Nationaal Museum in Bagdad opent na zes jaar zijn deuren weer

Kleitabletten met spijkerschrift uit Soemerische tijden, het 2.700 jaar oude, stenen reliëf uit het paleis van de Assyrische koning Sargon II, mozaïeken uit de islamitische periode: kunstschatten die sinds gisteren weer te bezichtigen zijn in het Nationaal Museum in Bagdad.

Tijdens een feestelijke bijeenkomst heropende de Iraakse premier Nouri al-Maliki gisteren het Nationaal Museum, bij de zwaar beveiligde Groene Zone. Het museum, een wereldberoemde schouwplaats van voorwerpen uit de begintijd van de moderne beschaving, werd na de Amerikaans-Britse invasie in 2003 geplunderd door Irakezen die profiteerden van de algehele chaos. Amerikaanse troepen keken toe. De plundering groeide uit tot symbool van het gebrek aan strategie voor Irak na de invasie.

Maliki noemde de heropening, die mede mogelijk is gemaakt door Amerikaans geld, een teken van de vooruitgang in Irak. Veel kunstvoorwerpen zijn in het buitenland teruggevonden.

Maar bijna de helft van de in totaal 15.000 stukken wordt nog steeds vermist, door geldgebrek zijn pas 8 van de 26 expositiezalen heropend en om veiligheidsredenen mogen bezoekers alleen groepsgewijs naar binnen. De belangrijkste voorwerpen, zoals de bijna 3.000 jaar oude juwelen uit de Mesopotamische stad Nimrud, zijn alleen in namaakvorm te zien. Volgens de voormalige directeur van het museum is de heropening bedoeld om Irak stabieler te laten lijken dan het is. „Ik denk dat het museum voor politieke doeleinden wordt gebruikt”, aldus Donny George Youkhanna , die sinds 2006 in de VS leeft. (Reuters)