Een land dat een gebruiksaanwijzing mist

De Akkoorden van Dayton maakten eind 1995 een eind aan de Bosnische oorlog. Sindsdien is er nauwelijks vooruitgang geboekt.

Ook als het vijf graden vriest en de sneeuw urenlang blijft neerdwarrelen, verzamelen de mannen van Sarajevo zich op het plein voor de orthodoxe kerk om openluchtschaak te spelen. Het is de favoriete plek van veel inwoners van de hoofdstad van Bosnië en Herzegovina, overwegend moslims.

Zeker als de avond valt en het licht in de kerk het plein ondanks de vrieskou een warme gloed meegeeft, is het een idyllisch verzamelpunt. Elke keer als een speler een schaakstuk optilt en ermee naar een beoogde plek loopt, klinkt goedkeurend gemompel of waarschuwend tonggeklak.

Tussen de zetten door gaan de gesprekken over de kou en over hoe lang het geleden is dat er in de oude binnenstad een metertje sneeuw viel. Soms fluistert iemand voorzichtig iets over de oorlogwinter van ’93, toen de belegering door het leger van Bosnische Serviërs een hoogtepunt bereikte.

Over het schaakspel van de hedendaagse politici wordt niet gediscussieerd. Dertien jaar na de Akkoorden van Dayton, die een einde maakten aan de oorlog, is men het politieke geschaak meer dan zat, zegt een westerse diplomaat. Want in al die jaren is het land nauwelijks vooruitgekomen.

Integendeel. Bosnië-Herzegovina zit helemaal op slot, zeggen analisten in koor. De werkloosheid stagneert rond de 40 procent en investeerders melden zich slechts sporadisch. Het 127 meter hoge, blinkende torengebouw van vastgoed- en mediagroep Avaz van de lokale ondernemer Fahrudin Radoncic, in de vorm van een schaakstuk, is de enige nieuwkomer in de skyline van Sarajevo.

De voormalige deelrepubliek van Joegoslavië is na de oorlog een kluwen met een federale rompstaat, opgedeeld in twee entiteiten (de Servische Republiek en de Bosnisch-Kroatische Federatie), tien kantons en een onafhankelijk district, Brcko. Samen zijn ze goed voor 14 regeringen en 266 ministeries, voor iets meer dan 3,5 miljoen inwoners. „Er is van Bosnië een mix gemaakt van België en Zwitserland, maar men is vergeten er een gebruiksaanwijzing bij te leveren”, zegt mensenrechtenactivist Anisa Suceska.

Sinds afgelopen weekeinde staat de politiek weer onder hoogspanning. Premier Milorad Dodik van Servische Republiek liep weg uit een overleg met de belangrijkste politieke leiders van de Federatie, de Bosniak (Bosnische moslim) Sulejman Tihic en de Kroaat Dragan Covic. Dodik is razend nadat hij vorige week werd beschuldigd van het verduisteren van bijna 70 miljoen euro aan overheidsgeld.

Dodik ziet daarin een politieke aanval van Bosniaks en Kroaten, samen met de internationale gemeenschap. Van de weeromstuit eiste hij een referendum om zijn republiek los te weken uit Bosnië-Herzegovina, wat het einde van het land zou moeten betekenen.

Dodik wordt door lokale journalisten, ook Servische, afgeschilderd als een primitieve man die vrouwelijke journalisten op tv toeschreeuwt dat ze dringend een man nodig hebben als ze een kritische vraag hebben gesteld. Over zijn corruptiepraktijken is uitgebreid gepubliceerd, door Transparency International en kritische media. Maar veel aandacht werd er tot nog toe niet aan besteed.

Maar nu lijkt Dodik toch te wankelen. Dat de aanklacht is geformuleerd door een Servische openbaar aanklager lijkt zijn samenzweringstheorie te ontkrachten. „Al zal Dodik wel gelijk hebben dat de internationale gemeenschap een hand in de zaak heeft gehad. Hier verandert niets zonder de stilzwijgende instemming van westerse diplomaten”, zegt Muharem Bazdulj, commentator van de onafhankelijke krant Oslobodenje.

Dodik aan de macht of niet, veel Bosnische moslims kijken toch over de grens voor een oplossing van hun problemen. „Er is een belangrijke rol weggelegd voor Servië”, meent Senad Pecanin, uitgever van het weekblad Dani. „Als premier Boris Tadic duidelijk afstand neemt van de Bosnische Serviërs, moeten ze zich wel tot Sarajevo wenden voor een oplossing. Dat heeft de regering in Zagreb duidelijker begrepen.” Maar voorlopig ziet hij weinig beweging.

Ook van de internationale gemeenschap verwacht Pecanin weinig. De Europese Unie schoof gisteren de Oostenrijker Valentin Inzko, ex-ambassadeur in Sarajevo, naar voren als haar nieuwe Hoge Vertegenwoordiger en opvolger van de Slowaak Miroslav Lajczak, maar wacht nog op de goedkeuring van de andere leden binnen de International Peace Council, waarin vooral Rusland een cruciale rol speelt. „Wie het wordt is misschien niet eens zo belangrijk. Je kunt er Bill Clinton neerzetten, maar zonder de steun van de VS en de EU kan ook hij niets veranderen”, vreest Pecanin.

Ondertussen nemen de onderlinge spanningen sinds 2006 weer toe, menen diverse Bosniërs. En sinds Kosovo hoger prijkt op het prioriteitenlijstje van de EU, is het alleen maar erger geworden. De meeste Bosniërs willen af van ‘Dayton’, omdat die akkoorden het land letterlijk bevriezen. „Het eindresultaat van Dayton is catastrofaal”, zegt Suceska. „Er kan niets veranderen zonder consensus, dus verandert er niets.”

Naar buiten toe bepleit de internationale gemeenschap stabiliteit. Maar in informele gesprekken erkennen diplomaten dat de huidige grondwet het land verlamt. Een van hen: „Bosnië is een land waar religie belangrijk is, maar het is hier veel makkelijker om kritiek te hebben op de Bijbel en de Koran dan op de Dayton-akkoorden.”