De laatste wedstrijd voor integratievoetbal

De rechter beslist over het faillissement van FC Türkiyemspor. De voetbalclub was ooit een toonbeeld van integratie.

Het is aangenaam warm in de kantine van FC Türkiyemspor in Amsterdam-West. De clubkat loopt rond, een paar mannen drinken thee aan de bar, de Turkse tv staat aan. Een oude vrijwilliger van Marokkaanse afkomst kijkt door het raam naar jeugdelftal D2, dat op deze koude ochtend aantreedt tegen DCG.

Tot zover niets aan de hand. Een elftalfoto vertelt een ander verhaal. Het is de foto waar ‘winnaar Amstel Cup 98-99’ op staat. Op de voorste rij zit oud-clubvoorzitter Nedim Imac, het middelpunt van bijna alle foto’s. Links van hem zit, met aanvoerdersband, Ali A. Die zit nu in de cel. Hij wordt verdacht van het geven van de opdracht tot de moord op Imac, deze maand twee jaar geleden. Volgens justitie was het een afrekening in het drugsmilieu. Nedim Imac werd veertig jaar.

FC Türkiyemspor heeft een kort, maar roemrijk verleden, getuige de prijzenkast in dezelfde kantine. Een toekomst ontbreekt. Vorige week trok de club het eerste elftal terug uit de zondagcompetitie, waarin het jarenlang triomfen vierde. Een belastingschuld van zo’n 85.000 euro is volgens het bestuur onoverkomelijk gebleken. Vandaag zou de rechter beslissen over het faillissement. De wedstrijd van D2, afgelopen zaterdag, zou de laatste kunnen zijn.

De teloorgang van FC Türkiyemspor (letterlijk: sportclub Mijn Turkije) is meer dan een dreun voor de spelers en trainers. Hij kan ook gezien worden als de genadeklap voor ‘oud links’, zoals de idealisten van de multiculturele samenleving na Pim Fortuyn bekend zijn komen te staan. Deze club, en zijn voorzitter, werden jaren bejubeld als een boegbeeld van geslaagde integratie. In een tijd waarin langzaam duidelijk werd dat honderdduizenden migranten nauwelijks meededen in het onverschillig tolerante Nederland, hing in de bestuurskamer koningin Beatrix zij aan zij met Atatürk.

Vervolg Türkiyemspor: pagina 2

Iedereen liep weg met ‘kleine dictator’

Op het clublogo van FC Türkiyemspor staan de Turkse en Nederlandse vlag en het logo van Amsterdam. Voorzitter Nedim Imac zei bij elke gelegenheid dat hij geen Turkse club wilde, maar een Amsterdamse volksclub. In 2000 schudde Willem-Alexander hem hartelijk de hand. Dat jaar zond de NPS een serie uit over de club: ‘Het geheim van Sloterdijk’.

En toen werd Imac geliquideerd. En kon extreemrechts op Stormfront.org triomfantelijk concluderen: „Blijken onze ‘onterechte vooroordelen’ (tenminste volgens link(S)-fascistisch Nederland), over drugs dealende Turken toch weer degelijk te kloppen...!!”

Was Türkiyemspor een broeiplaats van criminele activiteiten? Of was het een redelijk geslaagd multicultureel experiment?

Selli Altunterim (36) was 21 toen hij begon in het eerste van Türkiyemspor. Hij bleef de club acht jaar trouw. „Het was een warme, gekke, ongewone club”, zegt Altunterim. „In het eerste speelden Turken, Surinamers, Antillianen, Nederlanders, Afrikanen.” De trainer was een Joegoslaaf met een enorme bos grijs haar die onophoudelijk pratend heen en weer liep langs de lijn. De masseur, Alex, was Indisch en homo. „Mensen dachten: ‘wat ís dit’ als we in zo’n boerendorp kwamen. Ze verwachtten een ploeg met allemaal Turken. En dan ook nog die onverstaanbare trainer en Alex, die heupwiegend het veld opkwam bij een blessure.”

Nedim Imac was als een grote broer voor hem, zegt Altunterim. „Een zeer intelligente, charmante man.” Ook Ali A. kende hij goed. „Het was enorm schrikken dat hij opgepakt werd. Ze waren goed bevriend.” Bij de club was volgens hem niets te merken van handel in drugs, al kende hij de geruchten. „Ik heb Imac er nooit naar gevraagd. Hij heeft me nooit belast met informatie. Vond ik wel fijn.”

Türkiyemspor draaide bijna volledig rond Nedim Imac. „Een man met een droom”, zegt verslaggever Maurice Hoogendoorn van RTV Noord-Holland, die de club tien jaar volgde: „Het spelen van betaald voetbal”. De accommodatie op sportpark Spieringhorn stelde niet veel voor. Er waren zelfs geen tribunes. Toch trok Imac goede trainers en spelers aan die jaren bleven. Die betaalde hij uit eigen zak royale onkostenvergoedingen. Ali A. kwam volgens Hoogendoorn aan in een oude Datsun waarvan hij de banden moest oppompen. Een maand later reed hij in een dure Mercedes.

Iedereen liep weg met Imac. Ook Jan Kelder, die een documentaire maakte. „Hij sprak feilloos Nederlands, was totaal geïntegreerd. Zijn bijnaam was ‘de kleine dictator’ maar hij was onomstreden. Men bewonderde hem.” Kelder kreeg geen vinger achter de geruchten over hoe Imac aan zijn geld kwam. „Wij hebben gefilmd in een fabriek van hem, voor het bedrukken van stoffen. Daar zei hij zijn geld mee te verdienen.”

Imac was ook de ideoloog van de club. „Waren ze kampioen geworden, dan nodigde hij een Surinaamse band uit”, zegt Kelder. „Gingen ze de polonaise lopen.” Imac overwoog zelfs de naam te veranderen in FC Amsterdam. Echt gemengd werd de club ook niet, zegt Jan Kelder. Afgezien van het eerste elftal bleven de leden in grote meerderheid Turks.

Begin 2007 legde de Belastingdienst een naheffing van 1,3 miljoen euro op. Dat overkwam ook achttien andere amateurclubs. Maar Türkiyemspor liep achter met meer betalingen, zoals de huur voor de velden.

Eind vorig jaar werd de inboedel van de kantine geveild op last van een deurwaarder van de gemeente. Dat ging over 4.600 euro achterstallige reinigingsheffing over 2004. Helaas waren er geen kopers, blijkens een verslag in Het Parool. „Die kapotte stoelen zijn geen miljoen waard”, lacht de huidige voorzitter, Sahin Gerdan. „Ik zou er nog geen honderd euro voor geven.”

Gerdan is een voetbalmakelaar uit Rotterdam, die na de moord op Imac werd binnengehaald om de club te redden. Wij worden afgeschilderd als een bende criminelen, zegt Gerdan. Hij maakt een grote armbeweging naar de spelertjes op het veld. „Zie jij hier criminele activiteiten? Deze jongens willen voetballen. Wij zorgen daarvoor, in onze vrije tijd.”

Maar… een ex-aanvoerder die verdacht wordt van de moord op de ex-voorzitter?

Had niets met de club te maken, zegt Gerdan. Hij haalt theatraal zijn schouders op. „Je kunt niet weten wat je spelers in hun vrije tijd doen.”

Via oud-spelers en het Turkse consulaat probeerde Gerdan nieuwe sponsors te werven. Niemand wilde Türkiyemspor redden. Gerdan vindt dat de Belastingdienst, de gemeente en de rechter voorbijgaan aan de maatschappelijke rol die de club heeft gespeeld.

Volgens Selli Altunterim was de club te afhankelijk van zijn charismatische voorzitter. „De club had geen structuur. Voor het eerste werd goed gezorgd. Voor de wedstrijd ontbeten we samen. Heel warm en gezellig. Maar beleid? Het beleid was kampioen worden. Verder was er geen beleid.”

Naarmate de club hoger ging spelen, werd de sfeer zakelijker. Vrijwilligers vertrokken, er kwam een nieuw type spelers. „Heel ordinaire Amsterdamse jongens.” Altunterim stopte op zijn 29ste. „De druppel was een reisje naar Noord-Cyprus waarop die typetjes zich vreselijk misdroegen. Drank, blote kont tonen aan passagiers. Ik had het gehad.”

In een persbericht aan „geachte vrienden en persrelaties van Türkiyemspor” riep Gerdan iedereen vorige week op „de jonge talenten van Türkiyemspor te ondersteunen en aan te moedigen tijdens de moeilijkste wedstrijden uit onze historie”. Dat ging over de wedstrijd van D2, afgelopen zaterdag.

Maar veel vrienden zijn er niet. Wel drie camerateams, en wat fotografen en verslaggevers.

Een paar spelers, jaar of tien, leunen in het groenwitte clubtenue op het hek. „Na regen komt altijd zonneschijn”, zegt een gezette jongen met pikzwart haar in een van de camera’s.

De luidste supporters zijn de vrouwen van de jeugdcommissie. Jong, strakke broeken, hoge laarzen. Ze roepen en springen als hun nummer 9 op de keeper afrent. Hij wordt eruitgelopen door een tegenstander. Eindstand: 1-2. De spelers verdwijnen in de kleedkamer, voor de laatste keer.