenlandse Zaken David Miliband toonde zich deze maand niet bereid de documenten openbaar te maken. Het besluit daartoe was, zei hij, aan de VS, niet aan de Britse regering.