Pianist Pollini is een echte meester

Klassiek Maurizio Pollini, piano. Gehoord: 22/2 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 12/4 20 uur. *****

Er zijn gewone meesterpianisten en meesterpianisten die de norm bepalen. De Italiaan Maurizio Pollini is er één in die laatste categorie. De 67-jarige pianist gaf in een uitverkocht Concertgebouw een recital waar bleek dat zijn status als meester-meesterpianist nog altijd absoluut en onaangetast is.

Onaantastbaar klinkt ook nog steeds zijn spel. Met zijn karakteristieke krachtige aanslag laat hij de muziek verschijnen alsof hij haar uit graniet beitelt, met grote helderheid en consequentie. In het derde deel Allegretto van Beethovens Sonate nr. 17 ‘Der Sturm’, bijvoorbeeld, liet Pollini de muziek strak en vlak doorlopen – gelukkig, want wie hier nadrukkelijk wil interpreteren verstoort de muzikale motoriek.

In de Sonate nr. 23 ‘Appassionata’ fraseerde Pollini waar dat nodig was juist wel nadrukkelijk om het karakter van de muziek uit te vergroten. Ook hier was het vooral het vurige en energieke slotdeel waarmee hij de bravo’s uitlokte, al miste hij af en toe eens een nootje.

In Schumanns Fantasie in C was het opnieuw de consequentie die indruk maakte, onder meer aan het begin, waar razendsnelle bewegingen klinken, maar de muziek op zichzelf juist een kalm tempo heeft. Die paradox krijgt bij weinigen zo’n vanzelfsprekendheid als bij Pollini. In het weergaloze vervolg knoopte hij uiteenlopende stemmingen en gedachtes in een malende stream of consciousness aaneen, uitmondend in het liefdevol en berustend uitgevoerde slot waarin Schumann de overleden Beethoven herdenkt.

De overgang naar de in verhouding veel plattere Vier mazurka’s, op. 33, van Chopin hierna was programmatisch wat gewaagd. Hoewel Pollini even exact en gedistingeerd bleef spelen, leek het toch of hij vast aan de toegiften was begonnen. Daarvan kwamen er alsnog drie (alle Chopin), maar pas na een met onheilspellende lading en feilloze vingervlugheid uitgevoerd Scherzo nr 2 in bes, op. 31.