Een onbedoelde renationalisatie

Daar sta je dan, met je goeie gedrag. In krap twee maanden tijd worden de twee grootste energiebedrijven van Nederland verpatst aan buitenlandse bedrijven. Essent komt voor 8,2 miljard euro in handen van het Duitse RWE. Nuon, zo werd gisteren bekend, verblijdt zijn huidige aandeelhouders met in totaal 10,2 miljard euro die het Zweedse Vattenfall bereid is in etappes te betalen. Deze zomer zal Vattenfall al 49 procent van Nuon kopen.

De uitverkoop van de Nederlandse energiesector is een rechtstreeks gevolg van de liberaliseringsgolf die vanaf 1994 tot 2002 het Nederlandse politieke discours heeft bepaald. Brussel had een richtlijn uitgevaardigd op basis waarvan lidstaten verplicht werden hun energiesector te liberaliseren, maar geen land in de Unie deed dat zo voortvarend en vooral zo compleet als Nederland. Er werd eerst geliberaliseerd en vervolgens gesplitst (een netwerkbedrijf en een productie- en distributiebedrijf, waarbij de eerste in overheidshanden blijft en de tweede verkocht kan worden). Die splitsing is nu bijna rond, minister Van der Hoeven (Economische Zaken) zal na een toetsing door de NMa haar goedkeuring geven.

In de discussies destijds in het parlement werd nog wel zorg uitgesproken over de wederkerigheid. Als Nederland zich keurig aan de Europese richtlijnen houdt en andere landen niet, dan zijn we weliswaar het braafste jongetje van de klas, maar wordt de sector uitgekleed. De angst was dat met name Frankrijk met zijn traditie van staatsgestuurde bedrijven, de Nederlandse bedrijven een voor een zou oprollen.

Dat is precies wat er nu gebeurt. Niet de boze Fransen, maar keurige Zweden en degelijke Duitsers gaan met de Nederlandse energiesector aan de haal. RWE, de nieuwe eigenaar van Essent, is wel geprivatiseerd, maar niet opgesplitst. Duitse lokale overheden proberen overigens hun belang in RWE te vergroten om weer wat te zeggen te krijgen over de energiesector. Vattenfall is weliswaar gesplitst, maar niet geprivatiseerd, het is voor 100 procent in handen van de Zweedse staat.

Zo bezien heeft acht jaar paars geleid tot een renationalisatie van een van de grootste energiebedrijven van Nederland.

Op veel kritiek hoeven de Zweden echter niet te rekenen. Het land staat bekend om zijn schone imago, Vattenfall zelf heeft zich ten doel gesteld in 2050 volledig CO2-neutraal te zijn. En de aandeelhouders van Nuon (provincies en gemeenten) staan te juichen. Zij krijgen miljarden gestort op hun bankrekeningen voor aandelen die ze, vanwege de risico’s die ze lopen op de energiemarkt, toch liever kwijt zijn. Vattenfall is Zweeds voor waterval. Een waterval aan euro’s.

Egbert Kalse