Nieuwe rekkelijkheid

Afgelopen zomer waren de mensenrechten in China een thema waarover Amerika zich veel zorgen zei te maken. Die gestrengheid blijkt een half jaar later toch wat minder voor te stellen. Er is dan ook het nodige gebeurd. De kredietcrisis heeft de Verenigde Staten niet alleen in een recessie gestort. De crisis heeft ook, nog scherper dan voorheen, aan het licht gebracht dat de economie in hoge mate afhankelijk is van de vraag of China op oude schaal wil blijven investeren in dollars en andere Amerikaanse waardepapieren.

Minister Clinton van Buitenlandse Zaken heeft dat op een tournee in Azië klip en klaar toegegeven. „We zullen China onder druk blijven zetten. Maar pressie mag de mondiale economische crisis, de klimaatcrisis en de veiligheidscrisis niet doorkruisen.”

Het was niet de enige keer dat Clinton zo vrijuit sprak. Tijdens dezelfde trip plaatste ze eveneens kanttekeningen bij de doelmatigheid van de sancties tegen de militaire junta in Birma en maakte ze zich publiekelijk zorgen over de opvolgingsstrijd in Noord-Korea waar de gezondheidstoestand van de leider Kim Jong-Il nu door raadsels wordt omgeven.

Haar openhartigheid heeft geleid tot bezorgde reacties van Amnesty International en andere organisaties die opkomen voor mensenrechten en Tibet. Clinton wordt eraan herinnerd dat ze als ‘first lady’ in 1995 een vlammend pleidooi hield voor vrouwenrechten, nota bene in China zelf, en dat ze als presidentskandidaat de openingsceremonie van de Olympische Spelen nog wilde boycotten. In beide gevallen wekte Clinton niet de indruk dat de mensenrechten soms moeten worden afgewogen tegenover andere prioriteiten.

Toch is de benadering van Clinton minder spectaculair dan zij lijkt. Ook tijdens het presidentschap van haar echtgenoot tussen 1992 en 2000 volgde het Amerikaanse beleid twee sporen. Economische samenwerking en mensenrechten worden door de VS al vijftien jaar niet meer onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

De wederzijdse belangen zijn sindsdien simpelweg te groot geworden om de nieuwe industriële grootmacht China louter de les te lezen.

De meervoudige crises, waarover Clinton sprak, nopen de VS nog eens extra tot een zakelijker toon. In Noord-Korea is de rol van China cruciaal. In Zuidoost-Azië wordt Peking steeds belangrijker. En ook in Iran baant China zich nu wegen, waarbij de VS belang kan hebben.

Maar het allerbelangrijkste is wel dat de VS hun eigen economische recessie zonder China niet te lijf kunnen gaan. Enerzijds moet China de bestedingen in eigen land stimuleren, bijvoorbeeld door de yuan ten opzichte van de dollar te laten revalueren. Maar als China tegelijkertijd zijn kapitaal repatrieert, dreigt voor de VS een budgettair debacle.

Deze dubbelzinnigheid vertaalt zich in het Amerikaanse beleid. Mensenrechten zijn niet meer hét agendapunt, maar een thema. Fraai is anders. Maar het is verstandiger de realiteit te aanvaarden dan haar als een windmolen te bestrijden.