De energiesector heeft baat bij een beursgang

Bij het beoordelen van de toekomstperspectieven voor de energiesector is de beursgang niet meegenomen. Een gemiste kans, want de voordelen van een beursgang kunnen op termijn belangrijk blijken. Ik denk aan aandeelhouders als provincies die hun belangen `verzilveren` zonder zeggenschap kwijt te raken. Of aan de gelegenheid die een onderneming krijgt zelfstandig verder te groeien, wat de Nederlandse economie ten goede komt. Bij een beursgang kunnen aandeelhouders een deel van de stukken aanbieden en een ander deel vasthouden, in afwachting van gunstige koersontwikkelingen, maar ook om zeggenschap te behouden. Door het uitgeven van aandelen waaraan bijzondere rechten zijn verbonden, is het zelfs mogelijk volledige zeggenschap te behouden en toch te `cashen`. Voorts valt te denken aan uitgifte van extra aandelen, waardoor de onderneming geld beschikbaar heeft voor investeringen en overnames.

Koninklijke Olie koos eind negentiende eeuw bewust voor zelfstandigheid. Ook toen hadden aandeelhouders voor het `snelle geld` kunnen kiezen door in te gaan op het bod van Standard Oil. De beursgang ging gepaard met de uitgifte van aan bijzondere rechten gekoppelde aandelen. Was Royal Dutch Shell verkocht, dan was de onderneming verdwenen uit Nederland, met indirecte, maar grote gevolgen voor onze economie.

De Nederlandse energiemaatschappijen kunnen twee rollen vervullen: jager of prooi. In het tweede geval ontzeggen zij zich bij voorbaat het succesvolle toekomstscenario van De Koninklijke. Daarnaast is het behouden van zeggenschap over de duurzame levering van `onze` energie, een geruststellende gedachte.