Haai bedreigt sensor

Het grootste koraalrif op aarde, het Great Barrier Reef bij Australië, lijkt in een adembenemend tempo te verdwijnen. Met een nieuwe, Twentse techniek kunnen biologen dat nu op afstand volgen. Informaticus Paul Havinga (1962) van de Universiteit Twente is een van de oprichters en de technisch directeur van het bedrijf Ambient Systems, dat slimme sensornetwerken ontwikkelt.

Twentse sensoren houden in de gaten wat er gebeurt in Australische wateren?

Havinga: „Er wordt al zo’n vijftien jaar gesproken over ‘smart dust’. Slim stof: kleine sensors die je rondstrooit om ze de omgeving in de gaten te laten houden. Bijvoorbeeld de vervuiling. In eerste instantie pikte alleen de Amerikaanse defensie dat op. Wij waren vanaf ’95 bezig uit te zoeken hoe je draadloze netwerken energie-efficiënt kunt maken. Nu hebben we apparaatjes ter grootte van een lucifersdoosje met een batterij, een radio die de sensoren met hun buren laat overleggen, en een processor die intelligentie toevoegt. Gegevens worden ook eerst gecomprimeerd, en dan pas doorgestuurd. De sensoren kunnen verschillende dingen waarnemen, bijvoorbeeld trillingen, licht, lucht en temperatuur.

„Koraal is gevoelig voor temperatuur. Wordt het te warm dan sterft het en bleekt het op. Dat kan herstellen, maar duurt het te lang dan krijg je een groot onderwaterkerkhof. Het is een grote, rijke biotoop, waar een derde van alle levende organismen te vinden is.”

Het Great Barrier Reef is een toeristenattractie van jewelste.

„Toch zijn toeristen geen grote bedreiging. Het is een immens gebied, waarvoor je met een boot kilometers de zee op moet. Het grootste probleem is de ‘global warming’. De basistemperatuur stijgt, en daardoor groeit het aantal ‘opbleek-alarmen’. En de landbouw kan vervuiling opleveren, die het water troebel maakt, terwijl koraal licht nodig heeft. Daar kan de overheid op inspelen.

„Vroeger werd er een peillood met een thermometer neergelaten, die dan drie maanden later werd opgehaald. Duur en arbeidsintensief. Nu kan er ‘in real time’ gemeten worden. We hebben bij twee riffen een aantal van die lucifersdoosjes, die aan boeien vastzitten waaronder een lijn hangt met temperatuursensoren. Want draadloze communicatie onder water kost nog te veel energie, en is nog niet geschikt. Die lijnen hebben we trouwens van rubber en ijzer moeten maken, omdat de haaien er graag aan bleken te kluiven.”

De praktijk was verrassend.

„Ik heb inderdaad geleerd dat simulaties prachtig zijn, maar dat de werkelijkheid heel iets anders is. De eerste expeditie verliep desastreus.”

Die sensors worden steeds vaker gebruikt. Is dat monitoren niet ook griezelig?

„Ja, ik kan hier op kantoor door de warmtesensoren precies zien hoeveel mensen er in de kamer zijn. Die sensoren zijn natuurlijk bedoeld om de temperatuur lekker op peil te houden, maar uit de gegevens lees ik ook dat er om half negen iemand binnen is gekomen. Er wordt voorspeld dat iedereen over een aantal jaren zo’n duizend draadloze apparaten om zich heen heeft.

LIESBETH KOENEN