Japan gaat slecht, politiek weet zich geen raad

De Japanse economie heeft het zwaar. Premier Taro Aso neemt maatregelen.

Maar niemand heeft daar veel vertrouwen in.

Minister Kaoru Yosano van Economische Zaken en Belastingen trok na de kwartaalcijfers de onvermijdelijke conclusies. „De economie heeft er sinds de Tweede Wereldoorlog niet zo slecht voorgestaan”, stelde hij onlangs in Tokio. „De Japanse economie, die sterk afhankelijk is van de export van auto’s, elektronica en dure exportgoederen is zwaar getroffen door het wereldwijd inzakken van de economie.”

In het laatste kwartaal van 2008 daalde de export van Japan met 14 procent ten opzichte van de voorgaande drie maanden. De exportdaling zorgde voor een krimp van de economie ten opzichte van dezelfde periode in 2007 met 3,3 procent. Ter vergelijking: in de Verenigde Staten kromp de economie in de laatste drie maanden van het jaar met 1 procent en in de Eurozone met 1,5 procent.

De Japanse economie, de tweede van de wereld en voor 16 procent afhankelijk van de export, heeft de sterke krimp van de economie niet alleen te wijten aan een teruglopende buitenlandse vraag naar auto’s en televisies. Het land gaat ook gebukt onder een dure nationale munt, die het laatste half jaar met 21 procent in waarde is gestegen ten opzichte van de dollar. De hoge notering van de yen maakt Japanse producten in het buitenland prijzig. Bovendien drukt de munt op de Japanse bedrijfsresultaten, omdat in het buitenland gerealiseerde omzetten in waarde dalen op een jaarrekening in yen.

De barrière die de dure yen opwerpt voor de export maakt het onaantrekkelijk om in eigen land te produceren. Het gevolg is dat Japanse concerns als Nissan en Toshiba fabrieken in eigen land sluiten om de productie elders te vestigen. Het toch al oplopende aantal ontslagen in Japan groeit hierdoor nog sneller. Zo hebben Panasonic, Pioneer, Nissan en NEC bij elkaar opgeteld 65.000 ontslagen aangekondigd. Dat nieuws heeft de recessie in een volgende fase gebracht, waarin Japanse consumenten voorzichtiger zijn geworden.

De staat van de Japanse economie vraagt om een kordaat optreden van politici en beleidsmakers. Maar die lijken weinig te kunnen doen. De Japanse Bank heeft de rente in december al naar een minimale 0,1 procent verlaagd. Bovendien kan de nationale bank met de beschikbare instrumenten weinig doen aan de dalende export, hét probleem van de Japanse economie. Daar gaan immers de beleidsmakers in de VS en Europa over.

De Japanners hebben er weinig vertrouwen in dat de huidige premier Taro Aso een daadkrachtig aanpak heeft . De populariteit van de Japanse leider is gedaald tot 10 procent. Dat is een dieptepunt dat zelfs zijn in het najaar 2008 afgetreden kleurloze voorganger Yasuo Fukuda niet heeft bereikt. Uit een opiniepeiling van een Japanse krant bleek gisteren dat eenderde van de Japanners wilt dat Aso aftreedt. Ze ergeren zich aan zijn weinig doelgerichte aanpak.

Door Aso’s impopulariteit groeit nu ook de kritiek binnen zijn eigen Liberaal Democratische Partij (LDP). Zijn voorganger Junichiro Koizumi, LDP-premier van 2001 tot en met 2006 en momenteel parlementslid, is nog steeds populair. Koizumi heeft laten weten geen stem te zullen uitbrengen als het economische stimuleringsplan van Aso aan de volksvertegenwoordigers wordt voorgelegd.

Aso’s partijgenoot Koizumi noemde het veel bekritiseerde plan „lachwekkend”. De Japanse premier wil de consument een belastingvoordeeltje cadeau doen, voor in totaal 2.000 miljard yen (17,5 miljard euro). Maar economen twijfelen sterk aan de effectiviteit van die maatregel.

Het vertrouwen in Aso staat niet alleen binnen zijn partij onder druk. Ook buitenlandse politici lijken aan zijn positie te twijfelen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, afgelopen week op tournee in Azië, ging tijdens haar bezoek aan Tokio ook naar de leider van de oppositiepartij, Ichiro Ozawa. Ozawa is kandidaat voor het premierschap, mocht zijn Democratisch Partij van Japan de LDP van Aso verslaan tijdens de verkiezingen in september. Clinton bezocht Osawa „om hem te polsen over een aantal zaken”, aldus de Amerikaanse minister over de ongebruikelijke visite.

„Iedereen vraagt zich af: kan de regering de crisis wel aan?”, stelt Koichi Haji van het NLI Research Institute in Tokio in de International Herald Tribune. Met een verlamd politiek leiderschap en een behoedzame consument moet het economisch herstel van de export komen, zegt analist Seiji Adachi van Deutsche Securities in Tokio. Tegenover persbureau Bloomberg stelt hij: „De economie staat er slecht voor. En de voorspellingen voor het huidige kwartaal zijn slecht. Het enige wat we kunnen doen, is wachten tot de vraag in het buitenland zich herstelt.”