Oost-Europese crisis vormt grote bedreiging voor Oostenrijk

Wenen is lang de poort naar Oost-Europa geweest. Maar nu is die poort gammel geworden. Geen enkel ander land is zó kwetsbaar als Oostenrijk voor de crisis in het oosten van het continent.

De Oostenrijkse banken hebben zo’n 277 miljard dollar aan bezittingen in Oost-Europa, aanzienlijk meer dan de banken van de landen die na Oostenrijk het kwetsbaarst zijn, Duitsland en Italië, ieder met zo’n 220 miljard dollar aan uitstaande leningen. Maar het is de verhouding tussen de kwetsbaarheid en het bruto binnenlands product (bbp) dat de Oost-Europese crisis bijzonder bedreigend maakt voor Oostenrijk.

De kwetsbaarheid van de Oostenrijkse banken voor Oost-Europa komt overeen met 70 procent van het bbp van het land. Daarna komen België, Zweden en Griekenland, met respectievelijk ongeveer een derde, een vierde en een vijfde van het bbp.

Herbert Stepic, topman van Raiffeisen International, een in Wenen gevestigde bank, deed deze week zijn best om stoer te klinken. Hij zei dat de bank dit jaar niet eens een verlies zou hoeven melden. Maar de credit default swaps (een soort kredietverzekeringen) van Raiffeisen worden verhandeld op een niveau van meer dan 300 basispunten, en die van de Oostenrijkse overheid op 230 basispunten. Beleggers zijn duidelijk nerveus.

De druk op Oostenrijk zou inderdaad wel eens groot kunnen zijn. Zelfs een verlies van 10 procent op leningen in Oost-Europa zou de Oostenrijkse banken een klap geven die overeenkomt met zo’n 7 procent van het Oostenrijkse bbp. Als het oosten een langdurige, zware recessie ondergaat, kunnen de verliezen nog twee tot drie maal hoger uitvallen. Gelukkig is het Oostenrijkse begrotingstekort klein – minder dan 1 procent van het bbp. Maar de totale staatsschuld staat op het hoge peil van 60 procent van het bbp. Er zijn weinig andere mogelijkheden dan de schuld verder te laten oplopen.

Als de regering zelf in de problemen zou komen, zou Duitsland vrijwel zeker te hulp schieten. De coalitieregering daar begint te wennen aan het idee dat zwakkere landen uit de eurozone geholpen moeten worden. De kosten van deze solidariteit kunnen lager uitvallen dan die van het bankroet van een EU-lidstaat.

Oostenrijk komt er wel weer bovenop. Maar het feit dat het land de poort naar het oosten vormt, is van een voordeel in een nadeel veranderd. En net als in andere landen – groot of klein – zal de rekening voor de jaren van excessen op de kredietmarkten in de schoot van de belastingbetalers belanden.

Ian Campbell

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com