De EO is veel te 'werelds' geworden

Morgen begint de vastentijd, een mooi moment volgens oud-directeur Dorenbos om te bidden voor de EO. Daar voltrekt zich „een ramp”.

De Evangelische Omroep had eerst een woord voor de wereld, maar de omroep heeft inmiddels de wereld te veel binnengehaald in de EO.

Zo vat de hersteld hervormde predikant Reinier van Kooten uit Apeldoorn samen wat er volgens hem mis is met één van de grootste omroepen van Nederland. Hij sprak onlangs in de Hervormde Kerkbode de hoop uit dat de Reformatorische Omroep, die uitzendt via internet, de taak van de EO gaat overnemen om de „bijbelse boodschap te verkondigen onder ons volk”.

Van Kootens oproep lijkt effect te hebben. De Reformatorische Omroep, die bijna 5.000 donateurs heeft en niet de ambitie heeft in het publieke bestel te treden, kreeg tot voor kort 50 nieuwe aanmeldingen per week; dat zijn er nu 50 per dag, meldt financieel-directeur Rijk van Dam. Met name de rechterflank van de achterban – de leden uit de orthodox-christelijke hoek – en een aantal oud-bestuursleden van de omroep kunnen zich niet vinden in de koers van de EO. Zij vinden dat in de huidige programma’s van de omroep onvoldoende een verkondigende boodschap doorklinkt.

De kritiek op de EO is aangezwengeld door een uitzending van het programma ‘t zal je maar gebeuren waarin presentator en voormalig EO-directeur Andries Knevel betwijfelde of het scheppingsverhaal in de bijbel letterlijk geïnterpreteerd moet worden. Met name het feit dat Knevel in het programma een verklaring tekende waarin hij afstand nam van de zogenoemde creationistische visie, leidde tot tientallen opzeggingen bij de omroep. Afgelopen week bood de presentator in het omroepblad Visie excuses aan.

Bert Dorenbos, die van 1974 tot 1987 directeur was van de EO, vindt dat de omroep in programma’s tegenwoordig te veel verschillende visies naast elkaar laat horen. „De EO moet weer kiezen voor de simpele, duidelijke principes uit de beginjaren en de bijbel voor zichzelf laten spreken”, zegt Dorenbos. Hij riep vorige week op om tijdens de vastentijd, die woensdag begint, veertig dagen te bidden voor de omroep die volgens hem op de verkeerde weg is geraakt.

Dat vindt ook voormalig EO-vicevoorzitter J.J. Frinsel die tot en met 1998 in het bestuur van de omroep zat. Volgens hem is „een ramp” voltrokken bij de EO en moeten de programma’s duidelijker het evangelie verkondigen.

De EO, die in 1967 werd opgericht uit ongenoegen met de vrijere koers van de NCRV, heeft een evolutie ondergaan. In de jaren zeventig en tachtig nam de omroep ferme standpunten in op het ethische vlak, zoals over abortus en euthanasie. Begin jaren negentig werd de missie ‘het bereiken van ongelovigen met het evangelie’. Er kwam mede door de grotere diversiteit van de achterban meer nadruk te liggen op verscheidenheid in opvattingen en minder op uniforme standpunten.

Volgens de huidige directeur Arjen Lock heeft zijn omroep, die ruim 400.000 leden heeft, zich „meebewogen met de tijd”, maar is de missie – mensen bereiken met het evangelie – niet veranderd.

Die indruk krijgt echter niet iedereen. Herman Selderhuis, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn ziet de commotie rond de uitspraken van Knevel niet als een „onverwachte botbreuk”, maar als de „druppel die de emmer deed overlopen”. Selderhuis: „Het oorspronkelijke doel van de bijbelse boodschap voor het voetlicht brengen is veranderd in een grote omroep en bevriend met de wereld zijn”.

Volgens Lock moet de EO door de eisen van zendercoördinatoren soms wel concessies doen. Zo kostte het flink wat moeite om het praatprogramma Knevel & Van den Brink op Nederland 1 te krijgen, waar de druk van kijkcijfers hoog is. De EO bedacht ook het programma 40 dagen zonder seks, waarvan volgende maand het tweede seizoen begint, om ook op Nederland 3 uit te kunnen zenden.

Dominee Van Kooten uit Apeldoorn begrijpt dat de EO een verscheidenheid aan programma’s moet maken. „Maar bij Knevel & Van den Brink merkte je niet dat het een programma van de EO is”, zegt hij. Het programma 40 dagen zonder seks noemt hij „een werelds getint programma waarin niks doorklinkt van de bijbelse boodschap”.

Dorenbos, Van Kooten en Frinsel spreken ook hun onvrede uit over het feit dat de „ongelovige” historicus Maarten van Rossem en binnenkort ook Martin Šimek een programma maken bij de EO. „Het is armoe troef dat ze ongelovigen een programma laten presenteren. Ik denk niet dat Van Rossem kan bijdragen aan evangelieverkondiging”, zegt Dorenbos.

Van Kooten krijgt het gevoel dat er meer gezocht wordt naar populariteit. Natuurlijk willen we zo veel mogelijk kijkers, maar dat mag niet ten koste gaan van de inhoud, pareert EO-directeur Lock. „We zoeken naar nieuwe vormen om een gesprek aan te gaan met niet-gelovigen. We denken dat het geloofwaardiger overkomt als een niet-gelovige als Maarten van Rossem in Amerika christenen interviewt.”

Van Rossem noemt het „moedig” dat de EO hem vroeg voor het maken van een programma. Hij zegt er niet door bekeerd te zijn. „Wel vroeg de ploeg die mee was wel eens bezorgd of ik tóch niet op zoek was naar de Heere.”