Na één dag al de veiling van de eeuw

De verwachtingen waren hoog en de angsten groot. Maar de collectie van Yves Saint Laurent bleek sterker dan de economische stemming en de veiling brak vele records.

In drie dagen moest het ‘de veiling van de eeuw’ worden. Maar veilinghuis Christie’s en zijn gelegenheidspartner, de Franse zakenman Pierre Bergé, hadden gisteren in Parijs maar één avond nodig om de hoogste opbrengst ooit te bereiken bij de verkoop van een particuliere kunstcollectie.

In amper tweeënhalf uur leverde verkoop van 61 impressionistische en moderne kunstwerken uit de collectie van Bergé en zijn vorig jaar overleden partner, modeontwerper Yves Saint Laurent, iets meer dan 206 miljoen euro op. Slechts twee werken werden niet verkocht.

Matisse, Mondriaan, Brancusi en vrienden waren aanleiding voor een miljoenenregen in het Grand Palais (zie graphic). De beau monde van gefortuneerde bieders, warm ingepakt op de 1.800 stoelen in de provisorische veilingzaal, barstte een paar keer los in applaus voor zichzelf en hun concurrenten op afstand, die meeboden via enkele tientallen telefoonlijnen. Drie werken gingen naar Franse musea. Het Musee d’Orsay verwierf een Vuillard en een Ensor, en het Centre Pompidou Il Ritornante van Girogio de Chirico, voor 11 miljoen.

Zelfs de mislukte verkoop van een Picasso, die minimaal 25 miljoen had moeten opleveren maar geen bieders trok boven 21 miljoen, verhinderde niet dat het vooraf geschatte maximum van 181 miljoen ruimschoots werd overtroffen. Vandaag en morgen zal de opbrengst nog oplopen, op de vervolgavonden van de veiling.

Het waren niet per se de hoogst ingeschaalde werken die de hardste gevechten opleverde. Neem lot nummer 37. Marcel Duchamp. Belle haleine – Eau de voilette, een flesje parfum uit 1921. Veilingmeester François de Ricqlès begint bij 700.000 euro, ruim onder de geschatte waarde waarde tussen 1 en 1,5 miljoen euro. Even wordt meegeboden vanuit de zaal, maar dan ontstaat een snelle miljoenenrace tussen twee Amerikaanse bieders aan de telefoon. De teller stopt bij 8,9. De New Yorkse verzamelaar Franck Giraud heeft gewonnen.

De veiling is dan al lang op zoek naar een plaatsje in de geschiedenisboeken. De scenario’s waarmee historici straks uit de voeten kunnen laten zich raden. Optie één, die van de nabrander: terwijl de wereldeconomie al flink aan het instorten was, werd in Parijs nog een recordkunstveiling gehouden. Optie twee: Sommige uithoeken van de wereldeconomie, waar de allerrijksten zich ophouden, bleven gewoon floreren. Optie drie, de meest speculatieve: de Franse zakenman Pierre Bergé liet zien dat de omgang met rijkdom veranderde. Hij verkocht zijn enorme kunstcollectie in een grijzige winterweek in Parijs om zijn kapitaal voortaan te besteden aan goede werken, zoals het opzetten van een fonds voor onder meer aidsbestrijding. Na de eerste veilingavond verklaarde hij dat „wij kunstwerken niet in ons bezit hebben: ze zijn bij ons op doorreis, soms maar voor korte tijd.”

De directeur van Christie’s Europa, Jussi Pylkkanen, wees Matisse, Brancusi en Mondriaan gisteren aan als „veilige waarden” die elders in de economie nu moeilijk te vinden zijn.

Hoe het ook zij, verzamelaars onderstreepten in de wandelgangen dat het om een exceptionele gebeurtenis ging. Crisis of niet, het is meedoen als er een complete collectie verkocht wordt van meer dan 700 werken, die ook nog eens bijeengehouden werd door een icoon van de twintigste-eeuwse cultuur als Yves Saint Laurent. Bergé en hij verzamelden met eigenwijze en uiteenlopende voorkeur, en ze begonnen vroeg. Christie’s vergeleek het koppel Bergé-Saint Laurent met de Medici’s: van mythische bezitters komt een kunstwerk nooit meer af, ook al is hij tien keer doorverkocht.

Het wekte daarom des te meer verbazing bij de organisatoren dat Picasso’s Instruments de musique sur un guéridon gisteren geen koper vond. Het is de enige van de tien kubistische werken van Picasso uit 1914-1917 dat nog niet in handen is van een museum. Een zeldzaamheid, die Christie’s ook om zijn verfijndheid en zachte kleurenspel geschat op een waarde tussen de 25 en 30 miljoen. Een fout, erkende de betrokken specialist Thomas Seydoux na afloop. Hij had zich vergist in de voorkeur die kopers momenteel hebben voor „simpele” werken met „levendige kleuren”. Daarvan waren ook andere voorbeelden. Tegen de verwachting in bleek Mondriaans Composition avec bleu, rouge, jaune et noir bijvoorbeeld gewilder (21,6 miljoen) dan zijn geprezen, maar grijzige, Composition avec grille 2 (14,4 miljoen) – beide recordprijzen voor Mondriaan.

En Pierre Bergé? De 78-jarige Fransman was gisteravond „diep gelukkig”. Hij zei ook dat hij had gestaan op een verkoop in Parijs. Niet alleen omdat „Yves en ik hier altijd gewerkt hebben en ons geld verdiend hebben”. Maar ook omdat „Parijs zijn plaats in de kunsthandel moet terugkrijgen.”

Bergé haalde nog eens uit naar Chinese kunstbeschermers. Zij zagen gistermiddag bij de rechter een poging stranden om de verkoop te verhinderen van De Rat en Het Konijn, twee achttiende-eeuwse bronzen die door Britten en Fransen rond 1860 uit China zijn geroofd. Bergé wil ze best buiten de veiling houden, maar dan moet China niet alleen om de mensenrechten gaan denken, zoals hij eerder al zei maar ook „Tibet bevrijden”. De verkoop van de Chinese beelden staat voor de slotveiling van woensdagavond ingeroosterd.