Noord-Korea dreigt met test vredige satelliet

Volgens Noord-Korea gaat het om een satelliet. Maar de rest van de wereld kijkt met argusogen naar de geplande lancering van een raket door Pyongyang.

Vandaag heeft Noord-Korea officieel laten weten dat het land van plan is op korte termijn een raket te lanceren. In een bekendmaking van het staatspersbureau Korean Central News Agency zegt een woordvoerder van het Noord-Koreaanse Comité voor Ruimtevaarttechnologie dat Pyongyang „fikse vooruitgang heeft geboekt” bij voorbereidingen om de „experimentele communicatiesatelliet Kwangmyongsong-2” in een baan om de aarde te brengen. De raket zal worden gelanceerd vanaf het Tonghae Satelliet Lanceer platform in het district Hwadae in de provincie Noord-Hamgyong.

De voorgenomen lancering en zelfs de lanceerbasis waren eigenlijk al ruimschoots tevoren bekend. Enige weken geleden lieten Amerikaanse en Zuid-Koreaanse inlichtingendiensten satellietfoto’s via persbureau’s circuleren waarop een raket zichtbaar was op een trein. Alleen werd erbij vermeld dat het hier ging om een Taepodong II-raket. Dit 32 meter tellende projectiel zou in theorie een bereik kunnen hebben van mogelijk 6.000 kilometer. Dat wil zeggen dat de meest westelijk gelegen staat van de VS, Alaska, binnen het bereik zou liggen.

Het communistische regime in Pyongyang testte dit type raket in 2006, maar dat was toen geen succes. De raket stortte binnen een minuut neer.

De mededeling van de Noord-Koreanen komt op een moment dat de relaties met de zuiderburen op een nieuw dieptepunt zijn beland. Zuid-Korea, dat formeel sinds het beëindigen van de vijandelijkheden in 1953 nog altijd in oorlog is met Noord-Korea, heeft sinds het aantreden van de nieuwe president Lee Myung Bak in Seoul vorig jaar een harde lijn ingezet tegen Pyongyang. Het gevolg is dat aan alle ontdooiingverschijnselen tussen beide Korea’s een eind is gekomen. Samenwerkingsovereenkomsten zijn bijvoorbeeld opgeschort. Lee Myung Bak heeft hulp aan het noorden in de vorm van voedsel en geld gestaakt, en de Noord-Koreanen gaan weer door met het ontwikkelen van hun nucleaire technologie. Dit zeer tegen de wens van de VS, China, Zuid-Korea, Japan en Rusland. Dit zijn de vijf landen waarmee Pyongyang in 2005 overeenkwam zijn atoomprogramma te staken in ruil voor hulp.

De mislukte lancering van de raket in 2006 leidde tot sancties van de VN en een resolutie waarin verdere testlanceringen werden verboden. Vandaar dat Noord-Korea nu zegt dat het ‘slechts’ een satelliet wil testen.

Volgens inschattingen van sommige analisten zou het noorden inmiddels theoretisch in staat zijn de Taepodong-II van een atoomkop te voorzien. Maar de meeste specialisten beschouwen het Noord-Koreaanse raketprogramma niet als een directe en grote bedreiging voor omliggende landen. De Noord-Koreaanse raketten zijn tamelijk primitieve meertraps-projectielen met een gebrekkig geleidingssysteem. Bovendien duurt het weken voordat een raket kan worden gelanceerd. In het uiterste geval zouden de raketten makkelijk zijn uit te schakelen door de VS. Niettemin verraste Noord-Korea de wereld door in 1998 een raket te lanceren die over Japan heen vloog en verdween in de oceaan.

Aangenomen wordt dat de voorbereidingen voor de testlancering en de felle oorlogsretoriek van het regiem in Pyongyang de laatste weken bedoeld zijn om besprekingen met de VS weer op gang te krijgen – met de bijbehorende hulpverlening. Het ernstig onderontwikkelde land heeft buiten militaire dreigementen weinig andere mogelijkheden om de VS aan tafel te krijgen.

De Amerikaanse minister Clinton (Buitenlandse Zaken) maakte daartoe geen aanstalten toen zij afgelopen vrijdag Seoul aandeed. Analisten gaan er vanuit dat de VS erop rekenen dat China het kleine buurland onder controle houdt. Een mogelijke machtwisseling in Pyongyang, waar Clinton op zinspeelde, maakt die taak niet makkelijker.