Principes mogen niet té duur zijn

Op papier hebben ze niets met elkaar te maken. Maar de geschiedenis leert dat sport en politiek nauw met elkaar verbonden zijn. Wie kent niet de controversiële sportdocumentaire Olympia? Volgens bewonderaars deed Leni Riefenstahl beeldend verslag van de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Critici beschouwen haar film als nazipropaganda.

Ook over de Olympische Spelen in Peking lopen de meningen uiteen. Volgens de Chinezen bewees de vlekkeloze organisatie dat het gastland modern, gastvrij en democratisch is. Maar mensenrechtenactivisten wilden niet verder kijken dan de machinaties van een wreed regime.

De weigering van de Verenigde Arabische Emiraten om de Israëlische tennisster Shahar Peer een visum te verstrekken voor het toernooi in Dubai moet in hetzelfde licht worden bezien. Volgens de toernooiorganisatie kreeg Peer geen visum om veiligheidsredenen. Maar critici zijn ervan overtuigd dat de Israëlische vanwege haar afkomst niet welkom was.

Het besluit zorgde voor veel opschudding en had verstrekkende gevolgen. Sponsor The Wall Street Journal besloot zich terug te trekken. De overkoepelende organisatie voor proftennissters (WTA) legde ‘Dubai’ vrijdag een recordboete van 300.000 dollar (237.518 euro) op en dreigde de licentie af te nemen. Winnares Venus Williams typeerde de visumweigering zaterdag in haar overwinningsspeech als „schandalig”. En Andy Roddick, titelverdediger bij de mannen, besloot het toernooi uit solidariteit met Peer aan zich voorbij te laten gaan.

De financiële consequenties van het besluit en alle negatieve publiciteit lijken hun uitwerking niet te missen. Afgelopen weekend maakte de organisatie in Dubai bekend dat de Israëlische tennisser Andy Ram „speciale toestemming” had gekregen om bij het vandaag te starten mannentoernooi uit te komen. Want ook dát leert de geschiedenis: principes zijn te koop.

Danielle Pinedo