'Ik ben geen rebelse voetballer'

Edison Méndez (29) is aan zijn derde seizoen bezig bij PSV. De international uit Ecuador is niet langer uit op een spoedig vertrek. „Ik heb het naar mijn zin hier.”

Van Edison Méndez bestaat bij de buitenwacht het idee dat hij het al tijden niet meer naar zijn zin heeft bij PSV. De 29-jarige voetballer uit Ecuador zinspeelt in januari 2008 voor het eerst openlijk op een vertrek uit Eindhoven om zo dicht mogelijk in de buurt te zijn van zijn zieke moeder. Als een overgang naar de club Barcelona in zijn geboorteland afketst, blijft de middenvelder noodgedwongen bij de Nederlandse landskampioen. Een half jaar later haalt Méndez het nieuws als zijn nieuwe trainer Huub Stevens hem voor het oog van de camera’s „respectlozigheid” verwijt. Een paar weken later wordt Méndez voor een week naar Jong PSV verbannen omdat hij te laat terugkomt van zijn kerstvakantie in Ecuador. De dagen van de international lijken dan geteld, maar in de tweede helft van het seizoen is hij onder interim-trainer Dwight Lodeweges wekelijks een basisspeler.

Méndez heeft de voorbije maanden elk interviewverzoek categorisch geweigerd, maar nu de rust in Eindhoven is teruggekeerd wil hij wel een keer zijn kant van het verhaal belichten. Zij het wel onder begeleiding van de Chileense perschef Pedro Salazar. Méndez kiest zijn woorden zorgvuldig. „Een jaar geleden wilde ik inderdaad graag terug naar Ecuador. Mijn familie gaat nu eenmaal boven alles. Mijn moeder had me nodig. Maar ik wist ook dat ik alleen zou kunnen terugkeren als PSV eruit zou komen met een andere club. Toen dat niet lukte, moest ik mijn contract respecteren. En dat heb ik gedaan. Want kijk, ik zit hier nu nog steeds. Problemen bespreken we intern. De club weet dat ik het naar mijn zin heb bij PSV. En daar gaat het om. Als het aan mij ligt, dien ik hier gewoon mijn contract tot de zomer van 2010 uit”, stelt Méndez op het trainingscomplex de Herdgang.

Als Huub Stevens in de zomer van 2008 de nieuwe trainer van PSV wordt, verandert de sfeer binnen de club. PSV wordt al vroegtijdig uitgeschakeld in de Champions League en in het nationale bekertoernooi waardoor de spanning oploopt. Onder leiding van Stevens loopt PSV bovendien in de competitie een vrijwel onoverbrugbare achterstand op AZ op. In januari besluit Stevens de eer aan zichzelf te houden en neemt ontslag, omdat er geen „klik” met de spelers zou zijn.

Méndez wordt door velen gerekend tot het kamp van de voetballers die opgelucht adem haalden na het vertrek van Stevens. „Wat andere mensen van buiten de club allemaal over mij zeggen, interesseert me eigenlijk niets. Ik heb ook nooit de behoefte gehad om aan de buitenwereld allerlei zaken uit te leggen. Nee, ik had echt niet veel problemen met Stevens. We hadden wel eens een meningsverschil over de manier van voetballen. Dan geef ik mijn mening. Daar heb je als voetballer recht op. Maar ik ben geen rebelse voetballer. Dat zit niet in mijn aard. Dat ik onder Stevens altijd speelde, is wat dat betreft toch veelzeggend?”

Méndez kan niet ontkennen dat PSV na het vertrek van Stevens beter is gaan voetballen. Onder leiding van Lodeweges heeft de ploeg vier wedstrijden gewonnen en één keer gelijkgespeeld. „Ja, het loopt de laatste weken goed. Ik denk dat alles valt of staat met resultaten. Als die goed zijn, krijgen de spelers vanzelf weer vertrouwen. Dat geldt voor mezelf ook. Met mijn moeder gaat het beter. De rust is daardoor gelukkig teruggekeerd. Ik kan me weer helemaal concentreren op PSV.”

Méndez geldt bij PSV als waterdrager, maar in zijn eigen land is hij een van de grote sterren van het nationale elftal dat zich voor de derde keer op rij hoopt te plaatsen voor het WK voetbal. De rechtsbenige speler weet dat hij in Ecuador een voorbeeldfunctie vervult. Méndez zal zijn afkomst nooit verloochenen. „Ik ben opgegroeid in Valle de Chota, een voormalige slavenkolonie op zo’n drie uur rijden van Quito. Onze roots liggen in Afrika. Daardoor heeft het dorp een heel eigen cultuur. Zo dansen we bijvoorbeeld la bomba, een Afrikaanse dans. Breed hebben de mensen het daar niet. Als jongste zoon van een gezin met negen kinderen weet ik wat het is om in armoede te leven. Ik speelde vaak op blote voeten. Voor schoenen was geen geld. Mijn vader had niets met voetbal. Het enige wat hij kon, was met een groot kapmes tomaten losslaan. Mijn moeder en mijn broers en zussen verkochten die dan. Maar ik wist van jongs af aan al dat ik profvoetballer zou worden. Toen ik tien was, werd ik voor het eerst geselecteerd voor een regionale selectie. Dat was eigenlijk het begin van mijn carrière.”

Méndez groeit in Valle de Chota samen op met andere voetballers als Ulises De La Cruz (ex-Aston Villa), Agustin Delgado (ex-Southampton) en Giovanny Espinoza (ex-Vitesse). Volgens Méndez is het geen toeval dat zijn geboorteplaats in de loop der tijd talloze profvoetballers heeft opgeleverd. „Valle de Chota leeft voor het voetbal. Het hoogste wat je kunt worden is profvoetballer. Iedereen weet dat je zo de armoede kunt ontvluchten. Ik ben opgeleid op de voetbalschool van mijn oom. En nu probeer ik zelf ook weer jongens uit mijn dorp te helpen. Op mijn voetbalschool La jugada de Méndez zitten 120 kinderen. De La Cruz en Delgado hebben ook hun eigen scholen. De onderlinge verbondenheid is groot in Valle de Chota.”

Lachend schetst Méndez een beeld van zijn geboorteplaats tijdens de afgelopen Kerst. „Je weet dan niet wat je ziet. Dan spelen op een zandveldje met stenen gewoon allerlei profvoetballers uit Engeland, Mexico en Nederland onderlinge partijtjes. Het hele dorp loopt dan uit om ons te zien spelen. Iets mooiers is er voor mij niet voor te stellen. In Valle de Chota wil ik later sterven. Bij ons krijg je geen aparte status door rijkdom, maar gaat het erom hoe je je gedraagt. Spelers uit Valle de Chota zorgen zelden of nooit voor problemen.”

Samen met zijn plaatsgenoten Ulises De La Cruz, Agustin Delgado, Cristain Benitez, Giovanny Espinoza en Omar De Jesus hoopt Méndez zich met Ecuador te plaatsen voor het WK van 2010 in Zuid-Afrika. Komende maand volgen twee belangrijke kwalificatiewedstrijden tegen Paraguay en Brazilië. „Natuurlijk schept het onderling een band dat we als internationals allemaal uit Valle de Chota komen. Maar de verbondenheid binnen de nationale ploeg is nu sowieso groot. De bond, de spelers, de fans en de pers hebben één doel voor ogen: het WK. Het is voordelig dat we onze thuiswedstrijden in Quito op 2.800 meter spelen. Dat blijft lastig voor onze tegenstanders. Je kunt daar door het gebrek aan zuurstof niet op de normale manier ademhalen. Daar halen we zeker ons voordeel uit.”

Niet alleen de nationale ploeg van Ecuador heeft aansluiting bij de top van Zuid-Amerika gevonden, ook het clubvoetbal zit in de lift. Zo is LDU Quito de houder van de Copa de Libertadores, de Zuid-Amerikaanse tegenhanger van de Champions League. „Een paar jaar geleden was ik nog één van de eerste voetballers die naar Europa vertrok. De schijnwerpers waren toen vol op mij gericht, maar inmiddels spelen er zo’n 25 Ecuadorianen in buitenlandse competities. Maar ons grootste gebrek is dat we nooit over een spits beschikken die de kansen afmaakt. Dat breekt ons op de grote toernooien steeds weer op.”

Méndez heeft voor zichzelf besloten dat hij de komende tijd vooral van dag tot dag zal leven. „Met het verleden en de toekomst houd ik me nu niet bezig. Ik leef in de tegenwoordige tijd. Nu ben ik voetballer van PSV. Weet je wat eigenlijk zo mooi is? Voetballers spreken in het veld overal dezelfde taal. Of je nu in China, Valle de Chota of Nederland bent. Het is alleen wel soms jammer dat ik niet goed met supporters van PSV kan spreken. Ik schaam me wel eens als ik ze niet begrijp. Want de fans zijn het belangrijkste. Zonder publiek is er nu eenmaal geen betaald voetbal.”