Politieke economie

De eerste politieke slachtoffers van de economische crisis beginnen te vallen. Vooralsnog dienen deze politieke crises zich in kleinere landen aan. In IJsland is de regering afgelopen maand gevallen over het faillissement van dit land, dat als thuishaven voor hoogmoedige banken boven zijn stand had geleefd. Vorige week sneuvelde de regering in Letland, nadat bekend was geworden dat de economie er met ruim 10 procent was gedaald en het volk zijn gram haalde.

Hierbij zal het vermoedelijk niet blijven. Weliswaar zijn de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds te hulp geschoten met tientallen miljarden euro’s om de landen zonder euro wat te stabiliseren, effect sorteert deze steun amper. De financiële instabiliteit begint nu juist in de politieke arena te resoneren. In Bulgarije en Litouwen gingen burgers al de straat op. En in Oekraïne gromt het oproer echt.

Dat land balanceert namelijk langs de afgrond. De export staat stil en de Oekraïense munt, de grivna, wordt dagelijks minder waard. Dat is koren op de molen van de oppositie. Om de haverklap betoogt zij tegen een regering die integratie in het rijke Westen voorspiegelde, maar de bevolking nu verarming bezorgt. Ook elders in het voormalige Oostblok dreigt onweer.

Economische crisis is in bijna al deze landen een vertrouwd fenomeen. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft generatie op generatie moeten leven met geldsaneringen, schaarste, inflatie, verwaarlozing van de publieke sector, inkomensdaling en andere uitingen van stagnatie of regressie.

Tot nu toe was de schuldvraag vrij simpel te beantwoorden. De economische rampspoed was te wijten aan het ‘reëel bestaande socialisme’. Tot 1989/’91 kon dat omdat er overal communisten aan de macht waren. Daarna bleef dat anwoord mogelijk omdat de socialistische erfenis nog als een loden last op die landen drukte. De Sovjet-Unie was en bleef zo dé schuldige van bijna alle ongerief.

Anno 2009 is de economische crisis niet meer zo simpel af te wentelen. Na twee decennia democratische soevereiniteit kunnen de voormalige sovjetsatellieten de crisis in hun land niet meer aan buitenstaanders verwijten. Letland is in ongerede geraakt doordat het land op krediet leefde en dacht dat die piramide een onwrikbaar fundament had.

Twee gevaren doemen nu op in die nieuwe Europese lidstaten, die net buiten de bescherming van de euro vallen.

Ten eerste dreigt een grotere afhankelijkheid van Rusland, dat met zijn grondstoffen politiek bedrijft. Het Westen op zijn beurt heeft de oude satellieten minder te bieden dan de afgelopen twintig jaar, omdat het zelf in het ongerede is geraakt. Ten tweede zal de crisis in het Oosten de relatief jonge democratische verhoudingen op de proef stellen. Als de boze buurman niet meer logischerwijs de schuld kan krijgen, gaan burgers misschien op zoek naar andere zondebokken.

Alleen al daarom moet de Europa nu met een plan op de proppen komen om te voorkomen dat de huidige financiële tweedeling gaat uitmonden in een politiek breukvlakken.