Deze Robin Hoods zijn helemaal geen helden

Als auteursrechten niet worden beschermd, gaat het culturele aanbod achteruit.

Het maken van films, games en software is nu eenmaal kostbaar en risicovol.

Het proces tegen The Pirate Bay, dat vorige week in Zweden van start ging, laat iets interessants zien.

The Pirate Bay is een zoekmachine, gespecialiseerd in het vinden van illegaal aangeboden muziek, films, tv-series en software. De vier beheerders van The Pirate Bay steken het feit dat hun zoekmachine zich primair richt op illegaal aangeboden, auteursrechtelijk beschermde werken niet onder stoelen of banken. Sterker nog, zij vinden dat iedereen recht heeft op het gratis delen en consumeren van auteursrechtelijk beschermde werken. Het auteursrecht is volgens hen een archaïsche juridische constructie die geen plek heeft in de 21ste eeuw. Dat zij intussen veel geld verdienen aan de advertenties op de site is natuurlijk mooi meegenomen.

De mening van The Pirate Bay vindt steeds meer weerklank op internet, met name onder jongeren. Uit de onlangs verschenen ‘Youth and Music Survey 2009’ blijkt dat meer dan 60 procent van de jongeren vindt dat muziek gratis moet zijn.

The Pirate Bay vindt het feit dat het internet de mogelijkheid biedt tot ongelimiteerd gratis delen, consumenten ook een recht hiertoe geeft. Zij zien de beperkingen die de entertainmentindustrie op grond van het auteursrecht oplegt aan consumenten als een beperking van innovatie. Het is niet verwonderlijk dat de fans van The Pirate Bay de beheerders zien als moderne Robin Hoods: ze stelen van de rijken en geven aan de armen. De entertainmentindustrie is de grote boeman.

Maar betekent deze nieuwe technologische werkelijkheid ook automatisch dat er een recht op delen bestaat? En zo ja, is dit op de langere termijn een houdbare en wenselijke situatie? In mijn optiek niet.

Allereerst is het niet netjes dat mensen geen respect hebben voor het intellectueel eigendom van anderen. Als je van mening bent dat een entertainmentproduct het geld niet waard is, koop het dan niet, maar consumeer het niet alsnog gretig achter de rug van de auteurs en rechthebbenden om. Behalve op morele gronden kunnen we ook op economische gronden vraagtekens bij de nieuwe ‘cultuur van gratis’ zetten. Wanneer steeds minder mensen bereid zijn te betalen voor entertainment- en cultuurproducten kan dat leiden tot een sterk verschraald cultureel aanbod.

Het auteursrecht geeft de maker van een werk het exclusieve recht om zijn werk te exploiteren. Zonder deze juridische bescherming krijgt de maker niet de mogelijkheid om zijn investeringen in tijd, moeite en geld terug te verdienen. Op deze manier stimuleert het auteursrecht de maker om te blijven creëren en waarde toe te voegen aan de maatschappij.

Hoewel projecten die voor iedereen vrij toegankelijk zijn, zoals Linux en Wikipedia, bewijzen dat een strenge interpretatie van het auteursrecht niet altijd noodzakelijk is, lenen niet alle entertainment- en cultuurproducten zich voor dergelijke modellen.

De eerste open source-film die qua kwaliteit kan wedijveren met professionele producties moet in ieder geval nog gemaakt worden. Het maken van films, computerspellen en software is een kostbare, risicovolle aangelegenheid. Wanneer investeringen niet meer terugverdiend kunnen worden, is er geen reden voor filmstudio’s en softwareontwikkelaars om nog nieuwe producten te maken.

De entertainmentindustrie zelf is natuurlijk ook debet aan de huidige cultuur van gratis. Het gebrek aan innovatie binnen de sector drijft veel consumenten richting illegale alternatieven die behalve gratis ook nog eens gebruiksvriendelijker zijn. Wil de entertainmentindustrie deze consumenten terugwinnen, dan is innovatie op het gebied van distributie en prijsstelling absoluut noodzakelijk.

Maar het belangrijkste is dat consumenten zich realiseren dat er ook op internet voor een lunch betaald moet worden, anders zal The Pirate Bay vrij spel blijven houden.

Bart W. Schermer is partner bij adviesbureau Considerati en universitair docent internetrecht in Leiden.

Lees het blog van de auteur op www.futureofcopyright.com.